Op social media door het slijk gehaald worden: het kan je zomaar overkomen. En je de rest van je leven achtervolgen. Tenzij je een beetje verstandig post, liket en deelt.
Door: Wendy van Poorten
Bij de naam Monica Lewinsky denk je vermoedelijk aan Bill Clinton, sigaren en een jurk met een spermavlek. Best vervelend, als je bijna twintig jaar nadat die vlek is gemaakt nog steeds alleen daarom bekend staat. Helemaal als je in de tussentijd keihard hebt gewerkt aan je reputatie. Goed, in eerste instantie leek het schandaal Lewinsky geen windeieren te leggen: ze begon een handtassenlijn en die verkocht als een malle – en echt niet omdat ze er zo fantastisch uitzagen. Toch besloot ze zich tien jaar geleden terug te trekken uit het publieke leven en is ze verhuisd naar Londen. Daar heeft ze zich opgesloten in de universiteitsbibliotheek, om uiteindelijk af te studeren als sociaal psycholoog.
Waarom dit verhaal begint met zo’n oud en welbekend voorbeeld als Monica Lewinsky? Omdat ze onlangs weer in de openbaarheid trad met een inspirerende TED-talk en een actueel thema op de kaart zette: public shaming. Resultaat: ruim vier miljoen views. Eigenlijk wilde ze liever in stilte aan de slag in de non-profitsector, maar blow jobs bleken zwaarder te wegen dan diploma’s. Na elk sollicitatiegesprek ontving ze een afwijzing – zo gaat dat blijkbaar als je naam onlosmakelijk en negatief verbonden is met die van de man van candidate Hillary. Lewinsky was er klaar mee. Evenals met de gebiologeerde blikken van voorbijgangers, de Monica-referenties in popsongs (He popped all my buttons and he ripped my blouse, he Monica Lewinski’d all on my gown – aldus een pennenvrucht van Beyoncé) en de onmogelijk-heid een normale relatie te vinden. Ze besloot de controle over haar eigen leven terug te nemen en het label ‘that woman’ eigenhandig te vervangen door ‘social activist’. En nu spreekt ze zich publie-kelijk uit tegen public shaming.
De terrasmeisjes
De Lewinsky-affaire was het eerste schandaal ooit dat door het internet verspreid werd in plaats van door traditionele media. Lewinsky noemt zichzelf dan ook patient zero als het gaat om het in één klap wereldwijd verliezen van je persoonlijke reputatie. Social media bestonden nog niet, het venijn zat ’m destijds in gemene comments onder artikelen en valse mails aan haar adres. Als Twitter in 1998 al had bestaan, was daar vermoedelijk geen spaan van haar heel gelaten. Wees eerlijk: had jij de verleiding kunnen weerstaan om een foto van Lewinsky met de tekst ‘she had one job and she blew it’ te retweeten?
Nieuws bereikt je tegenwoordig vaak eerder via je sociale online kanalen dan via kranten of nieuwsuitzendingen. Het filmpje van de ‘terrasmeisjes’ (twee Twentse meisjes gedragen zich onbeschoft op een terras en worden daarbij ongevraagd gefilmd) zag je afgelopen zomer eerst voorbij komen op GeenStijl, Twitter of Facebook en daarna pas op in tv in nieuwsbulletins. Tegen die tijd had je allang een mening gevormd en je wellicht zelfs in de discussie gemengd. We hebben door social media allemaal een platform tot onze beschikking om op te publiceren en te ventileren. Het lijkt zelfs een trend te zijn geworden om mensen digitaal aan de schandpaal te nagelen – zoals ook bij de terrasmeisjes het geval was. Lewinsky: “Anderen wreed behandelen is niets nieuws, maar mensen online te schande maken met behulp van technologie is krachtiger, ongecontroleerd en voorgoed toegankelijk.” Met name dat laatste is een zorgwekkend probleem.
