Chess Queen Tea Lanchava: ’Ik heb de op een na hoogste mannelijke titel’

chess queen

Het is razend populair sinds het succes van de Queens Gambit: schaken. De verkoop van schaakborden is gestegen, schaakclubs krijgen veel meer aanmeldingen en ook de lessen van ‘Chess Queen’ Tea Lanchava (46) zitten voller dan ooit.

Tea komt uit Georgië en woont nu zo’n 25 jaar in Nederland. ‘Ik schaak als sinds mijn vijfde en heb verschillende titels op mijn naam. Zo was ik twee keer jeugdwereldkampioen, vrouwelijk grootmeester en daarnaast heb ik de mannelijke titel internationaal meester’, begint ze.

Maar ho eens even, mannelijke titel? Hoezo zijn dat twee verschillende dingen?
‘Als vrouw is het hoogste “vrouwelijk grootmeester”. Je kunt dan door, maar dan zijn het dus mannelijke titels. De “mannelijke internationale meester” is dus hoger dan “vrouwelijk grootmeester”. De allerhoogste titel is “mannelijk grootmeester”.’

Nogal ouderwets, of niet?
‘Dat is zeker ouderwets en daar ‘vechten’ wij met de stichting Chess Queens voor. Sinds ik in Nederland woon, heb ik gemerkt dat ook hier, net als in andere landen, de vrouwenprijzen veel lager zijn dan bij mannen. Bijvoorbeeld bij toernooien en NK’s WK’s. Wij pleiten voor gelijke vergoeding.’

Hoe groot is het verschil?
‘Momenteel krijgen vrouwen krap een derde van de mannenprijzen. Er zijn landen die het gelijk getrokken hebben, zoals mijn geboorteland Georgië, maar in Nederland dus nog niet.’

Zijn er dan ook aparte vrouwelijke- en mannelijke kampioenschappen?
‘Zeker. Landelijk is apart. Er zijn wel toernooien waar vrouwen aan meedoen, maar dan zijn er aparte vrouwenprijzen en die zijn veel lager dan een eerste prijs of top 3 top 5 bij mannen. Er doen daar een paar honderd mannen mee en misschien vijf of tien vrouwen. Vanzelfsprekend is het dan moeilijk om een prijs te winnen en dan wordt er gestreden om de vrouwenprijs. Vanuit vroeger is het gewoon zo dat de vrouwen in de minderheid zijn in het schaakspel, dat is jammer.’

Tekst gaat verder onder de foto

ChessQueens met Judit Polgar

Is het dan ook zo dat mannen beter kunnen schaken dan vrouwen?
‘Nee, dat is niet bewezen, absoluut niet. Je ziet dat ook bij kinderen: jongens en meisjes zijn vrijwel gelijk qua sterkte. Maar zo rond de tien, twaalf jaar haken meisjes af. Heel vaak zitten ze vrijwel alleen of met één vriendin in een jongensgroep. Dat is niet gezellig, niet leuk. De competitie is daardoor ongelijk. Toen het schaken als sport begon, waren vrouwen zelfs niet welkom op toernooien. Daardoor hebben we een grote achterstand opgelopen en sindsdien is het dus veel moeilijker als vrouw. Maar een aantal vrouwen laat wel degelijk zien dat het niet onmogelijk is om mannen te concurreren in schaak.’

Ga jij nog voor de hoogste titel?
‘Dat is heel moeilijk te combineren. Ik zou daarvoor zo’n zes a acht uur per dag moeten trainen. Vooral omdat ik er niet van kan leven, ben ik in de financiële branche gaan werken. Dat heb ik acht jaar gedaan en inmiddels ben ik weer terug in het schaken. Ik geef training aan kinderen, volwassenen en meisjes. Privé, in groepen en, in deze coronatijd, vooral online. Ook ben ik druk met de stichting Chess Queens, wij willen graag een boegbeeld zijn voor meisjes en vrouwen. We geven ze training en organiseren toernooien.’

Raak je die titels dan niet kwijt als je niet alle toernooien speelt?
‘Een titel wordt je niet afgenomen, die blijf je rest van je leven houden. Er bestaat wel een rating binnen toernooien; als je toernooien goed speelt, krijg je een hoge rating en anders krijg je lage rating. Dat varieert dus.’

Hoe ben jij begonnen met schaken?
‘Mijn ouders leerden mij dat. In Georgië was, en is, schaken heel populair. Heel vroeger kregen vrouwen zelfs een schaakbord als bruidsschat. Omdat de man dan veel van huis was en de vrouw dan thuis was voor het gezin, kon ze dan schaken. Er is geen Georgisch gezin dat geen schaakbord thuis heeft. Ik heb zelf een zoon van 24. Die heb ik bewust niet in de professionele schaakwereld gebracht, maar hij schaakt wel. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Ik ben overigens blij dat ‘ie niet professioneel schaakt, hoor. Het is heel moeilijk ervan te leven.’

Heeft jouw zoon jou weleens verslagen?
‘Ja, zeker. Met snelschaken. Vroeger hadden partijen hele lange speeltijden maar nu is het populair om korte partijtjes te doen; dat is ook leuker voor publiek. Een partij van acht uur is niet leuk als show, maar die snelle potjes waar je in één minuut honderd zetten kan zetten wel.’

Tekst gaat verder onder de foto

Wat vond jij van Queens Gambit?
‘Heel goede serie, superleuk. De titel is ook leuk gevonden, dat is namelijk een schaakopening. Wat vooral een verademing was: dat het schaken gewoon klopte. In veel films en series waar geschaakt wordt, ligt het bord zelfs verkeerd. Dat is een grote ergernis onder schakers. De makkelijkste manier om het te onthouden: linksonder moet een zwart veld staan. Dat maakt deze serie uniek. Ook leuk; er worden klassieke partijen nagespeeld. Dat maakt het voor schakers erg leuk om naar te kijken. Ik heb begrepen dat schaaklegende Garry Kasparov heeft meegewerkt aan de serie.’

En dan, voor al die mensen die willen beginnen, wat zijn tips?
‘De basisregels kun je online vinden, wat superleuk en makkelijk is. Je moet leren welke functie de stukken hebben, want als je dat weet, kun je de Koning veroveren; het uiteindelijke doel van het schaken. Schaken is verdeeld in fases, de openingsfase is de eerste. Leer dus iets over opening. Vervolgens is strategie belangrijk voor de tweede fase; je kunt met bepaalde oefeningen leren vooruit te denken en te voorzien wat de tegenstander gaat doen. En dan de laatste fase: het verslaan van de tegenstander. Het leuke van schaken is dat je het voor de rest van je leven bij je blijft, het kent geen leeftijd. Zolang je brein functioneert, kun je met veel plezier schaken. Ik vind het zo prachtig om te zien als een opa of overgrootopa met zijn kleinkind schaakt. Dat maakt het een unieke sport.’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief

Beeld: Tea Lanchava
Selien (27) woont in Kortenhoef, een klein dorpje nabij 't Gooi, met haar vriend en hun Roemeense hond Bimmer. Verwondert zich dagelijks over duizend en één dingen, valt regelmatig over haar eigen voeten en beoefent (zonder enig sportief talent) alle mogelijke sporten om in shape te blijven, maar laat chocola nooit staan. Voor freelance avonturen volg je haar via Instagram op @selienkoster