Denise: ‘In één weekend dronk ik makkelijk dertig glazen weg’

alcoholist

Elke vrijdag vragen de collega’s van advocaat-stagiaire Denise (26) of ze meegaat cocktails drinken om het weekend in te luiden. En elke week verzint ze opnieuw een smoes, omdat ze niet durft te vertellen dat ze alcoholist is. Sinds haar twaalfde.

‘Mijn handen voelden klam, mijn hart klopte bijna uit mijn borst. Ik wist dat alleen een flink glas wodka ervoor kon zorgen dat ik me beter zou voelen. Maar ik wist ook dat het dan niet bij één glas zou blijven. Ik ben pas 26, maar ik kan al terugkijken op een geschiedenis van veertien jaar drankmisbruik. ‘Nou, dat was wel even schrikken zeg,’ zei mijn collega Bart, die me te hulp was geschoten. Een cliënt van het advocatenkantoor waarvoor ik werk was even daarvoor behoorlijk agressief geworden toen ik hem wat minder leuk nieuws moest mededelen. Hij was inmiddels de deur uit, maar ik zat nog na te trillen op mijn stoel. ‘Ik zou je bijna een borrel aanbieden, maar dat kunnen we beter na werktijd doen,’ ging Bart verder. ‘Wacht maar, dan haal ik een kop thee voor je. Kun je een beetje bijkomen.’ Ik toverde een flauw glimlachje op mijn gezicht. Hij moest eens weten.’

Aan de wijn met mama

‘Mijn eerste glas wijn dronk ik toen ik een jaar of tien was. Ironisch genoeg was het mijn bloedeigen moeder die mijn glas vol schonk. Ze wilde met me toosten op mijn goede rapport. Het was of ik het ontbrekende puzzelstukje van mezelf had gevonden. Ik vond de smaak oké, maar het effect dat het op me had, vond ik geweldig. Ik woonde alleen met mijn moeder, mijn vader heb ik nooit gekend. Ik ben het resultaat van een vakantieliefde, van toen ze op haar zeventiende voor het eerst alleen naar Frankrijk ging. Ze was nog zo jong. Een kind met een kind. Al kon ik dat toen ik klein was natuurlijk niet in dat perspectief zien. In plaats van een positief rolmodel, iemand die me vertelde wat goed en slecht was, was mijn moeder voor mij een oudere vriendin. Een die me liet drinken wat ik wilde, wanneer ik wilde. Sterker nog: al in mijn puberjaren dronken we regelmatig samen een fles wijn leeg. Daar was niets raars aan, zei mijn moeder. In Frankrijk dronken kinderen al vanaf hun zesde met de volwassenen mee. En ik was nu eenmaal half Frans, dus vanaf mijn twaalfde kon het al helemaal geen kwaad, voegde ze er dan vaak met een knipoog aan toe.

Omdat alcoholgebruik zo normaal leek in de situatie waarin ik opgroeide, duurde het een aantal jaren voordat iemand suggereerde dat ik een probleem had met drank. Ik was achttien toen mijn toenmalige vriend voorzichtig hintte op het feit dat ik wel erg veel dronk. Na ons eindexamen was mijn vriendengroep enigszins uit elkaar gevallen. Een voor een waren mijn vrienden en vriendinnen zich gaan focussen op wat ze verder wilden in het leven. Of dat nu een studie was, hun eerste baan, of het maken van een reis. Ze verdwenen voor een groot deel uit mijn leven, dus omringde ik mezelf voornamelijk met gelijkgestemden: mensen die ik in de kroeg ontmoette en die niet verblikten of verbloosden als ik op een avond tien glazen wijn, bier of wodka wegtikte. Dat deden ze zelf namelijk ook. Voor mij was dat normaal. In gezelschap, maar net zo goed als ik een avond alleen was. Als mijn vriend na een avondje stappen de volgende dag braaf aan de spa en de cola zat, zat ik aan de tonic. Maar niet zonder een fles gin erbij. Zijn opmerkingen wuifde ik weg. Ik had helemaal geen probleem, vond ik.’

Ontslagen vanwege een alcoholwalm

‘Het ging van kwaad tot erger, tot ik in een weekend zo’n dertig, veertig glazen dronk. Doordeweeks was dat ongeveer de helft, zodat ik nog enigszins normaal kon functioneren als receptionist bij een grote bank. Althans, dat dacht ik. Totdat ik bij de manager werd geroepen. Ik werd ontslagen. De reden? Er waren tientallen klachten gekomen van klanten, over de alcoholwalm die om me heen hing. Dat was schrikken. Eindelijk begon het me te dagen dat mijn vriend weleens gelijk kon hebben. Misschien had ik wel een probleem en dronk ik echt buitensporig veel? Op internet las ik dat je strikt genomen al alcoholist bent als je gemiddeld vier glazen alcohol per dag drinkt. Daar zat ik ver overheen. Vier glazen waren voor mij een aperitief, en dan moest het hoofdgerecht nog komen.

