Cathelijne: ‘Hij schreef: misschien heb ik de verkeerde zus gekozen’

Al van kinds af aan konden Cathelijne (35) en haar tweelingzus Jacqueline elkaar niet luchten of zien. Maar toen kwam die kerstavond drie jaar geleden, met in de hoofdrol een jaloerse zwager, overspel en een bekentenis tijdens het hoofdgerecht.

Tekst: Lydia van der Weide

“Ik zie het ontstelde gezicht van mijn vader nog voor me. Mijn teruggetrokken pa, die het liefst in een hoekje kruiswoordpuzzels oplost. Tijdens het kerstdiner had hij gezellig meegepraat. Van de spanning die al de hele dag in de lucht hing, had hij niets meegekregen. Toen de boel ontplofte, zag het kersttafereel eruit als een slechte cartoon. Mijn vader, met ogen op stokjes. Mijn moeder, die op slag begon te huilen en haar handen over de oren van mijn neefje legde. Belachelijk: het jochie was amper twee. Mijn zus, met haar opengesperde mond, omrand met knalrode lippenstift. En tot slot haar man Thomas, die mij woedend aankeek. Alsof het allemaal mijn schuld was.”

Poppetje vs wildebras

“We gaan even terug in de tijd. Wat was mijn moeder trots, 35 jaar geleden, toen ze op dezelfde dag twee gezonde meisjes baarde. Jacqueline en ik leken kloontjes van elkaar. Maar al toen we peuter waren, werden de karakterverschillen duidelijk. Zij was het gevoelige poppetje, ik de onverschillige wildebras. Zij wilde prinsessen-jurken aan, ik zat altijd onder de modder. Als tweeling word je altijd en overal met elkaar vergeleken. Vreselijk vervelend. Dat had ik al door toen ik heel jong was. Ik was niet gewoon ik, ik werd werd continu gespiegeld aan m’n zus. Ik was niet gewoon druk, nee, ik was ‘drukker dan mijn zusje’. Zij was niet dromerig, nee, zij was ‘meer op zichzelf dan ik’. Dat ging met alles zo. Op ons had dit geen goede uitwerking. We hadden altijd ruzie, dankzij onze karakterverschillen én het eeuwige gevoel tegen elkaar te moeten opboksen.

Toen we tien waren, ging het zo slecht dat ik ben overgeplaatst naar een andere school. Jacqueline en ik gingen later ook naar verschillende middelbare scholen. De ruzies namen daardoor af, maar toenadering was er nog steeds niet. Zij leidde haar leven, ik het mijne. Toen we eenmaal het huis uit waren, zagen we elkaar nog maar zelden. We belden elkaar ook niet. Op het moment van het kerstdrama waren we niet eens Facebook-vrienden.

Met wie ik wél af en toe contact had, was Jacquelines man. Mijn zus trouwde toen ze 26 was. Haar man, Thomas, had ze op mijn afstudeerfeest leren kennen: hij was een studievriend van me. Tussen ons had nooit iets gebroeid, maar tussen haar en hem sloeg direct een vonk over. Heel typerend: mijn zus en ik lijken sprekend op elkaar, maar onze manier van doen en uitstraling is zo anders, dat we ieder een ander type man aantrekken. Ik was dan ook verbaasd toen Thomas vijf jaar na hun huwelijk toenadering zocht. We waren vrienden gebleven en konden soms hard lachen samen, maar niet meer dan dat. Ineens begon hij me te mailen, soms belde hij, overduidelijk met smoesjes, en één keer schreef hij: ‘Misschien ben ik met de verkeerde zus getrouwd.’ Dat vond ik zo’n rare opmerking dat ik voorstelde om af te spreken. Ze hadden een zoontje van ruim een jaar, dat ik niet vaak zag, maar op wie ik wel gek was. En mijn zus liet me ook weer niet zo koud dat het me niet uitmaakte dat haar huwelijk belabberd was.”

‘hij schreef: misschien heb ik de verkeerde zus gekozen’

Het streelde mijn ego

“Volgens Thomas was dat namelijk inderdaad het geval. Na de komst van hun kind waren ze uit elkaar gegroeid. Hoe meer bier we dronken – vroeger al onze favoriete bezigheid – hoe negatiever hij sprak over Jacqueline. Daarnaast liet hij zich geregeld ontvallen hoe denigrerend zij zich over mij kon uitlaten: dat ik nog steeds niet gesetteld was en zo. Ik vond het raar dat hij me dit vertelde. Waarom wilde hij stoken in een relatie die toch al slecht was? Maar ik vergat het meteen toen hij met z’n bekentenis kwam: hij biechtte op dat hij lange tijd verliefd op míj was geweest, maar nooit een move had durven maken. Hij vond me zo vrij, zelfstandig en stoer – ik zat vast niet op hem te wachten. Daarna ontmoette hij mijn zus, die qua uiterlijk sprekend op mij leek. En die veel makkelijker te veroveren was. ‘Dus ging ik voor haar,’ legde hij uit, ‘maar eigenlijk wilde ik jou.’ Hij keek er verlegen bij, aandoenlijk.

