Cultuur snuiven op het Boekenbal

geen

Schrijvers laten ook scheten. Dat is de eerste bewuste gedachte die door mijn hoofd gaat tijdens de opening van het Boekenbal. Naast de vloedgolf van ‘wauw, dit is zo tof’ en ‘OMG ik ben hier echt’ die door mijn hoofd spoelt, ruik ik duidelijk iemands darmgassen.

Wat is iedereen klein!
Dat is het punt waarop ik besluit dat schrijvers ook gewoon mensen zijn. Ik bedoel, natuurlijk wist ik dat, want ik ben er zelf ook eentje. Toch schijnt het me niet te lukken om dat te onthouden als Kader Abdolah ineens langsloopt (zijn snor is in het echt net zo indrukwekkend als op tv). Filemon vraagt me wat voor tekst ik zou schrijven voor het nieuwe pauslied. Terwijl ik me stotterend door een antwoord heen worstel, bedenk ik hoe klein iedereen hier is. Ik zou Filemon bijvoorbeeld gemakkelijk als bijzettafeltje voor mijn bierglas kunnen gebruiken. Het is maar goed dat Lau niet mee is, hij zou echt een attractie zijn met zijn twee meter vijf. In plaats daarvan vergaap ik me samen met mijn naamgenootje Liset aan alle bezoekers die we van naam of gezicht kennen.

Aapjes kijken
Mijn eerste (en hopelijk niet laatste) Boekenbal is eigenlijk nog het meest te vergelijken met een bezoek aan de dierentuin. Alleen kijken we nu niet naar aapjes en leeuwen, maar naar Jan Mulder, Peter Buwalda en Anna Drijver. Ik geef per ongeluk Kluun een elleboog terwijl ik me door de overvolle gang probeer te wringen. Ik versta de naam van Thomas Olde Heuvelts huisdierdraak verkeerd (note to self: het is Gnurft, niet Knurft). Ik zeg vrolijk ‘hoi!’ tegen een vrouw die me bekend voorkomt, om me een halve seconde later te realiseren dat dat Tooske is.

Nee, toch maar niet
‘Kijk, daar staat Saskia Noort!’
‘Waar? O, daar. Mooie jurk heeft ze aan.’
‘Eigenlijk moeten we even met haar gaan praten.’
‘Ja, eigenlijk wel, hè?’
‘Maar wat moeten we dan zeggen?’
‘Eh… Nou, ik vond De Verbouwing echt een supervet boek.’
‘Dat heeft ze vast nog nooit gehoord.’
‘Nee, je hebt gelijk. Heb jij nog muntjes? Dan gaan we kijken wie er allemaal bij de bar staan.’

De geur van cultuur
Voordat je denkt dat ik als een muurbloem de hele avond zwijgend langs de kant biertjes achterover stond te slaan: ik heb even tegen Chantal van Gastel ge-fangirl’d, ben debiel op de foto geweest met Astrid Harrewijn en heb erg gezellig staan kletsen over de Touching Juliette-serie met Myrthe Spiteri van Blossom Books. O, en ik heb vriendelijk naar Özcan Akyol geknikt (en hij knikte terug. Geloof ik). Ik heb alleen niet kunnen ontdekken of de scheet die ik aan het begin van de avond rook nou van een beroemd schrijver was. Ach, het maakt ook niet uit. Stinken deed hij in ieder geval behoorlijk.

Foto: privébezit