Zieke mannen

geroosterde venkel

Ik ken geen enkele man die wanneer hij (denkt dat hij) ziek is niet verandert in een hoopje snotterende zieligheid wat vooral gepaard gaat met heel veel geklaag. In mijn ervaring doen vrouwen het veel beter als ze ziek zijn: uiteraard hoort er wat geklaag bij, maar daarna lijden we in stilte en proberen we verder te gaan alsof we niet ziek zijn. Mannen daarentegen doen alsof ze het dapper verdragen, maar doen dat in werkelijkheid niet. Om de paar minuten moet er verkondigd worden hoe ziek ze zich wel niet voelen en hoe er het wel niet is.

Vriendlief is ziek. Of misschien is hij gewoon verkouden. Het begon eergisteren toen hij met een snotneus opstond. Let wel: niet zomaar een snotneus. Nee, hij liet het gewoon zijn neus uitlopen zodat het voor iedereen duidelijk was hoe zielig hij wel niet is. Ja, het is vreselijk onsmakelijk en het kan me niet voorstellen dat je het gewoon laat lopen zonder het te merken. Na een half uurtje dramatische ‘Oh mijn god! Mijn neus zit helemaal vol!’ uitroepen besloot hij dat het wijs zou zijn om een theedoek onder zijn neus te houden. Niet alleen wanneer hij snot voelde lopen, nee, de hele tijd. “Hebben we nog pillen?” vroeg hij met een zielig stemmetje. We hadden zat pillen in huis (ibuprofen, asprine en meer van dat soort) maar meneer moest allergiepillen hebben. Want, zei hij, dat zou de symptomen van de griep tegengaan. Dus besloten we naar het winkelcentrum te gaan omdat we toch ook een staafmixer moesten kopen (die van ons overleed de dag ervoor, en babyeten maken zonder staafmixer is erg moeilijk). “Ik kan ook alleen gaan,” stelde ik voor. Vriendlief zette een dapper gezicht op. “Nee, we gaan wel met z’n allen. Dat lukt wel.” Zo gezegd, zo gedaan. De rest van de trip naar de supermarkt hoorde ik allerlei dramatische uitroepen. “Mijn hoofd!” “Uche uche.” “Ik voel een virus in mijn lichaam zitten!” “Hatsjoe!” “Uche uche.” “Mijn haar doet zelfs pijn!” “Hatsjoe!” (Met een heel zielig stemmetje:) “Het gaat wel hoor.” “Uche uche.” En mijn favoriet de uitroep: “Mijn ogen zijn zo gevoelig!”

Eenmaal weer thuis (met staafmixer maar zonder pillen, de apotheek was gesloten) zei ik dat hij maar in bed moest gaan liggen. Niet alleen voor hem, maar ook voor mij, want inmiddels had ik genoeg geklaag gehoord. Maar dat wilde hij niet. Dapper ging hij op de bank liggen. Jammer genoeg niet zonder te klagen. Zijn loopneus was inmiddels opgedroogd wat het weer wat minder onsmakelijk maakte om naar hem te kijken. Maar hij lag als een zielig hoopje mens op de bank, met de theedoek binnen handbereik waarmee hij af en toe met een zielig gezicht zijn droge neus mee afveegde.

De volgende ochtend was er niks meer aan de hand. Geen snotneus, geen genies, geen gehoest en geen geklaag. Maar wel veel verhalen. “Ik voelde dat mijn lichaam tegen het virus aan het vechten was! En het heeft gewonnen. Ik voel me zoveel beter! Ik was gister zo zwak omdat alle energie die ik had naar het vernietigen van het virus ging.” Dit ging naar een half uurtje zo door. Ik luisterde inmiddels al niet meer. Volgens mij was hij namelijk helemaal niet ziek geweest en had hij hooguit last gehad van een verkoudheid. Dezelfde waar ik -zonder te klagen en zonder pillen- al een paar dagen mee rondliep 😉