Minne Koole: ‘Geef mij een afgrond en ik stort mijzelf erin’

Door zijn hoofdrol in Niemand in de stad en bijrol als de jonge Willem Holleeder in Judas wordt Minne Koole (25) hét acteertalent van 2019 genoemd. Gaat hij al naast zijn schoenen lopen? ‘Ik had vandaag nog een dag dat ik álles stom vond aan mezelf.’

Tekst: San van de Ven | Beeld: Rachel Schraven

De Volkskrant roept elk jaar één acteur uit tot het grote talent van het jaar. Voor 2019 ben jij dat.

‘Ja, supercool. Ik zie het als een kans om heel veel mooie dingen te doen. En aan de andere kant denk ik: het is maar een lijstje, het zijn maar meningen. Ik probeer bewust om er niet te hard mee bezig te zijn. Het is heel onwerkelijk om paginagroot in de krant te staan, maar twee dagen later ben je het ook weer vergeten. Dan ben ik bezig met dingen als een discussie met mijn vriendin, dat ik geen leuke kleren heb om aan te trekken, dat ik mijn huis moet schoonmaken. Het verandert niets.’

Als net afgestudeerd acteur kreeg je een hoofdrol in Niemand in de stad en die werd lovend ontvangen. Heeft dat je zelfvertrouwen gegeven?

‘Natuurlijk heeft het me wat zekerheid gegeven. Ik ben er trots op, ik heb laten zien dat ik iets kan – die erkenning helpt wel. Maar het is dubbel, want het maakt me tegelijkertijd onzeker. Dat je denkt: de volgende keer ziet iedereen dat het maar een one shot was.’

Was je liever wat meer onder de radar gebleven?

‘Ik ben nog steeds onder de radar. Ik repeteer nu voor de jeugdvoorstelling De wereld & Ko die nog verkocht moet worden, deze zomer sta ik met theatergroep Suburbia op locatie in Flevoland – dat is heel leuk, maar niet in de spotlights. O, trouwens: er komt nog wel een rol in een heel vette serie aan, met dikke spotlights, maar daar mag ik niks over zeggen.’

Je bent de zoon van filmmaker Boudewijn Koole, van ondere andere Kauwboy. Stond het vast dat jij ging acteren?

‘Absoluut niet. Acteren is niet iets binnen onze familie. Mijn ouders – mijn moeder is fotograaf – zijn meer makers die op een afstandje iets bedenken. Ik heb er nooit zo veel van gemerkt dat mijn vader filmmaker is. Hij heeft me ook niet in de richting van acteren geduwd, hij zei juist: je moet doen wat je leuk vindt, maar ga ook naar andere studies kijken, want het is een moeilijk vak.’

Waarom wilde je acteur worden?

‘Ik weet het niet precies. Ik heb wel altijd gehad dat ik wist hoe iets beter moest, als iemand op het podium stond. Dat zag ik gewoon. Dan dacht ik: als je dat woord zo zegt, valt het niet; het is pas grappig als je het zó doet. In de eerste klas heb ik zelf een act van Hans Teeuwen opgevoerd, waarbij hij een gedicht voorleest dat nergens op slaat, maar dat het publiek heel serieus neemt – en dan scheldt-ie iedereen uit. Dat heb ik ook gedaan. Ik speelde dat ik héél zenuwachtig was, liet de microfoon vallen, begon te stotteren. Iedereen dacht: ach gut, die eersteklasser heeft een gedicht geschreven en het gaat helemaal fout. En daarna heb ik ze helemaal verrot gescholden omdat ze het serieus namen, haha. Mijn oma vond het heel goed, dat weet ik nog. In de derde had ik een heel goeie dramadocent die tijdens de eerste les tegen me zei: ‘Maar jij bént een acteur.’ Ik, spottend: ‘Nou, dat denk ik niet.’ Hij was een beetje een vaago, maar hij had smaak. Uiteindelijk heeft hij me een stuk gegeven voor twee personen, voor mij en een vriendinnetje dat ook van theater hield.’

Uit wat voor gezin kom je?

‘Uit een heel liefdevol gezin, mijn ouders zijn echt geweldig. Ik ben opgegroeid in de Jordaan, in Amsterdam – toevallig tegenover het huis waar Holleeder is geboren, dat is wel grappig. Ik heb hem nooit gezien nee, dat was voor mijn tijd. Mijn ouders hebben ons altijd gestimuleerd om zelf na te denken. Mijn zusje en ik zijn heel verantwoordelijk, dat waren we als kind al. Ik heb niet erg gepuberd, behalve dat ik wel een piekeraar ben. Ik ben iemand die zich heel veel zorgen maakt, zich terugtrekt en heel veel gaat nadenken. Maar daar kunnen mijn ouders niet zo veel aan doen. Er was geen woede, maar wel heel veel frustratie. En dat moest ik dan zelf oplossen.’

Het hele interview met Minne lees je in VIVA 11. Deze editie ligt vanaf 13 maart 2019 in de winkel. Of bestel ‘m hier.

» BESTEL VIVA HIER ONLINE «

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.