‘In één weekend dronk ik makkelijk dertig glazen weg’

Toen ik een aantal heftige ruzies met mijn vriend kreeg als gevolg van een kwade dronk, besloot ik dat het genoeg was. Mijn moeder was inmiddels verhuisd. Ze had een nieuwe vriend bij wie ze was ingetrokken. Ik was in ons oude huis gebleven. Ons contact stond al op een laag pitje omdat ze nogal ver weg was gaan wonen, maar het leek of ik door de afstand ineens ook dingen helderder begon te zien dan toen we nog onder één dak woonden. Hoe ouder ik werd, hoe duidelijker ik begon te beseffen hoe destructief haar invloed op mijn leven was geweest.

Ik dacht toen nog, heel naïef, dat als ik wat hulp zou krijgen ik binnen een paar weken wel zou leren om op een verantwoordelijke manier met drank om te gaan. De huisarts dacht er echter wat minder makkelijk over. Al snel maakte hij me duidelijk dat ik een serieus probleem had en dat ‘een beetje drinken’ geen optie was. Althans niet in mijn geval. Ik was er op mijn beurt nog niet klaar voor om dat te erkennen. Mijn zelfmedelijden betreffende mijn jeugd ging ontzettend goed samen met drank, en het is meer dan eens voorgekomen dat mijn vriend me thuis aantrof in een plas van kots en wodka. Ik kreeg het maar niet voor elkaar om nuchter te blijven, al had het me mijn baan gekost en dreigde nu ook nog eens mijn relatie in zwaar weer te raken.’

Altijd verslaafd

‘Het dieptepunt bereikte ik toen ik op een festival was en out ging op het chemisch toilet. Ik had zo veel gedronken dat, toen ik wakker werd in het ziekenhuis, ik een gat van anderhalve dag in mijn geheugen had. Mijn vriend vertelde me dat iemand me uit de Dixi had gesleept, en dat ik bewusteloos in de regen lag totdat ik op een EHBO-brancard was weggevoerd.

De blik in zijn ogen vertelde me wat ik diep vanbinnen al wist. Ik moest stoppen met alcohol. Volledig en zonder uitstel. Anders zou het me een stuk meer gaan kosten dan mijn relatie. Het zou een understatement zijn om dat moment een keerpunt te noemen. De knop was echt om, maar dat wil niet zeggen dat het makkelijk was om te stoppen.

Ik moest leren wie ik was zonder drank. En omdat ik zo jong was toen ik begon met drinken, had ik geen enkele herinnering aan een leven zonder die roes die alles dempte en verzachtte. Ik zal dus nooit beweren dat het makkelijk is wanneer je eenmaal de beslissing hebt genomen om te stoppen. Het was een gevecht en dat is het nog steeds, vaker dan me lief is. Gelukkig kwam ik erachter, met de steun van mijn vriend en de hulp van een goede psycholoog en verslavingsarts, dat ik eigenlijk heel andere dingen in het leven wilde dan mezelf avond aan avond laveloos zuipen. Ik merkte tot mijn eigen verrassing zelfs dat ik best ambitieus ben.

‘Ik moest leren wie ik was zonder drank’

Ik slaagde voor het toelatingsexamen voor een hbo-opleiding en na een jaar kon ik overstappen op de universiteit. Mijn vrije tijd vulde ik met hardlopen, waar ik tijdens mijn ‘herstel’ een passie voor had ontwikkeld. En de moeilijkste momenten vulde ik met bijeenkomsten bij de AA. Ik ben er ongelooflijk trots op dat ik kan zeggen dat ik inmiddels ruim vier jaar clean ben. Vooral omdat alcoholisme echt een gevecht is. Een gevecht dat ik misschien niet meer dagelijks, maar zeker nog wekelijks met mezelf voer. Het is namelijk echt waar wat ze zeggen: als je eenmaal verslaafd bent, zal je dat altijd blijven. Ook al gebruik je niet meer. En ja, dat geldt net zo goed voor alcohol als voor drugs. Alleen al daarom ben ik trots op wat ik heb bereikt.’

Kiezen tussen twee kwaden

‘Vorig jaar heb ik mijn grote droom waargemaakt en ben ik gaan werken als advocaat-stagiair bij een prestigieus advocatenkantoor. Als alles goed gaat kan ik me over enkele jaren vestigen als zelfstandig advocaat. Iets wat ik nooit had durven dromen toen ik nog elke dag tot diep in de middag mijn roes van de vorige avond uitsliep. Het enige wat me dwarszit, is dat ik moet liegen tegen mijn collega’s. Natuurlijk zou ik eerlijk kunnen zeggen dat ik een alcoholist ben. Maar ik weet nu al hoe zij daarop zouden reageren. Al mijn collega’s komen uit het soort milieu waar dingen als alcoholmisbruik en verslaving iets uit een andere wereld lijken. Hoezeer ze het ook zouden proberen te begrijpen, ik weet zeker dat ik daarna met andere ogen bekeken zal worden. Dat risico wil ik niet lopen. Daarom verzin ik steeds weer smoezen om niet mee te hoeven naar vrijdagmiddagborrels of kantoorfeestjes. Ik mis het gevoel van aangeschoten of dronken zijn niet. Ik voel me oprecht beter nu. Fysiek en geestelijk. Maar ik vertrouw mezelf nog niet genoeg om te zeggen dat ik niet in de verleiding zal komen. Dus als ik moet kiezen tussen twee kwaden, dan kies ik voor de leugen in plaats van voor de drank.’

Het interview met Denise komt uit VIVA 2-2018. 

Beeld iStock