ERNST BLOGT: PAPA

We rijden naar ons kantoor in Gulu. Over de stoffige wegen van Noord Oeganda. Ik snak naar een biertje; het is al maanden droog, heet en bijna niet te harden. Door het gehobbel in de auto doezel ik in. En herbeleef het gesprek van net.

Oorlog is voorbij
Mijn collega Janet en ik waren op een van de scholen waar War Child mee samenwerkt. Regelmatig ga ik daarheen om te kijken of ons werk nog aansluit bij de situatie hier in Noord Oeganda. De oorlog is nu een paar jaar voorbij. Mensen leven in vrede, maar worden nog dagelijks herinnerd aan wat zich twintig jaar lang afspeelde. De gruweloorlog met Joseph Koney (ja, die van die film) heeft diepe sporen achtergelaten in de infrastructuur en de omgeving. Maar vooral in de mensen.
Leven ná de oorlog komt soms nog harder aan dan leven in oorlog. Tijdens oorlog gaat het om op ware ‘oerkrachten’ overleven. Als bobo’s dan een handtekening weten te zetten onder een vredesakkoord is dat mooi, maar dan begint het. Het wederopbouwen. Het reflecteren op wat er is gebeurd. Misschien een slechte vergelijking, maar ik gebruik soms het voorbeeld van een heel druk jaar hebben. Een jaar dat je zonder problemen doorloopt, maar dan tijdens een week vakantie wordt je ineens ziek. Alles komt er dan uit. Dat gebeurt hier ook; blij met de rust, maar onrustig in het hoofd.

Struggelen met identiteit 
Janet en ik zoeken de verkoeling op in de schaduw van een grote mangoboom. Met een aantal leraren bespreken we hoe het gaat met de kinderen. We horen hoe door sport en spel kinderen leren omgaan met hun emoties, weer samen spelen en zelfvertrouwen krijgen. We horen ook dat een nieuw probleem de kop op steekt: kinderen ‘strugglen’ met hun identiteit. Kinderen van moeders die tijdens de oorlog verkracht of op een andere manier seksueel uitgebuit zijn door rebellenleiders en dus niet weten wie hun vader is. Hier in Oeganda neemt een kind de ‘vader-lijn’ aan. Dit houdt in dat je zonder vader niet weet wie je bent, waar je ‘land’ is en waar je ooit begraven zult worden. Deze kinderen hebben geen rechten, geen hoop en geen toekomst. Ik schrik hiervan. Janet ook. Weer zo’n na-oorlogs probleem dat zich een paar jaar na de gruwelijkheden laat zien. Een probleem dat duizenden kinderen treft. Een probleem dat nu aan het licht komt, omdat deze kinderen in de leeftijd raken waar ze letterlijk gaan vragen waar hun vader is. Janet en ik bedanken de leraren. Dit is precies waarom we regelmatig langs gaan bij onze projecten. Deze informatie staat niet in een VN rapport. Deze informatie komt van de mensen zelf. We beloven de leraren dat we gaan kijken wat we hier aan kunnen doen.

De auto stopt voor mijn hotelletje in Gulu. Het uurtje hobbelen vanaf de school is snel gegaan. De bar is leeg en dat is mooi. Dan kan ik tijdens mijn biertje alvast een begin maken met een nieuw projectvoorstel voor kinderen met ‘onbekende’ vaders. Ik bel die avond ook even met mijn eigen vader, dat is ook al weer twee week geleden. Het gaat goed met hem.

Ernst Suur

ERNST SUUR (32, MEDEWERKER BIJ WAR CHILD) BLOGT OM DE WEEK OVER ZIJN LEVEN IN OEGANDA.


Ernst en zijn vader

Doe mee!
VIVA heeft in Noord Oeganda een project geadopteerd. Deze gaat van start als er genoeg geld is opgehaald. Help jij mee het WoMap-project van de grond te laten komen? Join dan samen met VIVA en War Child de community. Ga naar pifworld voor meer informatie.