De hoffelijkheid van de man

In films zie ik het maar al te vaak: mannen die hun date verrassen met rozen of een doos bonbons. Die hun dames kushandjes geven en het portier van de auto openen als ze in wil stappen. Maar de kerels met wie ik heb gedate vertoonden dit hoffelijke gedrag niet. Weet de Nederlandse man nog wel hoe het moet?

Romantiek in de jaren ’50
Misschien date ik met de verkeerde mannen. Misschien ben ik te romantisch. Maar ik krijg de indruk dat de Nederlandse man nog maar weinig hoffelijk is. Ik stel me zo voor dat heren in de jaren ’50 nog erg romatisch waren. Een vrouw het hof maken, dat was gebruikelijk. Je nam haar mee naar de chique tent om de hoek, want dat zou beslist indruk op haar maken. Je haakte je arm in de hare en zei dat ze er prachtig uit zag. Zij bloosde, en als man wist je dan dat je het goed had gedaan.

Mijn foute kerels
Tegenwoordig bespeur ik nog maar weinig van die zojuist beschreven romantiek en hoffelijkheid. De mannen met wie ik heb gedate hadden het in ieder geval niet in zich. Er was er een die me op het eerste afspraakje door heel Amsterdam liet fietsen, terwijl hij lekker achterop zat. Dan had je nog de vent die zich na ons etentje over het bonnetje boog om uit te rekenen voor hoeveel geld ik had gegeten, want tja, dat moest ik zelf gaan betalen. En dan was er nog die jongen die in de morgen wel zijn eigen ontbijt klaar maakte, maar mij slechts aanwees waar het brood lag. Romantisch.

Turkse mannen
Daarom was ik ook uiterst verbaasd toen ik op vakantie in Turkije opeens bedolven werd onder de hoffelijkheid. Mijn stoel werd aangeschoven, ik kreeg een rode roos, de deur werd voor me open gehouden en drankjes zelf betalen was niet aan de orde. Sterker nog, het uberhaupt voorstellen was onbeleefd. Ik beschouw mezelf als een aardig geemancipeerde vrouw, maar zo in de watten gelegd worden vond ik heerlijk. En ik weet zeker dat er in Nederland ook zulke romantische mannen zijn. Ik moet alleen de juiste treffen. Is dat jullie al gelukt?