Hoofdredacteur De Speld: ‘We kregen dreigmailtjes van de Hell’s Angels’

Het is alweer negen jaar geleden dat hoofdredacteur Jochem van den Berg (33) samen met Melle van den Berg (de heren zijn geen familie) De Speld begon. Inmiddels is De Speld uitgegroeid tot dé satirische nieuwssite van Nederland. Dat doen zij niet geheel onverdienstelijk en inmiddels soms zo goed, dat hun nieuwsberichten nog regelmatig voor ‘echt’ worden aangezien. Wat voor redactie schuilt er achter De Speld, hoe gaan zij te werk en hoe zien zij de toekomst van satire?

Door: Michelle Bakker

Pionieren met satire

“In Nederland was er eigenlijk nog weinig satire in de vorm van tekst. Met een aantal vrienden zijn we toen ideeën gaan bedenken en hieruit ontstond De Speld. De manier waarop we toen werkten, is niet te vergelijken met hoe het nu is. In de begindagen werkten we nog vanuit huis, best kneuterig eigenlijk. Ook de berichten waren nog niet zoals het zou moeten: het is soms tenenkrommend om berichten uit die tijd terug te lezen. Het is niet zo dat het uit een hobby is ontstaan ofzo, ik wist dat deze vorm van satire in andere landen al voor succes had gezorgd en hoopte dit ook te bereiken.”

Koppen zijn key

“Dat succes kwam eigenlijk later dan ik verwacht had, dat duurde best wel lang. Grotendeels hebben we ons succes aan Facebook te danken, daar komen de meeste bezoekers vandaan. Ik merkte dat er in het dagelijks leven een stroom aan nieuwsartikelen op mensen afkomt die veelal in dezelfde formule zijn gegoten: koppen worden op een bepaalde manier ingestoken, de tekst in een bepaalde vorm geschreven. Hierdoor kunnen wij spelen met tekst in combinatie met deze bestaande formules. Een les die we door de jaren heen geleerd hebben, is dat het belangrijk is dat het in de kop al meteen duidelijk moet zijn dat het om satire gaat. Anders wordt het leeg: je kunt wel schrijven dat er een bom op de Dam is ontploft, maar als het niet waar is – wat is dan de grap?”

De juiste toon

“Inmiddels begint onze redactie verdacht veel op een echte redactie te lijken. We zitten dagelijks met zo’n vjif à zes man, maar in totaal zijn we met twintig. De dag begint met het bespreken van het nieuws. We nemen alle nieuwsberichten door en hebben daar altijd onze nodige frustraties over. Uit die frustraties ontstaan de meeste ideeën en daar komen de berichten uit voort. Zelf schrijf ik minder artikelen dan in het begin. We hebben nu een groep waarvan iedereen precies de goede toon in de vingers heeft: de boodschap in onze artikelen zijn vaak kritisch, maar behouden altijd een positieve ondertoon. Het is belangrijk dat alle medewerkers dat begrijpen. Als er écht ergens over getwijfeld wordt, hak ik de knoop door.”

Bedreigingen

“Nog steeds begrijpen sommige mensen niet dat het om satire gaat. Ik ben opgehouden met de reacties te lezen, dat zijn er simpelweg te veel geworden. Mensen lijken verrassend genoeg vooral boos te worden als het om bepaalde ziektes of kwesties als pedofilie gaat. Nu met alle commotie rondom het belachelijk maken van Erdogan voelden wij niet direct de noodzaak omdat we al veel met hem gedaan hadden. Later vonden we het stuk ‘Erdogan nodigt geit uit voor avondje Netflix & Chill’ wel passend voor de gelegenheid. Door alle woede die er soms is over satire ben je af en toe iets preciezer en meer afgewogen met wat je schrijft. Na de gebeurtenissen bij Charlie Hebdo vorig jaar denk je wel even na hoe het zou zijn als dat hier zou gebeuren. Maar we denken er niet aan te stoppen en gelukkig hebben wij nooit echt te maken gehad met serieuze dreigingen. Alhoewel, we hebben weleens een paar e-mailtjes ontvangen van de Hell’s Angels. Die waren niet heel gezellig.”

Hé, doe eens leuk

“Gelukkig zijn de meeste reacties positief. Wat overigens soms ook vermoeiend kan zijn, hoor: als ik in de kroeg vertel dat ik bij De Speld werk, zien veel mensen me als een soort van standup comedian. Zo van: hé, vertel eens een grap. Maar goed, dat hoort erbij denk ik. Voorlopig ben ik het in elk geval nog niet zat en zie ik nog genoeg ruimte om te groeien, zoals met het onderdeel video. Daar willen we nog veel in verbeteren. Ik zit dus ook nog wel even op mijn plek.”