In bed met Dennis van de Ven: ‘Voor de humor is het goed om het randje op te zoeken’

in bed met dennis van de ven

De typetjes die Dennis van de Ven (48) in Draadstaal neerzet, laten Tatum vaak in haar broek piesen van het lachen. Gelukkig blijkt hij ook ‘als zichzelf’ bijzonder geestig, ontdekt ze als ze met hem in bed duikt. 

Hoe kan het toch dat iedereen weet wie Jeroen van Koningsbrugge is, met wie je al 25 jaar samenwerkt, maar niet iedereen de naam Dennis van de Ven kent? Vind je dat nooit irritant?

‘Kijk, ik vind het fantástisch om dingen te maken en ik heb eigenlijk niets met ‘beroemd zijn’. Ik vind dat eerder lastig. Maar dat wil ik niet te veel naar buiten communiceren, want bevestigen dat je het niks vindt, is ook weer zoiets. Ik schrijf veel en het meeste wat ik schrijf, is beschouwend. Ik sta gewoon liever aan de zijlijn dan dat ik er inzit. Maar toen Jeroen en ik een nummer 1-hit scoorden met Zou zo graag, kon ik niet meer aan de zijlijn staan. In de supermarkt gingen mensen in mijn buurt winkelen, fans stonden voor de deur… Dus toen ben ik ook geen spelletjes meer gaan doen op televisie en van Facebook afgegaan, omdat ik dacht: het liefst maak ik dat wat ik zo graag wil maken – zolang het mag – en dáár mag iedereen naar kijken.’

Ik kijk heel graag naar de typetjes die je speelt in Draadstaal, vooral de vrouwelijke personages in de parodie op First dates: briljant!

‘Die First dates-sketches zijn allemaal geïmproviseerd, niets is gescript. Het enige wat we van tevoren bespreken, is wat voor een personage we spelen. Nadat er ‘actie’ is geroepen, gaat het vanzelf. Het leuke daarvan is dat Jeroen en ik merken hoe goed we inmiddels op elkaar zijn ingespeeld.’

Vind jij jezelf ook zo grappig?

‘Als ik iets schrijf, kan ik wel genieten van mijn vindingrijkheid. Ik heb een creatieve geest en soms ben ik heel grappig. Maar een grap maken, is bij mij niet per se een doel op zich. Bij Draadstaal proberen we naast toegankelijke, grappige sketches de ontroering te zoeken. Want op het moment dat jij naar een sketchprogramma kijkt en denkt: aha, er komt nu een grap, en je weet ineens een speld in de ontroering te prikken, dan staat die deur onbewaakt open en levert het onverwachte juist humor op.’

Was jij als klein jongetje – in het Limburgse plaatsje Swalmen – al grappig?

‘Als klein jongetje was ik zéker grappig. Elke zondagochtend speelde mijn vader bandrecorders van Freek de Jonge af. Niet alle teksten begreep ik, maar bij een kind werkt het zo dat als je je ouders ziet lachen, je dat ook zelf wilt bewerkstelligen. Ik wilde Freek de Jonge zijn. In de bibliotheek huurde ik alles aan cabaret, ik luisterde het tot ik erbij in slaap viel. Twee dagen later kende ik dan alles uit mijn hoofd. Ik kan me mijn eerste zelfgemaakte grap nog herinneren: als tienjarige stond ik met mijn moeder bij de bank, waar zij geld stortte. Ik kwam net boven de toonbank uit, had de grap al in mijn hoofd en wachtte het moment af. ‘Kun je bij een spermabank eigenlijk ook rood staan?’, vroeg ik de bankemployee. Mijn moeder schoot in een stuip, die man kreeg een rood hoofd en ik dacht: ah, zó moet het dus.’

Lees ook:
In bed met Yuki Kempees: ‘Ik stond erbij als een soort lul’

Op die leeftijd wist je wat een spermabank is?

‘Nee, maar waarschijnlijk was het weleens ter sprake gekomen en voelde ik dat daar een scherp randje aanzat. Ik wist: voor de humor is het altijd goed om dat randje even op te zoeken.’

Was jij de leukste thuis?

‘Ik heb twee broers en een zus, ik denk dat zij zich op een gegeven moment enigszins aan mij gestoord hebben, omdat ik thuis voortdurend het podium pakte. Mijn ouders konden het wel waarderen en stimuleerden me ook. Maar op de middelbare school sloeg het wat door en werd de manier waarop ik dacht grappig te zijn misschien een beetje irritant. Dat hebben ze er op de toneelschool hardhandig uit geramd. Daar wilde ik ook heel graag een dramatische kant laten zien. Halsstarrig probeerde ik emoties op te roepen, veel te bombastisch. Hoe dramatischer ik probeerde te zijn, hoe lachwekkender het werd. Daar begon mijn zoektocht naar hoe ik ook een andere snaar kon raken, in plaats van altijd maar de hele tijd de lolbroek te zijn.’

