Joyce: ‘Ik vermoed dat mijn vader het nooit heeft geweten’

Haar ouders ontkenden alles, toch voelde Joyce (32) dat er iets was. Had ze niet een andere vader? Zelfs toen ze bewijsmateriaal vond, bleven haar ouders ontkennen. ‘Volgens mijn moeder had ik de uitslag zelf in elkaar geflanst en mijn zusjes opgestookt’.

Tekst Weija Steffens | Beeld: Sanoma Beeldbank

“Hoe kan mijn moeder het over haar hart verkrijgen dat ze niet aan mij vertelt hoe ik ben verwekt? Ik begrijp haar niet. Helemaal niet nu ik zelf moeder ben van twee. Ik hou van mijn vader, daar verandert mijn ontstaansgeschiedenis niets aan. Het geheim dat zij met zich meedraagt, is belangrijk voor mijn identiteit, voor wie ik ben. Door haar zal de puzzel nooit compleet worden.”

Als je moeder het zegt

“Ik ben een vreemde eend binnen mijn familie. Ik zie er niet alleen totaal anders uit, ik ben ook volstrekt anders. Ik lijk op niemand. Iedereen heeft steil blond haar, blauwe of groene ogen en ze zijn een beetje grofgebouwd. Ik ben vrij klein, slank en heb diepbruine ogen, donkerbruine krullen, sproetjes en een getinte huid. Ook in mijn doen en laten lijk ik in niets op mijn familie. Ik ben ambitieus, fanatiek, perfectionistisch, 
en een doorzetter. Ik wil iets bereiken in mijn leven. Dat herken ik bij niemand. Ik heb me als kind altijd anders gevoeld. Blijkbaar voelde ik aan dat er iets niet klopte. Een onderbuikgevoel. Ook al vormden we een hecht gezin, ik voelde me altijd een buitenbeentje. Natuurlijk stelde ik vragen over mijn uiterlijk. Hoe kon het dat ik zo anders was dan de rest? Mijn moeder scheepte me altijd af. Ik zou op mijn overleden opa lijken. Als jong meisje slikte ik dat als zoete koek. Waarom zou ik twijfelen aan haar woorden?”

Stiekem een donor

“Nooit heb ik gemerkt dat mijn vader genetisch niet mijn vader is. Ik was juist een enorm papa’s kindje. We waren dol op elkaar. Hij bracht me altijd weg naar judotraining en was mijn trouwste supporter bij wedstrijden. Een trotse vader. Ik vermoed dat hij nooit heeft geweten dat ik via anoniem donorzaad ben verwerkt. Mijn oma vertelde later dat zij altijd met mijn moeder mee ging naar de KID-kliniek, ook wel bekend als de spermabank, mijn vader was er nooit bij. Waarschijnlijk heeft mijn moeder mijn vader verteld dat ik door een wonder toch verwekt ben met zijn zaad door middel van ivf. Dat is de enige verklaring die ik kan vinden voor haar gedrag, maar echt zeker weet ik het niet.

Mijn moeder was altijd lief voor me. Totdat mijn zusje werd geboren. Opeens veranderde ze als een blad aan de boom. Ik was toen zes. Mijn zusje heeft een oer-Hollands uiterlijk, daar stak ik met mijn donkere verschijning behoorlijk bij af. Misschien is mijn vader toen vragen gaan stellen aan mijn moeder. Dat weet ik niet zeker. Waarschijnlijk kreeg mijn moeder het gevoel dat ze door de mand was gevallen. Vanaf dat moment kon ik in haar ogen niets meer goed doen. Ze schold me uit. Schreeuwde tegen me dat ik nooit geboren had mogen worden, dat ze me had moeten laten weghalen. Dit deed ze alleen als mijn vader er niet was. Zodra hij thuiskwam van zijn werk, deed ze poeslief.  Natuurlijk zag en voelde ik dat er iets niet klopte. Naarmate ik ouder werd, vroeg ik steeds vaker hoe het kwam dat ik op niemand leek in de familie. Telkens ging mijn moeder door het lint. Uiteindelijk durfde ik het niet meer aan te kaarten, uit angst voor haar reactie. Het ging steeds slechter met me. Ik voelde me nergens thuis, niet geaccepteerd. Niet bij mijn familie, niet op school, waar ik werd gepest. Ik trok me steeds meer terug en besloot mijn eigen plan te trekken. Stopte met school, ging een opleiding tot verpleegkundige volgen en verdiende mijn eigen geld. Ik wilde zo snel mogelijk het huis uit.”

