Thomas van der Vlugt: ‘Ik probeerde paniekaanvallen weg te drukken met drank, feestjes en vrouwen’

thomas van der vlugt

Het leven van StukTV-voorman Thomas van der Vlugt (29) mag op een jongensboek lijken, het ging niet altijd over rozen. De lessen die hij daaruit trok, schreef hij op in zijn boek: De tien geboden van Thomas.

Waarom zijn jouw levenslessen het waard om gedeeld te worden?

‘Toen ik jong was, worstelde ik met allerlei vragen. Wat vind ik leuk, waar wil ik heen, wat wil ik bereiken, waar word ik gelukkig van? Ik heb geprobeerd om daar voor mezelf een antwoord op te krijgen. Die reis, een avontuur met veel vallen en ook weer opstaan, heb ik vertaald in een boek.’

Voor welke fouten die jij hebt gemaakt wil je anderen behoeden?

‘Ik wil vooral meegeven dat je de regie in eigen handen moet houden. Laat je niet te veel meesleuren door wat er om je heen gebeurt. Ik heb vier jaar geleden een periode gehad dat ik niet echt meer wist wat ik aan het doen was en gewoon maar met de trein meeging, zoals ik het altijd noem. In die tijd zat ik redelijk tegen een burn-out aan, omdat ik zo werd opgeslokt door alles wat ons overkwam.’

Ben je jezelf kwijtgeraakt in die tijd?

‘Zeker. StukTV was net heel succesvol, abonnees gingen als een trein, kinderen vonden ons vet. Dat niveau wilden we niet loslaten, dus we waren bloedstreng naar elkaar. Bij mij ontstond daardoor een soort faalangst, want als ik iets doms deed, dan zou de rest daaronder lijden. Dat gaf zo’n druk dat ik paniekaanvallen kreeg, die ik probeerde weg te drukken met drank, leuke feestjes en vrouwen. Ik liet alles lopen en gaf de regie volledig aan de andere jongens. Als ik ergens kwam opdraven, op een draaidag of bij een optreden, dan deed ik mijn ding en ging gelijk weer naar huis. Drie of vier keer per week haalde ik daarna een nacht door in de kroeg, soms alleen, soms met vrienden. Het gevolg was dat ik niet meer scherp was bij opnames. Het is regelmatig gebeurd dat ik de volgende dag brak bij een optreden stond of een afspraak miste omdat ik zo’n kater had.’

Lees ook:
Douwe Bob: ‘Door de dood van m’n beste vriend is het alsof er een stukje van mij dood is’

Wat zorgde ervoor dat je jezelf niet de vernieling in hebt geholpen?

‘We letten op elkaar, mijn StukTV-collega’s Stefan (Jurriens, red.), Giel (de Winter, red.) en ik. Toen Stefan het zwaar had, zeiden Giel en ik: ‘Misschien moet je even rust nemen.’ Giel heeft ook periodes gehad waarin hij aangaf dat het zwaar en moeilijk was. Toen de jongens zagen dat ik niet meer de energie leverde die ik eerst had, ben ik op aanraden van Giel met zijn coach gaan praten. Hij vroeg: ‘Waar ben jij goed in?’ Mijn antwoord was: ‘Ik ben goed in maken, ik hou ervan om zelf een camera in mijn handen te hebben.’ Vanaf dat moment ben ik weer gaan filmen, waardoor ik de regie letterlijk terugpakte. Toen werd ik weer mezelf.’

Hoe zorg je ervoor dat je niet weer over je grenzen gaat?

‘Door betrokken te blijven bij alles wat we doen. Je moet overal bovenop zitten.’

Dat klinkt vermoeiend.

Lachend: ‘Dat is het ook. Maar je moet scherp blijven, een ander doet het niet voor je. Het belangrijkste gebod uit mijn boek is wat mij betreft dat je je eigen kansen moet creëren. Je hoort vaak dat mensen kansarm zijn of wachten op een opening. Maar er komen alleen kansen als je zélf iets onderneemt. Dat is eigenlijk heel gaaf, want dat heb je dus volledig in eigen hand. Ik was om die reden al jong bezig met van alles en nog wat uitproberen. Daar kwam dan vervolgens weer iets nieuws uit voort.’

Je komt uit een gelovig nest. Hoe groot was de rol van de ‘echte’ tien geboden?

‘We gingen braaf elke zondag naar de kerk en voor iedere maaltijd werd gebeden. Normen en waarden waren belangrijk, waar ik alleen maar blij mee ben. Ik ben opgevoed met het idee dat het de normaalste zaak van de wereld is dat je respect voor ouderen hebt en voor anderen opkomt. Misschien ook door het beroep van mijn moeder, zij is ziekenverzorger in de thuis- en nachtzorg, mijn vader is techneut. Ze waren heel open en ontspannen, maar ook beschermend en minimalistisch. Er werd geen merkkleding gekocht, we gingen niet op verre reizen en voor je verjaardag mocht je een hockeystick of iets anders nuttigs uitkiezen. Ik vind dat heel mooi, want daardoor krijg je extra waardering voor wat er wel is.’

Mochten jullie wel tv kijken?

‘Mijn broers, zusje en ik mochten op gezette tijden een programma kijken, maar niet te vaak. En nooit Jetix of Fox Kids, dat vonden ze te agressief. We waren vaker buiten dan andere kinderen, hutten bouwen en kattenkwaad uithalen. Ik was een avontuurlijk jongetje, met veel dromen. Eerst wilde ik profhockeyer worden, later cabaretier, toen naar de toneelschool. Mijn ouders wilden liever dat ik eerst een vak zou leren, maar mijn vader had er ook begrip voor. Hij zat vroeger in theatergroepen en herkende die creatieve kant, maar ik werd uiteindelijk geweigerd bij de audities. Toen dacht ik: dan word ik cameraman, lekker veel reizen.’

In je boek schrijf je dat je vaak met vooroordelen te maken kreeg omdat je dyslectisch bent. Hoe ging dat?

‘Omdat ik vanaf groep drie bijles kreeg, wist ik al snel: ik ben niet de slimste. En dat dachten andere mensen ook. Ik ging mezelf zien als minder dan anderen, mijn zelfbeeld was heel laag. En toen kwam ik op het vmbo eindelijk in een klas met allerlei leuke kinderen die net als ik heel creatief waren, maar daar werd niks mee gedaan. In plaats daarvan werd er gezegd: ‘Doe nou maar gewoon je best op school, leer een vak.’ Ik werd de hele tijd teruggeduwd in een hoekje, heel frustrerend en blokkerend.’

Heeft dat je extra bewijsdrang opgeleverd om te laten zien wat je wél kan?

‘Het heeft me ervan bewust gemaakt dat ik er met alleen vmbo nooit zou komen. Ik moest me onderscheiden, dus ik deed zoveel mogelijk naast school. Ik richtte een theatergroepje op zodat we konden spelen op school, ik deed allerlei vrijwilligerswerk, ik huurde van de gemeente een gymzaal waar we met klasgenoten konden freerunnen en breakdancen. Het gaf me een goed gevoel om iets te ondernemen waarvan anderen konden profiteren. Dat er iets gebeurde, dat vond ik tof.’

Tekst: Fleur Baxmeier | Foto’s: Angela de Vlaming
Met dank aan Restaurant Badhuis

De gehele ‘Leuke man’ met Thomas van der Vlugt lees je in VIVA-22-2021. Deze editie ligt vanaf 2 juni in de winkel.
Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?