Vergeet privé
We doen allemaal weleens iets stoms. Iets waar we later spijt van hebben of waar we op z’n minst van denken: dat was achteraf gezien niet zo’n handige actie. Maar zo lang je niet gefotografeerd wordt terwijl je in een donker hoekje staat te zoenen met Willem-Alexander of een getrouwde voetballer, denk je dat je jouw vlagen van verstands-verbijs-tering stilletjes in je persoonlijke geschiedenisboek kunt wegmoffelen. Dénk je. Want dat is niet zo. Tegenwoordig zijn we allemaal een potentiële Monica Lewinsky: iedereen kan in één klap zijn naam en goede eer aan diggelen zien vallen met dank aan internet. Omdat je iets hebt gedaan en iemand anders daar een mening over heeft op social media. En mensen dat weer zien. En verder vertellen. Aan mensen die ook weer een mening hebben. En voor je het weet, is iets wat klein begon – gewoon, bij jezelf, in je privéleven – ineens trending topic op Twitter en daarmee een gigantisch probleem. Mediapsycholoog Mischa Coster zegt daarover: “Als iets eenmaal losgaat op social media, kun je als individu alleen nog maar waarnemen. Bedrijven hebben complete afdelingen die bezig zijn met damage control, maar als individu lukt dat je niet. De context verdwijnt volledig en wat overblijft is een hoofdboodschap die door de publieke opinie is gecreëerd.”
Eeuwige stempel
Wat gaat er door je heen als je ontdekt dat je de hoofdrol speelt in een filmpje dat viral gaat? Coster: “Na het initiële gevoel van onmacht zijn er twee mogelijkheden. Als het wáár is wat zich verspreidt (je bent echt vreemdgegaan / je hebt echt die opmerking gemaakt / je plaste echt op die stoel) is schaamte de voornaamste emotie – de hele wereld kan meegenieten van jouw stommiteit. Maar als het níet waar is (het is iemand anders op die foto / je bedoelde het niet racistisch / je maakte een grapje met water) dan voert boosheid de boventoon.” Al die verstikkende gevoelens worden overschaduwd door maar één ding: dat dit je de rest van je leven zal achtervolgen.
Coster: “Neem de terrasmeisjes. De meeste mensen zijn hen nu al weer vergeten. Dat is de waan van de dag. Maar op onverwachte momenten – bijvoorbeeld bij een sollicitatiegesprek – kan dit voorval hen nog lang achterna zitten. Dit verhaal zal nooit in hun voordeel werken.” Hoe ze er het beste mee om kunnen gaan? Coster: “Bagatelliseren. Ga er niet te veel op in als zoiets je overkomt en probeer te relativeren: dit was iets kleins dat toevallig onder de loep kwam te liggen. Kan gebeuren, klaar ermee en door. Natuurlijk is dat mak- kelijker gezegd dan gedaan. Met name als je gevoelig bent voor sociale bevestiging kan zoiets er keihard inhakken.” Getuige de hartjes en likes die we allemaal onder onze selfies verlangen, zijn er tegenwoordig maar weinig mensen in staat om zo’n klap eenvoudig te verwerken.
Ventileren
Silvana Hagge, nog zo’n voorbeeld. Tim den Besten schreef vorig jaar de legendarische column ‘Quinoakutten’, die viral ging om positieve redenen. Des te stommer dat Silvana Hagge, columniste in een Drents sufferdje, de tekst bijna letterlijk overnam, haar eigen naam eronder zette en het
als eigen werk publiceerde. #Silvanagate was geboren toen Tim dat ontdekte en op Twitter plaatste. Silvana ging diep door het stof: “Ik ben ongelooflijk dom geweest en daar wil ik mijn excuses voor aanbieden.” Maar ze kaartte ook aan hoe heftig de online reacties voor haar waren geweest: “Normaal gesproken ben ik een groot voorstander van social media, totdat ik zelf een negatief onderwerp van gesprek werd. Grotendeels terecht misschien, maar daarom niet minder pijnlijk.” Tim had niet voorzien wat zijn post teweeg zou brengen, zei hij in de Volkskrant: “Ineens zag ik haar telefoonnummer en adres voorbij komen in tweets. Dat vond ik erg, maar toen had ik er al geen invloed meer op. Die shitstorm was echt heftig.”