‘Maar je weet toch dat je van een spermadonor bent?’

Laat me met rust

“Tijdens een anatomische les, ik was toen zestien jaar, vertelde de docent dat iemand met groene ogen en iemand met blauwe ogen nooit samen een kind konden krijgen met bruine ogen. Ik herinner me dat ik vol verbazing hardop zei dat dat bij mij wel het geval was. Thuis confronteerde ik mijn ouders ermee. Ik verzon het, zeiden ze. Ik was ontzettend boos. Ik voelde aan alles dat er iets niet klopte. Ze verzweeg iets voor me, dat wist ik zeker. Mijn vader hield zich afzijdig. Ik was zo teleurgesteld in hem. Waarom nam hij het niet voor me op? Huilend heb ik verhaal gehaald bij mijn opa en oma. Verbaasd reageerde mijn opa: ‘Maar je weet toch dat je van een spermadonor bent?’ Ik was perplex. Ook de bewering van mijn opa legde ik voor aan mijn ouders. Allemaal leugens, hield mijn moeder vol. Ik dacht dat ik gek werd. Waarom wilde niemand aan mij vertellen wat er gaande was, wat er met mij aan de hand was? Ik heb kasten overhoop gehaald op zoek naar documenten, papieren, gegevens, een kleine aanwijzing. Maar ik kon niets vinden. Ten einde raad ging ik weer naar mijn opa en oma. Ze vertelden me dat de hele familie op de hoogte was. Van de onvruchtbaarheid van mijn vader en dat ik van een anonieme zaaddonor ben. Waarom had niemand mij wat verteld? Wie kon ik nog vertrouwen? Het bleek dat mijn moeder mijn grootouders had beloofd me van jongs af aan te vertellen hoe de vork in de steel zat. Ze had geen woord gehouden. Maar daar wist de familie niets vanaf.

Ik wilde de waarheid boven tafel krijgen. Behalve de uitlatingen van mijn grootouders, had ik verder geen tastbaar bewijs. Samen met mijn zusjes besloot ik een DNA-test te doen. Zo konden we erachter komen of we al dan niet volle zussen zijn. Toch voelde het wrang. Waarom moest ik een paar honderd euro voor die test neerleggen en wangslijmvlies bij mijn zusjes afnemen, terwijl mijn ouders me gewoon konden vertellen hoe het zat? Toen ik de envelop met buisjes DNA op de post deed, voelde ik kriebels in mijn buik. Zoals verwacht, wees de test twee weken later uit dat ik voor vijftig procent – via mijn moeder – gelinkt ben aan mijn zusjes, die wel volle zussen zijn. Ook van een donorvader, maar een andere dan de mijne. Mijn gevoel was dus waar. Ik was zo opgelucht en blij. Maar ik had ook verdriet. Ik snapte niet waarom mijn ouders al die jaren tegen me hadden gelogen. Nu ik DNA-bewijs had, ging ik opnieuw het gesprek aan met mijn ouders. Ik vond het doodeng, was bang voor hun reactie. En tot mijn verbijstering ontkende mijn moeder nog steeds alles. Volgens haar had ik het rapport met de uitslag zelf in elkaar geflanst, mijn zusjes opgestookt en had ik ze meegesleept in mijn waanideeën. Ik wist niet wat ik hoorde, stond perplex. Ik heb in tranen mijn spullen gepakt en ben vertrokken. Een paar dagen later belde ze me op. ‘Laat me maar met rust,’ zei ik, ‘ik heb hier geen zin meer in.’ Sindsdien heb ik ze niet meer gezien.”

