Douwe Bob: ‘Door de dood van m’n beste vriend is het alsof er een stukje van mij dood is’

douwe bob

Afgelopen jaar verloor Douwe Bob (28) zowel zijn vader als zijn beste vriend. Muziek sleepte hem door deze moeilijke tijd, zoals te horen is op zijn nieuwe album Born to win, born to lose.

Ben jij geboren om te winnen of te verliezen?

‘Allebei. Net als iedereen. Dat is het leven, toch? We leven in een maatschappij waarin het soms één grote race lijkt, het gaat hard tegen hard, met als enige doel: winnen-winnen-winnen. Maar het is niet erg om af en toe te verliezen.’

Op je nieuwe album staan veel nummers die over je eigen leven gaan. Welke is je het dierbaarst?

‘Het nummer Fine wine, over mijn beste vriend Steven, die een paar maanden geleden is overleden. Ik schreef het al voor hem toen hij nog leefde, maar het heeft nog veel meer kracht gekregen nu hij er niet meer is. Biertje in zijn linkerhand, jointje in zijn rechterhand. Zo hebben ze hem gevonden, thuis op de bank. Uit het niets heeft hij een harstilstand gekregen. Dat is zijn dood geworden.’

Wat heeft dat met jou gedaan?

‘Ik heb het daar zwaar mee, dat merk ik nog steeds. Ik ben in dezelfde periode mijn vader kwijtgeraakt, maar dat was op de een of andere manier niet half zo erg. Het is toch een apart gevoel, als je allerbeste vriend met wie je alles deelt er niet meer is. We waren twee handen op één buik. Het is alsof er een stuk van mij dood is.’

Ben je daardoor anders naar het leven gaan kijken?

‘Het is niet de eerste keer dat de dood zo dichtbij komt, maar het drukt me wel weer met mijn neus op de feiten. Vooral omdat er bij Steven helemaal geen ziektebeeld was, hij is van het ene op het andere moment uit het leven gerukt. Daardoor besef ik extra hoe vluchtig het hele bestaan eigenlijk is. Ik geloof nergens in, dus ik denk ook niet dat Steven ergens op mij wacht. Je kunt denken: waar leef je dan nog voor? Maar er zit ook een zekere schoonheid in, want al mijn beslissingen komen puur en alleen voort uit humanistische overwegingen. Als ik iets doe, dan doe ik dat omdat ik dat wil, niet omdat ik bang ben om afgestraft te worden door een god. Dat vind ik een mooi idee.’

Je vader riep vroeger al dat jij artiest moest worden. Waar kwam dat vandaan?

‘Dat kwam uit hemzelf. Mijn vader was muzikant en ontwerper, wat hij volledig op mij projecteerde. Het was hetzelfde als dat je in sommige families advocaat of dokter moet worden. Mijn vader was niet blij geweest als ik daarvoor had gekozen. De man had een onwijs groot ego en ik denk
dat hij vooral geluk heeft gehad dat het uitpakte zoals hij dat wilde, vanuit zijn kunstenaarsvisie.’

Lees ook:
Edson da Graça: ‘Ik ben een pleaser en daar baal ik van’

Door de scheiding van je ouders viel jouw jeugd uiteen in twee werelden: orde bij je moeder, chaos bij je vader. Hoe was dat voor jou?

‘Bij mijn moeder werd ik in de watten gelegd. Ze was heel lief en zorgzaam, met structuur hoog in het vaandel. Eigenlijk alles wat ik bij mijn vader niet had. Hij was er wel voor me, maar hij is niet voor niets aan de ziekte van Korsakov overleden. Dat krijg je niet van water drinken. Als kind onderga je dat, ik heb geen broers of zussen, dus ik moest wel. Ik denk dat ik geluk heb gehad dat mijn karakter daarmee kon dealen. Daardoor heeft het me veel opgeleverd. Ik heb van mijn vader de liefde voor kunst geleerd, de liefde voor wilde dingen, voor nadenken. Hij was een heel intelligente man.’

Je omschrijft jezelf als een in zichzelf gekeerd kind, dat alleen maar piano zat te spelen. Dat klinkt niet alsof je gelukkig was.

‘Nee, ik was een ongelukkig kind dat werd gepest, omdat ik introvert en wit was. Als je in die tijd als Hollandse jongen op een school in de Amsterdamse Diamantbuurt zat, was dat een dingetje. Ik was de uitzondering, in alles. Op mijn zesde was ik al bezig met pianospelen, op mijn tiende gaf ik een spreekbeurt over de evolutietheorie. Dat is toch iets anders dan een verhaaltje vertellen over Pokémon. Niet dat ik me verheven voelde, mijn interesses sloten gewoon niet aan op die van mijn klasgenoten. En kids zijn fokking hard joh, het was echt een jungle.’

Vanaf welk moment begonnen de puzzelstukjes van je leven op hun plek te vallen?

‘Eigenlijk pas rond mijn negentiende, toen ik De beste singer-songwriter van Nederland won. Dat was een ommekeer in mijn leven, alsof ik een soort wedergeboorte had. Je moet je voorstellen dat ik als kind al koos voor een vak dat niet wordt gezien als een vak. De popkant die je tegenwoordig op het conservatorium hebt, was er in die tijd nog niet. Ik heb mezelf onderwezen, speelde vanaf mijn veertiende al in kroegen en werkte daarnaast in de keuken en achter de bar om rond te komen. Een pittige tijd, waarin ik niet echt werd begrepen, omdat wat ik wilde niet werd erkend als baan. Totdat ik in De beste singer-songwriter van Nederland zat. Ik speelde geen andere nummers dan daarvoor, maar ineens vonden mensen het wel fantastisch. Ik ben alleen maar blij dat het zo is gelopen, maar het blijft raar, dat je er ineens toedoet omdat je op tv bent geweest.’

Ging je naast je schoenen lopen?

‘Nee, ik heb altijd geprobeerd om alles wat er gebeurde met een korreltje zout te nemen. Het is heel relatief hè, bekendheid in Nederland. Eigenlijk stelt het niets voor, dus ik snap ook niet hoe iemand hier naast zijn schoenen kan gaan lopen. Dan moet je wel erg ver heen zijn.’

Tekst: Fleur Baxmeier | Foto’s: Maaike van Haaster
Met dank aan: IJver Amsterdam

De gehele ‘Leuke man’ met Douwe Bob lees je in VIVA-21-2021. Deze editie ligt vanaf 26 mei in de winkel.
Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?