Call of Duty: Black Ops II

“Ik vind het maar stom! Echt iedereen in de klas heeft dat spel!” roept hij driftig. “Ik geloof er niets van! En het antwoord blijft nee!” roep ik terug.

Strijd
Ik ben in een strijd verwikkeld met mijn zoon, die langzaam zijn prépuberale fase inclusief bijbehorende hormonen ons leven binnenloodst. De inzet voor onze strijd is het spel “Call of Duty: Black Ops II”, in zijn optiek een uitstekend cadeau voor zijn elfde verjaardag, waarbij hij van mening is dat de leeftijdsindicatie “18+” slechts een formaliteit is. Ik teister zijn dovemansoren met mijn pedagogische visie over spellen voor volwassenen, maar mijn woorden blijven hopeloos hangen in zijn frustratie zodat ik de kwestie uiteindelijk af doe met “je krijgt het niet. Klaar!”. Geheel onverschillig voor zijn argumentatie dat ieder kind in het universum het spel heeft behalve hij, negeer ik zijn gesputter terwijl ik me over de folder van de speelgoedwinkel buig.

Meetlat
Op zich leg ik de ouderlijke meetlat niet strak langs een leeftijdsindicatie. Geregeld wordt een film met een kijkcijferadvies van twaalf jaar hier in huis ook door onze jongere kinderen genuttigd. Tussen elf en achttien jaar strekt zich echter een gapend ravijn uit, wat ik gevoelsmatig niet kan overbruggen.

Youtube
Youtube toont mij uiteenspattende zombies die grommend ten onder gaan door een overdaad aan ballistisch geweld. Dankzij mijn volwassen normvervaging vind ik het allemaal wel meevallen, maar geldt dat ook voor een elfjarige? Ik twijfel. Die leeftijdsindicatie is er tenslotte niet voor niets. Of ben ik gewoon een zanikend moederdier? Ben ik onbewust bang dat mijn huis binnen de kortste keren vergeven is van ontbindende fauna met uitgerukte ledematen, doordat ik hem door mijn toestemming bij voorbaat een spiegelglad psychopatenpad op duw? Of ben ik te conservatief, moet ik me progressiever opstellen en hem lekker virtueel bloed laten vergieten terwijl ik mijn dochters gezellig “Vijftig tinten grijs” voorlees onder het genot van een flesje Prosecco?

Blokkenzombies
Ik sla een bladzijde om in de speelgoedfolder. “Kijk, die is ook cool!” hoor ik bij mijn rechterschouder. Ongemerkt is Dano naast mij komen staan. Hij wijst het spel “Minecraft” aan. Wederom zombies maar het slagveld blijkt te bestaan uit vierkante blokken, en zombies met een vierkant hoofd zijn eerder lachwekkend dan angstaanjagend. De leeftijdsindicatie van het spel is 7+. Ik ruik een uitgang in onze pedagogische patstelling. “Die maar doen dan?” glim ik vrolijk, mijn gezicht zorgvuldig gekleurd met de juiste mix van onverschilligheid en enthousiasme. “Jaaaah! vet!” roept hij terwijl hij naar boven loopt. Bovenaan de trap onderstreept hij ons vredesakkoord met de opmerking dat hij Call of Duty altijd nog bij zijn vrienden kan spelen, waarna ik hem snel zijn kamerdeur hoor dichtslaan. “Goed hoor, jongen”, mompel ik, terwijl ik de Call of Duty-kadavers voor mijn geestesoog teleurgesteld zie afdruipen.

Vredesakkoord
In mijn achterhoofd weet ik dat een dergelijke strijd zich de komende jaren nog vaker zal voordoen tot ik aan het idee gewend ben dat zijn pad richting volwassenheid steeds korter wordt, of simpelweg tot hij oud genoeg is om zelf te beslissen over virtueel leven en dood. Maar voor nu stemt het huidige vredesakkoord mij gelukkig, en resoluut gooi ik de speelgoedfolder in de papierbak.

CC foto: Andertoons