Tim was ineens de uitverkoren leider van een hetze, zonder dat hij daar specifiek om had gevraagd. Waarom kunnen onderwerpen op social media zo snel escaleren? Daniel Trottier, assistent-professor media en communicatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: “We zijn in het echt vaak heel netjes. We zullen niet zo snel aanbellen bij de buren om te klagen over geluidsoverlast. Maar door social media kun je je nu publiekelijk uitspreken over zaken waar je problemen mee hebt zonder iemand onder ogen te hoeven komen. Dat doet iedereen dan ook. Vooral over precaire onderwerpen die we tot voor kort
alleen met vrienden bespraken. We willen onze stem laten horen en bevestiging voor onze frustratie vinden. Daarnaast hebben we nog steeds het idee dat we dat online anoniem kunnen doen. Dat werkt allang niet meer zo, maar daar staan we te weinig bij stil.”
Basisinstinct
Wat ook anders is dan tien jaar geleden, is dat we continu online zijn. Trottier: “We hebben altijd onze telefoon bij ons en kunnen dus meteen actie ondernemen als er iets gebeurt wat ons niet aanstaat. Ergens een foto van maken, een mening uiten, iets delen wat we zien – de stap is snel gemaakt om woede of frustratie online te posten.” Door die toegankelijkheid gaan we ook makkelijk mee in de mening van anderen. Voor we het weten, vinden we het net zo ‘OMG!’ als de rest en hebben we een vlammende comment geplaatst, iets gedeeld of gere-tweet. En dan maar weer verder scrollen – tot we wéér iets tegenkomen waarover je je lekker druk kunt maken.
Duidelijk is dat we daarbij niet genoeg nadenken over de gevolgen van ons handelen. Trottier: “Social media zijn redelijk nieuw. Omdat we er niet mee opgegroeid zijn, overzien we nog niet helemaal wat onze acties teweeg kunnen brengen. We handelen uit een soort basisinstinct en ontdekken gaandeweg de regels en gevolgen. Alles is een first.” Dat iemand ontslagen kan worden door een tweet, dat een bericht binnen enkele minuten mensen aan de andere kant van de wereld kan hebben bereikt, dat 140 tekens 100.000 keer geretweet kunnen worden – we moeten het allemaal nog leren. Trottier: “Ik hoop dat we daar snel beter in worden. En dat we gaan nadenken voordat we delen, vooral in momenten van woede.”
Medeleven helpt
Goed, het is dus een leerproces. Maar wat doen we in de tussentijd? Monica Lewinksy gelooft dat een kleine groep het verschil kan maken. “In plaats van als onverschillige buitenstaander een discussie te volgen, kun je ook positief commentaar plaatsen of rapporteren dat er ergens iets gebeurt wat uit de hand loopt. Neem maar van mij aan: medeleven helpt om negativiteit te verzachten.” Zo denkt Trottier er ook over: “Je online zichtbaarheid maakt je kwetsbaar. Maar het kan ook een wapen zijn om er iets goeds mee te doen.”
Natuurlijk zie je dingen voorbijkomen op social media die zo dommig of schokkend zijn dat je het gevoel hebt dat je daar iets mee ‘moet’. Maar je moet helemaal niks. Behalve goed nadenken voordat je verder actie onderneemt. Sta even stil bij wat de gevolgen zouden kunnen zijn, al is het maar een paar seconden. Om af te sluiten met Monica Lewinsky: “We hebben het vaak over ons recht op vrijheid van meningsuiting. Maar we zouden het meer moeten hebben over onze verantwoordelijkheid ten opzichte van die vrijheid.” Dát zou eigenlijk viral moeten gaan.



Delen