Frank Evenblij: ‘De afgelopen maanden waren voor mij een reset en wijze les ineen’

Frank Evenblij

De wereld van ex-Jakhals en programmamaker Frank Evenblij (41) draait harder door dan ooit. Een gesprek over hollen, stilstaan én de controle willen houden.

Waar kunnen we Frank Evenblij beter interviewen dan in zijn geliefde Amsterdam? Toch de plek waar het allemaal begon als Jakhals bij De wereld draait door. De programmamaker ontpopte zich hier tot de duizendpoot die hij vandaag is: sportjournalist voor radio en televisie, in de comedywereld als presentator en grappenmaker en als interviewer in Evenblij maakt vrienden; zijn favoriete project. ‘Interviewen vind ik het leukste wat er is. Geïnterviewd worden minder,’ zegt hij dan ook meteen. ‘Ik vind het toch fijn om het gesprek te kunnen sturen. Ik ben in die zin wel een beetje een controlfreak.’

Over controle gesproken… De sportzomer, toch het summum voor jou als liefhebber en sportjournalist, viel dit jaar in het water. Hoe was dat voor jou?

‘Ik dacht wel: jemig wat nu? Het zou echt een snoepjaar worden: het Europees kampioenschap, de Tour de France, de Olympische spelen. Vooral naar het EK keek ik uit, daar zou ik op de radio elke dag verslag van doen. Er stonden ook mooie televisieprogramma’s gepland, een theatershow met Bureau sport-collega en mede-sportliefhebber Erik Dijkstra. Van de één op de andere dag viel alles weg. Ik zat ineens thuis. Corona brengt zo veel onzekerheid met zich mee. Heb ik nog wel een baan? Wordt alles ooit nog zoals het was? Die vragen, die onzekerheid, kunnen je psyche serieus in de war schoppen.’

Hoe is het met jouw psyche gesteld?

‘Heel goed, eigenlijk. Ik heb, stom gezegd, ook wel van deze periode genoten. Dat verbaasde mij ook, want ik ben een druk mannetje. Normaal gesproken komen de muren op me af als ik niet kan werken. Ik zou werk altijd verkiezen boven nietsdoen, maar nu had ik geen keuze. Lastig, want ik hou dus van controle en die viel weg. Ik werd gedwongen mezelf bezig te houden en dat lukte verbazingwekkend goed. Zo ben ik gaan wandelen, kilometers lang. Dat had ik nooit gedaan. En ik ben het huis gaan verven. Geen simpel muurtje sauzen, maar het serieuze houten buitenwerk. Pittig wel. De afgelopen maanden waren voor mij een reset en een wijze les ineen: de wereld draait gewoon door zonder televisie en even niets is ook wel fijn. Al is het wel een extra groot cadeau dat ik nu Quiz met ballen mag presenteren.’

Wat kunnen we van die quiz verwachten?

‘Het is een quiz voor het hele gezin. Het gaat over voetbal, maar je hoeft geen groot fan te zijn om het leuk te vinden. Ik ga niet vragen wie de linksback in 92 was, ofzo. Er komen voetballers langs, mannen en vrouwen, maar ook cabaretiers. Er is dus genoeg ruimte voor humor. Lachen vind ik belangrijk en ik ben ook gewoon graag grappig. Al kan ik ook serieus zijn. Zoals nu.’

Neem je een rol aan?

‘Dat niet, ik ben altijd mezelf. Al kan ik bij het ene programma meer van mezelf laten zien dan het andere. In Evenblij maakt vrienden kan ik mijn hele ziel en zaligheid kwijt. Ik zoek altijd naar de connectie tussen de mensen die ik interview en mezelf. Kan ik iets van ze leren? Waarom fascineren ze me zo? Daar kan ik al mijn kanten laten zien, grappig en serieus, bij De jakhalzen was ik wat baldadiger. Dat hoorde bij dat format, maar ook bij jonger zijn.’

Ben je veranderd?

‘Ik ben rustiger. Mijn leven is totaal anders dan tien jaar geleden. Zo heb ik nu twee kinderen en daarom ben ik vanuit de Jordaan naar Broek in Waterland verhuisd. Dat had ik tien jaar terug niet gedacht. Ik was en ben verliefd op Amsterdam, op de reuring en de gezelligheid. Daarom dacht ik ook dat het saai was, zo’n dorp, maar ik leer het steeds meer waarderen. Bovendien is het maar tien minuten rijden van de stad. En het is, denk ik, een fijne plek om op te groeien.’

Hoe was jouw jeugd?

