Mijn kapster is weg

Mijn kapster is weg. Zomaar, zonder iets te zeggen. Als ik zeg dat mijn hart een beetje gebroken is, overdrijf ik niet.

Want jullie weten hoe moeilijk het is om een goede kapster te vinden. Een kapster vinden is hetzelfde als een stamkroeg vinden. Je begint namelijk altijd vol goede moed. Altijd denk je: dit wordt em. Hier ga ik mij thuisvoelen. Dit is de kapster met wie ik die spreekwoordelijk klik heb.

Maar dat is bijna nooit zo. Oh, de talloze coiffureblunders die ik al heb gemaakt. Veel kapsters maken de fout mij een Moke– kapsel aan te meten. Jullie weten wel, die superbelangrijke hiepervernieuwende Nederlandse band *kuch* in hun Karl Lagerfeldpakken. Die jongens die allemaal zo’n dweiltje op het hoofd hebben, met twee van die haarkwasten voor de oren. Die haarkwasten, die doen ze bij mij ook altijd. .

Of ik krijg juist een heel degelijk kapsel. Ik heb een makkelijk degelijk te maken hoofd. Das altijd een beetje oppassen. En kapsters houden er dus ook van om mij een kapsel aan te meten waarbij ik alleen nog maar een Miss Etam- tuniekje en een paar crocs aan hoef te schaffen om bij de BZN- fanclub te mogen. Carola Smit-haar.

Maar nu had ik een kapster die me begréép. Met wie ik die klik had. We hadden het tijdens knipsessies over opgroeien in een groot gezin. Ze knipte mijn haar fantastisch. (Wel met twee lange plukken voor, maar niet op de Moke-manier. Zoiets luistert heel erg nauw.) Zij gaf me supergoede winkeltips voor Antwerpen. Ik wilde haar kapsel hebben. Wat zeg ik: ik wilde vrienden met haar worden, samen in kroegen heel erg dronken worden en meidenavonden houden waarbij we gekleed in pyjama’s elkaars teennagels zouden lakken en cakejes zouden bakken.

(Toen ik mijn haar laatst liet verven deed haar collega het. Dat ging natuurlijk fout.)

Vorige week belde ik mijn kapsalon. Of er nog een plekje voor me was die middag. Toen ik zei dat ik graag door Caroline geknipt wilde worden zei de man aan de telefoon “Ja, maar die werkt hier sinds 1 januari niet meer.”

Stamelend verbrak ik de verbinding. Ze was weg. En ze had niks gezegd. Ze was zomaar weggegaan zonder mij in te lichten. Ze had laatst nog blond in mijn haar gedaan, en toen zei ik nog: “dan knip je het de volgende keer maar weer.” Ze beaamde. En nu is ze weg. Een klap in mijn gezicht.

Mijn haar is inmiddels alweer veel te lang. Maar ik wil niet naar de kapper. Ik wil niet weer knipsessies die uitlopen op Carola Smit-kapsels en huilbuien. Ik wil Caroline, en anders niets.

Lieve Caroline, kom terug. Ik wil geen Moke-haar.

Foto: Privébezit (toen mijn haar nog goed zat)