Elise Schaap: “Ik ben geen feestbeest”

elise schaap

Actrice Elise Schaap is overal. Niet alleen is ze te zien als Rachel Hazes in de musical Hij Gelooft In Mij, ook speelt ze in de film Afscheid van de Maan én gaat ze schitteren als Pools importbruidje in de nieuwe serie van Linda de Mol, De familie Kruys. In VIVA vertelt ze over haar liefde voor acteren, én de liefde zelf.

“Ik was zelf eens verliefd op een ander. Dat was lastig, Wouter (de Jong, ook acteur, red.) en ik zijn ook even uit elkaar geweest. Ik kan niet uitsluiten dat zoiets ooit weer gebeurt, maar ik ben niet voor een vrije relatie. Sterker nog, juist door die situatie weet ik nu: mijn relatie met Wouter is het helemaal. Hij is degene met wie ik mijn leven wil delen.”

Waar zit ’m dat in?
“Wij zijn bijna negen jaar samen, en we zijn nog steeds nieuwsgierig naar elkaar, geïnteresseerd. Dat vind ik mooi. Ik vind Wouter ook een heel leuk iemand. Hij zit nooit stil, blijft zich ontwikkelen. We hebben elkaar leren kennen op de toneelschool en hij speelt nog wel, maar als acteur moet je vaak afwachten, en daar had hij geen zin in. Hij is een aanpakker en is zijn eigen traject gaan volgen. Na de toneelschool volgde hij een opleiding tot mindfulness trainer. Dat Wouter alleen maar dingen wil doen die hij leuk vindt, bewonder ik. Ik denk dat het ook daarom werkt tussen ons, we kunnen met elkaar meebewegen in de routes wie we afleggen. Mijn drukke leven begrijpt hij ook.”

Je werkschema is overvol. Hoe zorg je dat je ontspannen blijft?

“Ik ben geen feestbeest. Zodra ik vrij heb, doe ik niks. Een boekje lezen, wandelen of naar de sauna. Ik leef best gedisciplineerd. Als ik in het weekend vier voorstellingen moet spelen, tik ik de avond ervoor geen flessen wijn weg. En, heel belangrijk: ik plan goed mijn vakanties in. De hele maand augustus ben ik vrij. Dan gaan we naar Bali. We reizen graag. Heerlijk, je hoofd leegmaken en zo veel mogelijk plekken zien.”

Meer weten van Elise? Het volledige interview lees je in de nieuwe VIVA 27, die nu in de winkels ligt.
Beeld: Wout-Jan Balhuizen