Dierendokter Pim: ‘Altijd de restjes goed opruimen’

dierendokter pim

Toen Pim was afgestudeerd als dierenarts, koos hij niet voor een baan bij een praktijk. Nee, Pim besloot dierenarts aan huis te worden. En dat brengt een heel andere dimensie met zich mee: naast de dieren, leert hij ook de baasjes en hun huis kennen. Dat zorgt voor een hoop gekke, grappige, bijzondere en verdrietige situaties. In zijn boek Dierendokter Pim deelt Pim deze unieke gebeurtenissen die hij als dierenarts heeft mogen meemaken met zijn patiënten en hun baasjes. Speciaal op VIVA.nl mogen we één van zijn hoofdstukken alvast publiceren. Benieuwd naar het boek? Dat is hier verkrijgbaar.

‘Dit is echt niks voor hem, normaal staat hij al te springen bij de voordeur als de bel gaat.’
Ik ben bij Diesel en zijn baasje. Diesel, een Amerikaanse staffordshireterriër van zeven jaar oud, wil sinds gisteravond helemaal niets meer. Hij ligt voor pampus in zijn grote zwarte hondenmand, wil niet wandelen en is helemaal niet zichzelf. De hond die ik hier nu voor me zie lijkt totaal niet op een hond die überhaupt nog kan springen. Ik kniel naast de hondenmand. Diesel ligt met zijn kop tussen zijn voorpoten in een diepe slaap. Ik geef hem een aai over zijn kop. Langzaam opent hij zijn rechteroog. Hij volgt me een beetje, maar hij neemt niet de moeite om zijn kop op te tillen. Hier is duidelijk iets niet in orde.
Vanmorgen ging stipt om negen uur de telefoon in de kliniek. Er werd gebeld voor een afspraak in Amsterdam. De klachten: een hond van zeven jaar oud die sinds gisteravond praktisch niets meer wil eten en heel suf is. De assistente belde mij direct om te vragen of ik eerst langs deze afspraak kon rijden. Ik was nog niet onderweg en de andere afspraken in de agenda hadden geen haast. Ik kon dus gelukkig direct even langsgaan. Het is bij een hond met deze symptomen altijd even afwachten wat je aantreft. Er zijn veel mogelijke oorzaken voor deze symptomen. Ernstige, zoals een interne bloeding of een vergiftiging bijvoorbeeld, maar gelukkig ook minder ernstige, zoals een infectie met koorts waardoor hij sloom is en niks wil doen. Ik stapte direct in de auto en reed richting Amsterdam-Zuid.

‘Ik bel nog een keer, maar weer geen reactie.’

