Lale Gül: ‘Soms móet je iets doen, ook al weet je dat er gezeik van komt’

lale gül

Haar autobiografische debuut Ik ga leven deed nogal wat stof opwaaien. Schrijfster Lale Gül (23) werd overstelpt met doodsbedreigingen én verstoten door haar familie. ‘Het belangrijkste is dat ik nu in vrijheid leef.’

Lale Gül verschijnt in badjas voor de Zoom-camera, het haar in een staart, meerdere gouden ringen om haar vingers. De achtergrond vormt een nogal non-descript decor van witgrijze vitrage en kunststof kozijnen. Niets om je aan te storen, niets om van te houden.

Je zoomt vanuit een hotelkamer?

‘Ja, daar woon ik nu. Ik ben druk bezig met een appartement, maar dat is moeilijk in Amsterdam.’

Ik begreep dat VIVA een Uber voor je had besteld om je naar de fotoshoot te brengen, maar dat de uitgever daar een stokje voor stak.

‘Klopt. Uber-chauffeurs, die kunnen iederéén zijn. Moslims bijvoorbeeld. Dat hoeft natuurlijk niet meteen onveilig te
zijn, maar ik zit er niet op te wachten om voortdurend veroordeeld te worden. Wat wel gebeurt, want ik sta inmiddels bekend als vijand in de gemeenschap. Dus dan is een taxi van de uitgeverij veiliger voor me.’

Ben je bang om naar buiten te gaan?

‘Ja, zeker wel, ik ga ook alleen met petje, oordoppen en mondkapje de straat op. En ik vermijd groepjes jongens, want anders word ik geheid achternagelopen en geïntimideerd. Laatst werd ik toch ineens herkend in de supermarkt door lezers, ondanks mijn vermomming, daar schrok ik enorm van. Deze mensen waren me goed gezind, maar dat weet je natuurlijk niet van tevoren.’

In je boek schrijf je dat de lichtste vorm van eerwraak een ‘sociale slachting en boycot’ is. Is dat wat er nu met jou gebeurt?

‘Zeker. Niet alleen van mijn familie, maar van iedereen: vrienden, buurtgenoten, eigenlijk de hele islamitische gemeenschap. Dat is ook de reden dat ik niet meer thuis woon: we werden continu lastiggevallen door scheldende en schreeuwende flatgenoten. Ook mijn ouders, die zelf ook boos op mij zijn. Daarom ben ik weggegaan, om ze dan in elk geval van die last te verlossen.’

Is er in jouw omgeving helemaal niemand geweest met een vriendelijk woord?

‘In het begin, toen ze dachten dat ik vooral het klimaat eromheen zou beschrijven, had ik bijval van één neef en van mijn broer. Maar dat was voorbij toen ze het boek eenmaal hadden gelezen. Vooral de seksscènes vinden ze schandalig. Er komen vrienden naar mijn broer toe die zeggen dat ik een hoer ben. ‘Hoe kun jij daarmee leven?’ vragen ze hem dan. Hij schaamt zich gewoon dood, ondanks dat hij aan een focking universiteit studeert. Maar ook het feit dat ik op televisie kom en interviews zoals deze blijf geven. Mijn broer zegt letterlijk: ‘Dat je een boek heb geschreven oké, maar jij blijft maar doorgaan. Wilders heeft je zelfs geprezen.’’

Heb je wel bijval gekregen van je studiegenoten aan de Vrije Universiteit?

‘Ja, maar dat zijn er maar vijf, want niemand studeert meer Nederlands, haha. Eén meisje vond het trouwens jammer dat in een samenleving waarin moslims vaak te maken hebben met vooroordelen, ik dat nog eens vererger met dit boek.’

Buiten dat: het is jóuw boek. Het kan niet zo zijn dat omdat jouw ervaring niet staat voor die van iedereen, die minder bestaansrecht heeft.

‘Precies, ik kan als schrijver niet denken: laat ik dit maar niet opschrijven, want straks geef ik mensen een verkeerd beeld. Ik vind: je schrijft zonder zelfcensuur, en anders schrijf je maar niet.’