Thomas is een aantrekkelijke man die goed in de markt ligt, altijd al. Ik vond zijn bekentenis eigenaardig, maar ook vleiend. Ja, het deed zeker wat met me. Mijn relatie was net uitgegaan, op een nogal vervelende manier. Dit streelde mijn ego: ik was kennelijk leuker dan mijn zus. Maar hoeveel drank Thomas ook voor me bestelde, no way dat ik me door hem liet zoenen. Dat probeerde hij wel. Aan de bar al en later bij het afscheid. Na die avond bleef hij contact zoeken. Stalken, bijna. Ik was er zeker op ingegaan als hij single was geweest, alleen al omdat ik op dat moment behoefte had aan aandacht en sex. Maar dit was uitgesloten. Hallo, hij was de man van mijn zus! En of ik haar nou mocht of niet: zoiets doe je niet. Dat bleef ik tegen mezelf zeggen, maandenlang.”

Oogcontact

“Maar Thomas gaf niet op. Toen we met kerst met het gezin bij elkaar waren, zocht hij steeds oogcontact. Tussen hem en Jacqueline hing een ijzige sfeer; er leek onderhuids van alles te broeien. Ik hield me afzijdig, maar de blik van Thomas bleef me volgen. Dat irriteerde me: die gast moest echt kappen! Jacqueline begon me tijdens het eten uit te horen over mijn ex. Er klonk leedvermaak door in haar stem. Wat Thomas tijdens ons gesprek had verteld, was waar. Toen knapte er iets. ‘Doe maar niet zo arrogant!’ riep ik. ‘Want jouw man zit al maanden achter me aan. Net in de hal probeerde hij me nog te zoenen.’ Het was de whisky die mijn tong net iets te los had gemaakt.

Jacqueline keek me verbijsterd aan. Toen begon ze te schreeuwen. Niet tegen mij, maar tegen Thomas: ‘O, dus zó neem je wraak?! Zeggen dat je me probeert te vergeven, maar me intussen achterbaks een hak zetten?’ Ze ging staan en richtte zich tot ons. Ze had duidelijk de behoefte om het eens goed uit te leggen. ‘Aangezien het tussen Thomas en mij toch niet goed meer gaat komen, zal ik vertellen hoe het zit. Ik ben vorig jaar een paar keer vreemdgegaan. Sindsdien zit het fout tussen ons.’ En dat was dus het cartoonmoment. Iedereen leek even te bevriezen. Zaten we daar met onze biologische kalkoen en broccoli. Een absurde situatie. Ook ik voelde me versuft. En in de zeik genomen door Thomas. Zijn verliefdheid van vroeger was dus duidelijk flauwekul. Hij wilde gewoon wraak, op een gemene manier. Hij wist dat hij Jacqueline niet dieper had kunnen kwetsen dan door met mij naar bed te gaan. De klootzak.

Thomas stond op en liep weg. Mijn moeder, altijd van de lieve vrede, begon vlug over andere dingen, mijn vader zat verdoofd in zijn stoel en mijn neefje zag kans zijn bord op de grond te gooien. Het leek wel alsof Jacqueline en ik al die jaren op dit moment hadden gewacht. We kregen de slappe lach. Ik kapte de onzin van mijn moeder af en vroeg mijn zus rechtstreeks naar de affaire. Ze gaf antwoord, serieus, eerlijk. Voor het eerst in ons leven hadden we een écht gesprek. Ze wilde weten hoe Thomas had geprobeerd mij te versieren. En ze vond het tof van me dat ik niet op zijn avances was ingegaan. Dat ze dat direct van mij aannam en niet aan mijn woorden twijfelde, vond ik bijzonder. Opeens realiseerde ik me dat ze helemaal niet mijn eeuwige concurrent was, maar dat we een bloedband hebben. En dat er daardoor een onvoorwaardelijk vertrouwen is.”

‘Mijn moeder begon vlug over andere dingen, mijn vader zat verdoofd in zijn stoel’

Geen BFF

“Toen onze ouders gingen slapen, hebben mijn zus en ik nog tot vijf uur ’s ochtends zitten praten. We moesten jaren inhalen. Na dertig jaar leerden we elkaar eigenlijk pas echt een beetje kennen. Toen we naar bed gingen, hebben we elkaar voor het eerst spontaan omhelsd. Oké, ook onder invloed van veel drank, maar toch.

Hoe dramatisch die Eerste Kerstdag ook was, het heeft voor iets positiefs gezorgd: de band tussen Jacqueline en mij is eindelijk vriendschappelijk geworden. Iets wat ik daarvoor niet had durven denken. Inmiddels zijn we drie jaar verder en zou ik ons nog steeds geen BFF’s willen noemen. Daarvoor zijn we te verschillend. Maar we zíjn er wél voor elkaar. Zij en Thomas zijn uit elkaar gegaan en in de periode erna heb ik vaak op mijn neefje gepast. Dat heeft voor nog meer toenadering gezorgd. Inmiddels woont ze samen met haar nieuwe vriend en kom ik geregeld langs. Zo goed en zo kwaad als het gaat, delen we ook andere dingen. Ik voel dat ik van haar hou, dat ik blij ben dat ze bestaat. Haar zoontje komt vaak bij me logeren, voor hem ga ik door het vuur. En er is nog iemand die blij is met die dramatische kerstdag: mijn moeder. Die had de hoop dat haar twee dochters ooit samen door één deur zouden kunnen al lang opgegeven.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 51/52 2016. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «

Beeld: Sanoma Beeldbank