Een klein halfuur later kom ik aan. Ik moet een stukje lopen omdat het appartement niet met de auto te bereiken is. Bij de portiek druk ik de deurbel in en wacht. Er wordt niet opengedaan. Ik bel nog een keer, maar weer geen reactie. Ik controleer of ik bij het goede huisnummer sta. Ja, het is echt dit nummer. Drie keer is scheepsrecht, zeggen ze, en ik druk de bel nogmaals in. Maar weer doet er niemand open. Ik bel het telefoonnummer dat bij deze klant genoteerd staat. Hij blijft overgaan tot ik de voicemail krijg. Terwijl ik sta te bellen, komt er iemand uit de portiek lopen. De schuifdeur gaat open, dus ik stap snel naar binnen. Nummer 512, de vijfde verdieping. Terwijl ik met de lift naar boven ga, vraag ik me af hoe dit kan. Er is een uurtje geleden gebeld voor deze afspraak en nu is er opeens niemand meer thuis, dat is toch raar?
Ik loop de gang door tot ik aan het einde bij de juiste deur kom. Er hangt een bordje met de tekst pas op: waakhond aanwezig op de rode voordeur. Ik bel aan en hoor een hond blaffen. In elk geval het goede huis, denk ik bij mezelf. Netjes sta ik te wachten tot ik plotseling een sleutel in het slot hoor gaan. Oké, er is dus gelukkig iemand thuis. De deur wordt van het slot gehaald en gaat open. Er staat een jongen van een jaar of vijfentwintig in de deuropening. Hij knijpt met zijn ogen alsof hij net wakker is. Hij heeft geen shirt aan, enkel een joggingbroek.
‘Goedemorgen, ik ben Pim. De dierenarts.’
‘Huh? O, ben je er nu al? Sorry man, ik was weer in slaap gevallen,’ mompelt meneer.
Zonder verder nog iets te zeggen draait hij zich om en laat de voordeur op een kier. Ik zie dit als een uitnodiging dat ik binnen mag komen. Ik stap voorzichtig de gang in en vraag toch even voor de zekerheid of dit kan. Dat waarschuwingsbordje voor een waakhond hangt er meestal niet zomaar. Het komt zeer geregeld voor dat ik honden een muilkorf moet omdoen voordat ik ze ga onderzoeken omdat ze erg waakzaam zijn. Hij lacht een beetje en zegt dat Diesel absoluut niet gevaarlijk is.
In de woonkamer ruikt het naar sigaretten. De tafel staat vol met lege bierflesjes, een paar volle asbakken en er liggen wat pizzadozen.
‘Sorry voor de bende. Er kwamen gisteravond wat vrienden chillen en het is vrij laat geworden.’
Ik laat weten dat dat geen enkel probleem is. Hij loopt naar het raam en zet het open. Toch best lekker, even wat frisse lucht.
Vanaf het raam loopt hij naar de hondenmand die in de hoek van de kamer staat. Daar ligt Diesel. Een mooie, gespierde hond.
‘Hij is absoluut niet zichzelf,’ zegt meneer terwijl hij in zijn ogen wrijft. ‘Normaal had hij je allang begroet en besprongen. Sinds gisteravond wil hij alleen maar slapen.’

‘Diesels oren gaan iets overeind staan en hij tilt zijn kop een beetje op. Staan doet hij echter nog niet.’

Ik zet mijn tas neer, pak de stethoscoop, thermometer en wat glijmiddel en neem naast Diesel plaats op de grond. Ik onderzoek hem vanaf het puntje van zijn neus tot aan zijn staart. Hij heeft een mooie, rustige ademhaling. Zijn hartslag is regelmatig, rond de tachtig slagen per minuut. Dat is prima voor een hond in rust.     ‘Dit gaat hij even wat vervelender vinden,’ laat ik weten, en ik neem zijn temperatuur op. Diesel kijkt echter niet op of om. 38,0 geeft de thermometer aan. Dit is wat aan de laag-normale kant. De lichaamstemperatuur van een gezonde hond is tussen de 38 en 39 graden. Het verdere onderzoek geeft geen afwijkingen en ik geef aan dat ik Diesel graag even wil zien lopen. Meneer loopt naar de keuken en pakt de hondenkoekjestrommel. Hij schudt een paar keer. Diesels oren gaan iets overeind staan en hij tilt zijn kop een beetje op. Staan doet hij echter nog niet.
‘Het is al wel meer reactie dan vanochtend,’ krijg ik te horen.
Ik ondersteun Diesel een beetje om hem in de benen te helpen. Het gaat moeizaam, maar dan staat hij eindelijk. Ik ga een stukje van hem af zitten en roep hem heel enthousiast: ‘Diesel, kom eens… Diesel!’ Hij zet een paar kleine stapjes en blijft dan redelijk wijdbeens stilstaan. Ik loop weer naar hem toe en doe een paar neurologische onderzoekjes. Als eerste start ik met het dubbeltreden. Hierbij plaats ik de ondervoet van de achterpoot in een wat vreemde positie. De hersenen moeten dan een signaal krijgen dat er iets niet helemaal klopt en de hond moet dit in een reflex herstellen door zijn ondervoet weer normaal neer te zetten. Dit heet de correctiereflex. Deze reflex is aanwezig bij Diesel, maar is wel wat vertraagd. De overige reflexen zijn allemaal normaal en ik kan verder weinig bijzonders vinden. Op het feit dat hij wat sloom is na, oogt hij helemaal gezond.
Ik draai me om richting meneer om mijn bevindingen te bespreken. Meneer zit op de bank, met zijn voeten op tafel. Er is maar een klein beetje plek, want de tafel staat vol met spullen van het feestje van gisteravond. Mijn oog valt op de overvolle asbak. Aan de rand zie ik een halfopgerookte joint liggen. Iets verderop ligt een zakje met wat groens op tafel. Is dat een zakje wiet? vraag ik mezelf af. Het lijkt er wel op. Wacht eens even…
‘Een gekke vraag misschien, maar ik moet hem toch even stellen,’ begin ik.
‘Vraag maar raak hoor,’ zegt hij.