Je groeide op als zoon van snackbarhouders, hoe was dat?

‘Ik was veertien toen mijn ouders voor het eerst een snackbar hadden. Op die leeftijd denk je: dit is het paradijs, en ik wóón nu in het paradijs! Op een gegeven moment was mijn moeder alleen maar aan het werk, dus we aten eigenlijk elke dag patat, ik bleef het lekker vinden. Ik wilde álles met die snackbar en begon met het snipperen van uien, waar ik een specifieke techniek voor had, zodat het mooie blokjes werden. ‘Dat doe je zo goed’, zei mijn moeder, ‘vanaf nu mag jij dat altijd doen.’ Tijdens mijn middelbare schoolperiode werkte ik dagelijks in de snackbar, alleen op woensdag waren we gesloten.’

‘Dus ik stond de hele week van die grote Spaanse uien te snipperen en dat sap trok helemaal in mijn vingers. Op warme zomerdagen, als je dan een beetje zweterig in de klas zat, kwam dat sap er ook weer uit. Mijn grootste angst werd: ik ruik gewoon de hele tijd naar ui. Op een gegeven moment zat ik naast het mooiste meisje in de klas, met de meest prompte boezem die je je maar kunt voorstellen. We vonden elkaar wel leuk, maar ik durfde niets te doen. Ik was zó bang dat ik stonk… Pas vanaf mijn negentiende durfde ik iets te doen op dat vlak.’

Vóór je negentiende had je nooit getongzoend omdat je bang was naar uitjes te ruiken?

‘Nou, tongzoenen wilde nog weleens gebeuren, op carnavalsfeesten. Maar op mijn negentiende ben ik ontmaagd. Ik zat op de toneelschool en kreeg iets met een dame die twee klassen hoger zat, de diva van de toneelschool. Ik weet niet hoe, maar blijkbaar had ik haar versierd: op een avond gingen we samen wat drinken in de kroeg. Ik kon niet meer terug met de trein, ging met haar mee naar huis en in één avond heb ik meteen alle jaren ingehaald. Het werd een vaste relatie van tweeëneenhalf jaar.’

Heb je vaak humor ingezet als versiertruc?

‘Je kunt wel een mooiboy zijn, maar als er verder weinig te lachen valt… Vroeger vond ik mezelf het lelijke eendje. Ik was klein, een beetje dik… van mijn uiterlijk moest ik het niet hebben. Pas op mijn negentiende schoot ik de lengte in. Op de toneelschool moet je dan in een strakke maillot voor de spiegel staan en zegt de docent: ‘Kijk naar dit lichaam, daar moet je van gaan houden’. Op dat moment had ik nog geen idee hoe mijn lichaam werkte. Ik zag een slungel met een grote rode bril, die denk ik bang was en dat compenseerde met grapjes. Hardop zei ik: ‘Mag ik ook van dat van haar houden?’, wijzend naar een klasgenote.’

‘Dus humor werkt wel degelijk, maar het is niet zo dat ik een knop aanzet, die grap is de hele dag aan de hand. Voor mezelf is dat best vervelend: ik ben altijd druk in mijn hoofd. Want daar bestaan continu twee parallelle werelden: tragedie en komedie. Waar ik ook naar kijk, alle doemscenario’s komen voorbij en tegelijkertijd zal ik altijd het komische ervan inzien, omdat dat me ook weer verlichting geeft. Als ik met een vrouw date, is dat ook aan de hand. Al moet ik zeggen dat ik op een gegeven moment best een goede verleider werd. Dat heeft deels te maken met grappig zijn, maar vooral ook met… Kijk, jij ervaart nu iemand die vol is van zichzelf en continu doorlult, maar ik weet dat het ook verstandig is om af en toe een wedervraag te stellen, of een stilte te laten vallen… Maar humor is wel een van de ‘smeermiddelen’, ja.’

Tekst In bed met Dennis van de Ven: Tatum Dagelet | Foto’sYasmijn Tan
Met dank aan Hotel de Hallen

De hele ‘In bed met’ met Dennis van de Ven lees je in VIVA-16-2021. Deze editie ligt vanaf 21 april in de winkel of lees je hieronder verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!