Hélène Hendriks: ‘Vrouw, hockeyster én blond. Dan moet je je wel bewijzen’

Ze presenteert met gemak een gevecht tussen Rico Verhoeven en Badr Hari en weet alles van voetbal. Hélène Hendriks (39) staat haar mannetje in de sportwereld, al kreeg ze ook weleens te horen dat ze koffie moest gaan halen.

Hélène Hendriks is een verfrissende verschijning in een sportwereld vol testosteron. Zowel privé als op het voetbalveld kun je de Brabantse uittekenen op Nikes en in een leren jasje. Hélène is nuchter, direct en zet haar vrouwelijke charmes in zonder ze te misbruiken. Ze zegt niet dol te zijn op fotoshoots, omdat ze nooit weet hoe ze moet poseren. Maar bij het vrouwelijke team van VIVA voelt ze zich meteen op haar gemak. ‘Nu kan ik eindelijk eens over vrouwen- in plaats van mannenzaken praten.’

Hoe is het om in zo’n mannenwereld te werken?

‘Ik ben het inmiddels wel gewend en ik word ook helemaal geaccepteerd, maar ik heb me wel dubbel zo hard moeten bewijzen. Ik kwam binnen in de voetballerij als vrouw, hockeyster en nog blond ook. Dan sta je al met 3-0 achter. Ik heb echt mijn plek moeten veroveren, en dat lukt niet binnen een paar weken. Ik ben ook wel getest, dan zeiden die mannen: ‘Wat weet jij daar nou van?’ Of: ‘Jij was toen nog helemaal niet geboren.’ Toen ik net bij tv kwam werken, werd er ook weleens quasi-grappig gezegd: ‘Ga jij eens koffie halen.’’

Er werd je vast ook gevraagd of je wel weet wat buitenspel is?

‘Ja tuurlijk, maar ik heb alles steevast met een glimlach aangehoord. Boos worden heeft geen zin. Ik dacht altijd: dat ik deze vraag krijg, zegt eigenlijk meer over jou. Ik heb het dus nooit als bedreigend ervaren, al heb ik wel een bepaalde druk gevoeld. Je moet zorgen dat je geen fouten maakt, want dan ben je als vrouw echt de lul – je wordt harder afgerekend dan een man. Daarom bereid ik nog steeds alles enorm goed voor. Ik wil niet verrast worden of voor het blok worden gezet met dingen die ik niet weet. Soms loopt mijn hoofd over met allerlei weetjes die eigenlijk helemaal niet relevant zijn.’

Is het ook een voordeel dat je vrouw bent?

‘Zeker. Tijdens interviews is er toch altijd een bepaalde verhouding tussen een man en een vrouw en daar kun je ook je voordeel uithalen. Maar voor het zover was, heb ik wel een paar horden moeten nemen. Gelukkig werken er steeds meer vrouwen in de sportjournalistiek. Aletha (Leidelmeijer, red.) is er bij ons bij Fox Sports bijgekomen en ook Fardau (Wagenaar) is helemaal geaccepteerd.’

Hoe is jouw liefde voor sport ontstaan, komt dat vanuit je jeugd

‘Absoluut, ik kom uit een echte sportfamilie. Mijn vader is gymleraar, mijn zussen en ik hebben gehockeyd, getennist en geturnd en bij ons thuis stond Studio sport altijd aan. Gelukkig zaten we in dezelfde sportteams, anders hadden mijn ouders op en neer moeten blijven rijden.’

Want jullie zijn een drieling, toch?

‘Klopt, ik heb twee zussen: Judith en Claire. Mijn moeder dacht dat ze een tweeling kreeg, maar toen zat er nog een derde onder haar middenrif verborgen en had ze ineens drie kindjes. Mijn zussen zijn eeneiig, dus uiterlijk lijk ik niet heel erg op ze. Qua karakter zijn we alle drie anders. Ik was als kind wat dominanter dan mijn zussen. En Judith is bijvoorbeeld heel nauwkeurig, zij is ook apotheker geworden. Claire en ik zijn vrij chaotisch, daarin lijken onze karakters wel weer op elkaar. Zij werkt nu voor de hockeybond, ze begeleidt alle nationale teams. Dus zij en ik zijn allebei de sportkant opgegaan.’

Hoe was het om als drieling op te groeien?

‘Voor mij was dat heel normaal. Ik wist niet beter dan dat mijn twee zussen er altijd waren. We hockeyden alle drie op hoog niveau – mijn ene zus was keeper, de andere verdediger en ik middenvelder – dus we zijn altijd veel samen geweest. Bij ons thuis draaide alles om die sport. We gingen naar school, dan huiswerk maken en daarna trainen. En dat vier of vijf keer in de week. In sommige dingen was de een wel beter dan de ander, maar echt concurrentiestrijd was er niet.’

Ook niet op andere vlakken?

‘Nee, ook qua school of vriendjes hebben we nooit concurrentie gevoeld, omdat we alle drie zo’n ander karakter hebben en andere interesses. De enige plek waar weleens een concurrentiestrijd was, was op de tennisbaan, omdat ons niveau gelijk was.’

Hoe heb je de overstap gemaakt van sport naar presenteren?

‘Ik had een wedstrijd bij Kampong in Utrecht en kreeg een klap op mijn hand waardoor ik een stukje pink verloor. Sportverslaggever Joep Schreuder maakte daar een item over. Hij zocht destijds iemand voor NAC TV en omdat ik ook uit Breda kom, vroeg hij of ik dat niet zou willen doen. Dat vond ik heel leuk, alleen was er geen vijf dagen per week presentatiewerk. Dus besloot ik zelf filmpjes te gaan maken en heb ik mezelf alles aangeleerd, tot aan het monteren toe. Daar ben ik ook honderd keer mee op mijn bek gegaan, hoor.’

Het hele interview met Hélène lees je in VIVA-03-2020. Deze editie ligt vanaf 15  januari in de winkel.

Tekst Jill Waas | Foto: Ilja Keizer