‘Ik kom uit een warm en liefdevol gezin. Mijn broertje en ik groeiden op in Voorburg en we adoreerden onze ouders. En nog steeds. Met mijn vader voerde ik diepe gesprekken over het leven. Met mijn moeder ging het meer over de dagelijkse gang van zaken, maar ze verzorgde ons geweldig. Mijn vader is helaas overleden, maar mijn moeder spreek ik nog elke dag. Mijn broertje ook. Mijn ouders gingen op jonge leeftijd al uit elkaar, ik was vijf. Ze hadden naar mijn idee geen ruzie, maar dat merk je op die leeftijd ook niet. Ze bleven ook altijd heel close, zo bracht mijn vader ons elke dag naar school. Op mijn tiende kwamen ze weer samen, het ultieme geluk voor een kind, maar na vier maanden gaven ze er weer de brui aan. Typisch mijn ouders: ze konden niet met en niet zonder elkaar. Na die tweede breuk ging ik bij mijn vader wonen.’

Was dat een mannenhuishouden?

‘Echt wel. Door onze gesprekken en de vrijheid die hij me gaf, werd ik al heel jong volwassen. Op mijn zestiende lulde ik al als een man van veertig. Dat kwam door de mensen die ik ontmoette, want mijn vader nam me overal mee naartoe. Hij was architect en gaf les op de kunst-academie. Het was vaste prik dat ik meeging naar de kunstsociëteit, een verkapte kroeg, waar ik hele avonden rondhing met de interessantste mensen. Hij belde ook gerust naar school om te zeggen dat ik niet kwam. ‘Frank leert hier veel meer,’ zei hij dan, waarna ik mee mocht op excursie. Zo was ik in Oost-Duitsland op het moment dat de Berlijnse muur viel in 1989. Wie maakt dat nou mee? Die bijzondere momenten koester ik nu alleen nog maar meer. Het lastige is wel, dat wanneer iemand overleden is, je diegene op een voetstuk plaatst. Mijn vader kan niets fout meer doen, maar hij heeft ook zeker niet alles goed gedaan.’

Wat had hij anders moeten doen?

‘Op het gebied van lichamelijke verzorging is hij echt tekortgeschoten. Mede omdat mijn vader gewoon niet goed voor mij zorgde, ben ik te zwaar geworden. Hij kon gerust een tientje achterlaten en zeggen: ‘Zoek het maar uit’. Dan maak je niet altijd de gezondste keuzes. Het zwaar zijn zit ook in de genen, mijn broertje heeft het ook en op mijn derde was ik al te dik. Maar zijn aanpak hielp niet. Op een gegeven moment speelde ik hockey, maar langs de lijn stond hij nooit. Daar lag zijn interesse niet. Of dat niet zijn vaderlijke plicht was? Ach, met een scheiding heb je misschien ook prioriteiten. Het was ook een andere tijd. Motiverend werkte het in ieder geval niet. Ik neem het hem niet kwalijk, dat ik nu zwaar ben, maar het was wel een proces waar ik doorheen moest. Dat ik denk: man, dat had je anders moeten doen. Daar praat ik nu veel over met mijn broertje.’

Hoe ben jij nu als vader?

‘Heel verzorgend. Mijn vriendin en ik letten wel meer op, we koken ook gezond. Ik sta regelmatig langs de zijlijn bij tennis of voetbal, want ik weet hoe belangrijk dat is. Mijn dochter Bobbie van negen kan best goed voetballen. Daar ben ik apetrots op. Zo mooi vind ik dat, hoe je bijna overdreven trots op je eigen kinderen kan zijn. Mijn zoon Siem van zes is heel modebewust, trekt iedere dag weer iets opvallends uit de kast. Dat vind ik te gek. Laatst kochten we samen een smoking, met rode stropdas natuurlijk, dat vonden we allebei heel cool. Ik neem in de opvoeding ook dingen mee van mijn vader. Die goede gesprekken voer ik nu ook met mijn eigen kinderen: wat gaat er in ze om en waarom? Ik zie ze echt als een soort volwassenen, neem ze altijd serieus. Kinderen hebben me wel veranderd. Vroeger stond mijn carrière altijd op één, maar sinds zij er zijn is dat anders.’

Tekst: Kimberley van Heiningen | Foto’s: Maaike van Haaster
Met dank aan: The Roast Room

Dit is niet het volledige interview met Frank Evenblij. Benieuwd naar het gehele interview? Dat kun je lezen in de nieuwste VIVA #31, die vanaf vandaag in de winkels ligt. Weet je dat je de nieuwste VIVA ook als losse editie heel makkelijk kunt bestellen via deze link?

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«