‘Ik vermoed dat mijn vader het nooit heeft geweten’

De grootste familie

“‘Kijk ‘Familie gezocht’ maar eens terug’, zei mijn oom in november 2014. De vrouw die in dat programma zat, leek verdomd veel op mij vond hij. Hij had gelijk. Het leek alsof ik naar mijn tweelingzus zat te kijken. De manier waarop ze sprak, hoe ze met haar handen bewoog. Ook de babyfoto’s die ik zag, waren identiek aan die van mij. Het was zo bizar. Ik kreeg hoop. Zou ik van dezelfde anonieme spermadonor kunnen zijn? Ik was er stellig van overtuigd. Ik schreef me direct in bij de Fiom KID-DNA Databank waar DNA van donoren en donorkinderen wordt gelinkt aan elkaar. En toen ging het snel. In maart 2015 werd ik gebeld door een medewerker van het Fiom: er was een match! Die dag kon ik niet meer stoppen met huilen. Ik was zo ontzettend blij. Mijn gevoel was al die tijd juist geweest. Het dossier met de gegevens van de donor heb ik gekopieerd en verstuurd naar mijn ouders. De volgende dag stond ze op mijn voicemail: het was niet waar.
Twee weken na de uitslag ontmoette ik mijn – toen nog – vijftien halfbroers en -zussen.

Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest. Zouden ze op mij lijken, zouden ze me accepteren, zou ik in de groep passen? Mijn zorgen waren voor niets geweest. Ik kreeg van iedereen een dikke knuffel en het was goed. Meteen. Het voelde zo vertrouwd. Ik liep de hele dag met een glimlach rond. Voor het eerst sinds jaren voelde ik me echt gelukkig. Die dag ben ik een nieuw leven gestart. Met een nieuwe familie. Inmiddels bestaat de groep uit 33 halfbroers en -zussen. Ik ben de oudste van het stel. Er zullen er vast nog meer bij komen, want de donor heeft zeventien jaar lang gedoneerd. We hebben dagelijks contact met elkaar. Via Whatsapp, Facebook of per mail. Met een aantal heb ik in korte tijd een echte zussenband opgebouwd. We gaan samen winkelen, naar de bioscoop of uit eten. Met mijn eigen zussen heb ik dat nooit gedaan. Er was gewoon geen chemie tussen ons. Met deze zussen wel. De vonken vliegen ervanaf. Ook mijn donor heb ik inmiddels ontmoet. Een keertje maar. Ik weet nog niet zo goed wat ik met ons contact wil. Ik vond het leuk om hem te zien en met hem te praten. Ik herken bepaalde karaktertrekken en ik weet nu hoe ik aan mijn bruine krullen kom en waarom ik zo’n streber ben. Ik zie en voel dat hij bij miOj hoort, en ik bij hem. Maar hij zal nooit mijn vader kunnen vervangen. Mijn vader blijft mijn vader. Altijd.”

‘Het was alsof ik naar mijn tweelingzus op tv zat te kijken’

Hoe zit het nou?

“Mijn nieuwe familie maakt me blij. We zijn heel close. En doordat ik weet waar ik vandaan kom, ben ik niet langer onzeker over wie ik ben. Eindelijk hoor ik ergens bij. Ik kan me spiegelen aan mijn donor, mijn halfbroers en -zussen. Nu weet ik waarom ik eruit zie zoals ik eruit zie, waarom ik zo temperamentvol en ambitieus ben, dat zit echt in mijn genen. Maar het mooiste is: ik heb rust. Ik hoef niet meer verder te zoeken. Ik heb mijn gelijk gekregen. Ik ben hier beter uitgekomen, ondanks dat ik het gezin waarin ik ben opgegroeid heb verloren. Ook mijn zusjes staan aan de kant van mijn ouders. Mijn opa en oma zijn de enigen met wie ik veel contact heb, zij hebben ook een belangrijke rol gespeeld in mijn zoektocht.

Laatst vierden we de eerste verjaardag van mijn dochters. Het gemis is dan extra groot. Maar ik weet dat ik eraan onder doorga als ik contact hou met mijn moeder die me blijft voorliegen. Ze hoeft alleen maar te zeggen dat ik gelijk heb, dat ik van een donor ben. Zolang ze dat niet doet, kan ik de band met mijn ouders niet herstellen. Natuurlijk hoop ik dat ze op een dag belt of bij me op de stoep staat en me vertelt hoe het écht zit. Maar die kans is nihil. Ze neemt haar geheim mee haar graf in. Daar ben ik van overtuigd.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 43 2016. 

Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale aanbieding: 10 nummers voor slechts €10.