Pleegouders zijn mijn helden

geen

We hebben het afgelopen week allemaal kunnen volgen op het nieuws: de kleine Turkse Yunus (9 jaar) is het middelpunt van een internationale rel.

In een notendop
Yunus is als baby uit huis geplaatst en opgenomen door een Nederlands lesbisch stel. Nu zijn biologische moeder consternatie maakt, is er voor Turkije aanleiding om zich eens goed te bemoeien met onze pleegzorg. Vijf- tot achtduizend Turkse kinderen zijn in Nederland, Duitsland en België ondergebracht bij pleegouders. Of wij die Turkse kinderen indoctrineren met onze Christelijke achtergrond, onze ‘vrije’ normen en waarden (en eetgewoonten) of zelfs mishandelen.

Hartverwarmend
Alle respect heb ik voor andermans cultuur en geloof. In alle vormen en maten, zolang we cultuur en geloof niet gebruiken als reden om anderen kwaad te doen. En hoewel ik maar al te goed besef dat geloof in andere landen het allerhoogste goed is, waar ik ook nog bewondering voor heb, gaat wat mij betreft een kinderleven voor. Het welzijn van kinderen gaat bij mij altijd voor. In mijn belevingswereld en in mijn rechtvaardigheidssysteem is het opvangen van een kind dat thuis een slecht leven heeft, enorm belangrijk en het meest waardevolle wat je als medemens kunt doen. Een ander kind opvangen en opvoeden als de jouwe, het kind de liefde geven dat het verdient en het op laten groeien in een schone omgeving, bekommerend om zijn of haar gezondheid, geluk, onderwijs en toekomst. Dat er zoveel pleeggezinnen zijn, verwarmt mijn hart. Zij verdienen van mij alle lof die er bestaat.

Niet de gemakkelijkste klus
Veel kinderen die in een pleeggezin geplaatst worden hebben meer meegemaakt dan menig volwassene, ik bedoel: kinderen worden in Nederland niet zomaar uit hun gezin weggehaald, daar is echt heel wat voor nodig. Kinderen zijn dan verwaarloosd of zelfs mishandeld, wat het opvangen van zo’n kind dus niet de gemakkelijkste klus maakt. Pleegouders worden niet voor niets zo goed gescreend. Hiermee wil ik niet zeggen dat het systeem altijd feilloos is en er zal -zoals overal- vast ook een enkeling tussen zitten met minder goede bedoelingen. Maar ik ken pleeggezinnen en ben ervan overtuigd dat zij net als vrijwel de meeste andere pleeggezinnen het beste voor hebben voor de kinderen die zij opvangen. Hen de aandacht, liefde en zorg geven zoals zij dat bij hun eigen kinderen doen. Hardwerkende, bescheiden mensen die er niet eens credit voor willen en hun nobele daad zien als de normaalste zaak van de wereld. Ik hou van deze mensen. Wat moeten we zonder ze? Ik ben ze dankbaar.

Verantwoordelijkheidsgevoel
Dat is precies wat mij zo steekt aan deze situatie. Als een Nederlands kind dat in Turkije woont (en dus Turks is), opgevangen wordt door een moslimgezin, is dat ten eerste al geen issue voor mij. Ten tweede ben ik blij dat het kind ergens goed terecht komt. Punt. Als de biologische ouders in kwestie boos zijn dat het kind dan niet volgens hun herkomst opgevoed wordt, denk ik: maar wat heb je in hemelsnaam uitgevreten om je kind te verliezen? Als je dan zo tegen integratie bent, moet je niet emigreren naar een land dat te ver afstaat van je eigen herkomst. Wees dankbaar dat er mensen zijn die wel verantwoordelijkheidsgevoel hebben en jouw kind voorzien van alle basisbehoeften.

Onze helden
Geloof en cultuur zijn voor mij ondergeschikt aan de belangen van een kind. Seksuele geaardheid is voor mij al helemaal geen kwestie. Maar mijn beeld verschilt met dat van een persoon dat geloof als belangrijkste belang bestempelt. Natuurlijk moeilijk, maar vergeet niet dat de biologische ouders veelal zelf voor Nederland hebben gekozen en dus dan ook moeten leven met de consequenties van hun eigen (verkeerde) beslissingen. Als er niet voldoende moslimpleeggezinnen zijn voor de Turkse kinderen in Nederland, dan zij het zo. Kom niet naar Nederland met een wijzend vingertje, om onze helden een veeg uit de pan te geven, terwijl zij de kinderen geven wat de biologische ouders klaarblijkelijk niet voor elkaar kregen.

Heel veel sterkte aan Yunus en zijn twee moeders.

© Beeld: Tolga “Musato”