Lees ook:
Mascha Feoktistova: ‘Ik wil mensen aan het denken zetten’

Uit Ik ga leven: ‘Het leveren van kritiek is een kwestie van beschaving, en niet het opeisen van fatsoen.’ Is dat inderdaad de dure plicht van de schrijver die iets teweeg wil brengen?

‘Dat is wel de kern van het boek inderdaad. Veel moslims zeggen nu: oké, als zij dat heeft meegemaakt dan heeft ze dat meegemaakt, maar waarom moet ze daar een boek over schrijven? Ja, omdat er anders niks verandert. Punt is: zij wíllen ook niet dat er iets verandert. En zij snappen heel goed dat zo’n boek invloed heeft. Als een leerling straks dit boek leest, kán dat dingen in werking zetten. Misschien dat diegene denkt: goh, best vreemd inderdaad, dat mijn broer veel meer mag dan ik. Op dat soort reflecties zit de streng islamitische gemeenschap niet te wachten. Dat merkt mijn uitgever ook: we proberen dit boek in Turkije uit te geven, maar tot nu toe durft niemand zijn vingers eraan te branden. Niet één uitgeverij. Omdat niemand zin heeft in kogels in de brievenbus.’

Jouw uitgeverij, Prometheus, gaf eerder boeken uit van auteurs Mano Bouzamour en Özcan Akyol. Zij hadden dus ervaring met dergelijke ophef. Hebben zij jou daar niet op voorbereid?

‘Jawel, Mai Spijkers (directeur van uitgeverij Prometheus, red.) zei van tevoren: ‘Er is een kans dat je niet langer met je familie door één deur kan.’ Maar de bedreigingen zagen ze niet aankomen. Zij worden nu zelf ook bedreigd, omdat ze mij hebben uitgegeven. Die bedreigingen kregen ze niet bij Eus en Mano.’

Maar dat is nu juist waar het hele boek over gaat: dat van vrouwen niet wordt gepikt wat mannen wel is toegestaan.

‘Dat is waar. En dan doe ik ook nog eens veel meer controversiële uitspraken over religie, daar brandden Mano en Eus zich niet aan. Maar wat is het alternatief, het niet uitgeven? Ik zie gewoon niet hoe het anders kan. Ook al weet je dat er gezeik van komt, soms móet je iets doen.

Als je nu terugkijkt op wat er de afgelopen maanden allemaal is gebeurd, is dit het dan waard geweest?

‘Dat is een moeilijke vraag. Aan de ene kant ben ik mijn familie kwijt, dat is supermoeilijk. Ik las laatst een stuk in de Volkskrant over het homohuwelijk. Daarin stond dat als je ouders je steunen, je alles aan kunt in de wereld. Ik denk dat dat waar is. Je ouders zijn je safehouse. Dus ja, in dat opzicht heb ik spijt. Vooral
dat ik mijn kleine zusje niet meer mag zien, dat vind ik verschrikkelijk. Aan de andere kant maak ik door dit boek ook leuke dingen mee. Ik krijg zo veel lieve berichten, ik word gevraagd voor spelletjesprogramma’s op tv… Maar het belangrijkste is dat ik nu in vrijheid leef. Ik kan dragen wat ik wil, ik kan me opmaken wanneer ik wil, ik kan daten, alles. Dat is heel raar in het begin. Van de week zat ik bij vrienden thuis een spelletjesavond te doen, en niemand die me controleerde! Ik heb zelfs laatst een wijntje gedronken, ongelooflijk! En als het straks zomer is, kan ik gewoon met blote benen lopen. Daar staan anderen niet bij stil, maar voor mij is dat een totaal nieuwe vrijheid.’

Tekst: Eva Hoeke | Foto’s Lale Gül: Kiki Rigters

Het hele interview met Lale Gül lees je in VIVA-16-2021. Deze editie ligt vanaf 21 april in de winkel of lees je hieronder verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?