   ‘Al lachend vraag ik: ‘Hebben jullie alles opgerui…’ ‘

‘Daar op tafel ligt een joint en wat wiet. Heeft dit er de hele nacht zo gelegen?’ vervolg ik.
Meneer komt omhoog van de bank en kijkt naar de tafel. Ik zie aan zijn gezicht dat hij even aan het zoeken is. Ik wijs richting de asbak. ‘Ja, dat ligt er wel sinds gisteren. We hebben met een groepje maten zitten chillen en wat biertjes gedronken, een jointje gerookt en een spacecake gemaakt.’
‘Een spacecake,’ herhaal ik.
‘Ja, een spacecake,’ zegt hij.
Al lachend vraag ik: ‘Hebben jullie alles opgerui…’
‘Nee, kut joh,’ onderbreekt hij me. ‘Daarom misten we die plakken! Gisteravond, na het eten van de cake, zijn we even een stukje gaan lopen. Er waren nog twee plakken over, die ik in een van de lege pizzadozen had gelegd. Toen we terugkwamen kon ik ze al niet meer vinden. Mijn vrienden dachten dat ik ze voor mezelf wilde bewaren, maar ik wist zeker dat ik ze in die doos had gelegd. Ah shit, denk je dat Diesel ze heeft gegeten? Kan dat kwaad?’
‘Dat denk ik zeker, ja. Hij is op dit moment stoned en dat kan ook de symptomen verklaren. Het kan nu niet meer zoveel kwaad. Het is al een geruime tijd geleden en hij zal zijn roes nu gewoon moeten uitslapen.’ Ik kijk weer even naar Diesel, die opnieuw is gaan liggen. ‘Let in het vervolg wel goed op. Als honden te veel wiet binnenkrijgen, kan dat tot paniekerige situaties lijden. Ze kunnen er angstig van worden, epileptische aanvallen krijgen en ze ervaren stoned zijn niet zoals wij mensen. In sommige gevallen moeten ze worden opgenomen in een kliniek en dan kan het echt fout aflopen.’
Meneer knikt. ‘Ik zal er voortaan echt goed op letten, hoewel ik er zelf ook wel weer even klaar mee ben,’ lacht hij. ‘Het was een heftig avondje.’ Hij staat op van de bank en loopt naar Diesel. Hij ploft op een groot kussen naast de hondenmand. ‘Dieseltje, ben je nu lekker aan het chillen, vriend? Zullen we vandaag dan maar lekker samen onze roes uitslapen?’ Hij pakt Diesel bij zijn kop en geeft hem een dikke knuffel. De hond kijkt even verdwaasd op om te zien wat er allemaal naast hem gebeurt, maar legt dan gauw zijn kop weer neer. Even rustig een dagje bijkomen is in dit geval de juiste behandeling voor hem.
Het zal je verbazen hoe vaak we als dierenartsen in aanraking komen met dieren die dingen hebben gegeten die ze niet hadden moeten eten. Zo ken ik verhalen van collega-dierenartsen die honden moesten behandelen die de ontlasting van junkies hadden gegeten en op die manier onder invloed waren gekomen. En zo ben ik zelf ooit bij een hond op consult geweest, formaat herder, die een tennisbal had doorgeslikt. De tennisbal kwam er bijna in zijn geheel weer uit met de ontlasting, een paar uur voordat ik bij de mensen langsging om de hond te onderzoeken. Ik kan tot de dag van vandaag niet begrijpen hoe die tennisbal de darmen heeft kunnen passeren, maar het is toch echt gelukt en de hond heeft er niks aan overgehouden.

Dierendokter Pim; verhalen van een dierenarts aan huis is voor € 18,99 verkrijgbaar en wordt uitgegeven via A.W. Bruna. Benieuwd naar meer verhalen van Pim Hegeman? Het boek is te verkrijgen via deze link.