Het campinggevoel

Toen mijn broer en ik klein waren, gingen wij vaak met onze ouders kamperen. Dat vonden wij altijd een enorm avontuur. De vouwwagen opzetten, eten koken op een gasstelletje en de hele avond buitenspelen met onze nieuwbakken vriendjes en vriendinnetjes. ’s Ochtends naar het campingwinkeltje voor verse kaiserbroodjes en na het ontbijt direct het zwembad in. We vonden het heerlijk.

Waar is mijn campinggevoel?
De afgelopen jaren heb ik alleen nog maar in hotels of bungalows vertoefd. Ik was het hele campinggevoel een beetje kwijt. Waarom moeilijk doen met tenten opzetten, vieze beestjes, vochtige slaapzakken en halfzachte luchtbedden? Die vochtige slaapzak en kleren vind ik verschrikkelijk en dan vooral die mottenballucht die er vanaf komt. Ook had ik eerlijk gezegd nogal wat vooroordelen over campingmensen. Zo dacht ik bijvoorbeeld dat iedereen een legging, Crocs en een fleecevest aanheeft op een camping.

Appeltje eitje, dat kamperen
Om mijn verwende gedrag in de kiem te smoren, ben ik vorig jaar gaan kamperen. Eerst in Kroatië. Dat vond ik een piece of cake, aangezien het 30 graden was en er dus niets vochtig werd. Terwijl mijn vriend de tent opzette en ik voor de vorm wat aanwijzingen gaf, was ik erg trots op mijn survival-skills.

Waarom moet ik altijd ’s nachts plassen?
Omdat ik dus dacht dat ik een soort Bear Grylls was, besloot ik diezelfde zomer ook nog een paar dagen in een klein dorpje in Groningen te gaan kamperen. Want kamperen, dat kon ik immers als de beste.  Viel dat even tegen. Want wat had ik het stervenskoud. Wat was het een eind lopen door de regen om bij het toiletgebouw te komen. En waarom moest ik verdomme steeds ’s nachts plassen?

Vaste plek
Buiten deze puntjes heb ik me prima vermaakt. En fleecevesten heb ik ook niet veel gezien. Omdat het dorpje waar we zaten zo klein en dodelijk saai was, besloten we aan alle activiteiten op de camping mee te doen. Zo geschiedde het dat we de eerste avond fanatiek meededen aan de bingo. En er tot onze grote verbazing achter kwamen dat veel bingovrouwen daar hun vaste zitplaats hadden.

Campingtuintjes bijhouden
En dat vind ik nu zo verwonderlijk. Mensen die jarenlang naar dezelfde camping gaan. Die elk jaar dezelfde buren hebben en elk jaar dezelfde activiteiten doen. De caravan van alle moderne snufjes en gemakken voorzien. Die zelfs het campingtuintje bijhouden. Die tien weken per jaar op dezelfde camping zitten en zich toch nooit lijken te vervelen.

Stinkend naar mottenballen maar wel een eigen bingoplek
Daar kan ik wel een beetje jaloers op zijn. Lekker makkelijk, geen gezeik en gewoon rust, dat is alles wat zij nodig lijken te hebben. Bijvoorbeeld op een camping in Bakkum. Want dat schijnt toch de crème de la crème van de campings te zijn. Mensen hebben daar vorige week een nacht voor de deur geslapen om een vaste plek op die camping te kunnen bemachtigen. Waar ik pas een vakantiegevoel heb wanneer ik op een nieuwe plek ben, hebben zij gewoon hun rust gevonden. Krantje, spelletje en het is goed. Lijkt me heerlijk. Volgend jaar probeer ik het gewoon weer, net zolang totdat ik niets anders meer wil. Misschien krijg ik dan ook wel een eigen bingoplek. Die vochtige slaapzak neem ik dan wel op de koop toe.

CC foto: David C. Foster