Sanne zag haar vriendin veranderen: ‘Nu is ze net zo’n krent als hij’

Sanne (30) weet dat haar beste vriendin het vroeger thuis niet breed had. Maar is dat een reden om nu alles te doen wat haar extreem zuinige vriend wil?

Tekst: Marloes Vinke

“‘Ik heb zo’n zin in biefstuk, die frikandellen komen mijn neus uit,’ zuchtte ze. We stonden te kijken naar de voetbalwedstrijd van onze mannen. Inwendig schreeuwde ik: ‘Kóóp dan biefstuk!’ Maar ik hield me in. Alweer.

Wendy en ik kennen elkaar al ruim twintig jaar. Vanaf het moment dat ze bij me in de klas kwam, in groep 4, waren we onafscheidelijk. Alles deden we samen. Van touwtjespringen tot het uitvoerig bespreken van onze eerste zoen. Wendy had een grote mond en durfde alles. Als ze ruzie had met een leraar of een praatje maakte met de leukste jongen van de school, stond ik er altijd wat ver-legen naast.
Wendys ouders hadden het niet breed. De merkkleding die ik droeg, konden ze haar en haar zusjes niet geven. Ook ging ze vaak met mijn familie mee op vakantie. Toen we tien waren, wilden we graag op hockey. Hoewel ze het nooit gezegd hebben, heb ik het idee dat mijn ouders toen hebben bijgedragen zodat Wendy ook kon hockeyen.”

Eng zuinig

“Toen Wendy op haar 25e Rob ontmoette, woonde ik al samen. Mijn vriend en Rob zaten bij elkaar in de vriendengroep. We zagen het helemaal zitten: konden we leuke dingen met z’n vieren gaan doen. In het begin was het nog gezellig. We hadden feestjes, barbecues, etentjes. Met de hele vriendengroep of met z’n vieren. Maar langzaamaan zag ik mijn vriendin veranderen in een onderdanig muisje. Alles wat Rob wilde, gebeurde. Als hij vond dat Wendy de was moest doen in plaats van met mij te gaan shoppen, bleef ze thuis. Als ze zin had in een tosti in de stad, zei Rob dat ze beter thuis een boterham kon eten. Ze luisterde naar alles wat hij zei. Ik wist niet wat ik meemaakte.
Robs zuinigheid, waar ik van mijn vriend al over had gehoord, nam steeds extremere vormen aan. Rob ging standaard naar huis als het zijn beurt was voor een rondje. En dat begon zij ook te doen. Of die keer dat we Chinees hadden gehaald. Natuurlijk hadden we veel te veel, en na afloop stapelde Rob alle overgebleven bakjes op en nam ze mee. Zonder iets te zeggen. Wendy liep er gedwee achteraan.
Zijn vrienden deden niet moeilijk over zijn gedrag. Ze maakten een grapje dat hij zo’n krent was en dwongen hem ook ’ns een biertje te halen. Dan was het weer goed, ze kenden Rob niet anders. Maar ik verloor langzaam mijn beste vriendin.”

‘Als het haar beurt was voor een rondje, verdween ze. Had ze van hem geleerd’

Kast van een huis

“Het gekke is: Rob heeft geld zat. Een paar jaar geleden heeft hij een enorm bedrag gekregen van zijn opa en oma. Daarnaast krijgt hij maandelijks een toelage van zijn ouders, die voor hem en zijn zus ook nog eens een groot vrijstaand huis hebben gekocht. Rob werkt drie dagen in de week in het transport-bedrijf van zijn familie. Wat hij de rest van de tijd doet, weet niemand. Wendy is fysiotherapeut en toen ze bij Rob introk, werd er voor haar meteen een praktijk aan het huis gebouwd. Ze vond het fantastisch, noemde zijn huis een paleis. Ze had nooit durven dromen dat ze ooit in zo’n kast zou wonen.

Ik zag Wendy steeds minder. En niet alleen omdat Rob dat wilde. Ze ging steeds meer op hem lijken. Het enige waar ze over praatte, was geld en hoe ze zo min mogelijk kon uitgeven. Ik miste de oude Wendy. Heel soms, bij hockey, klaagde ze over hem. Dan zei ze dat hij nooit eens wat leuks wilde doen en dat ze altijd maar op de bank hingen. Of dat ze nooit op vakantie gingen. Ja, één keer per jaar met de caravan van zijn zus naar een camping, twintig kilometer van hun huis. Ze schaamde zich soms ook wel. Bijvoorbeeld toen Rob zijn lidmaatschap van voetbal had opgezegd. Een paar weken later werd hij teruggevraagd in het team, omdat ze te weinig man hadden. Sindsdien traint hij gratis mee.”

‘Hij heeft geld 
zat, toch gunt hij 
haar niks. Ze 
leeft als een armoedzaaier’

De laatste ruzie

“Een paar jaar heb ik me, op wat opmerkingen na, ingehouden. Ik wilde onze vriendschap niet op het spel zetten. Maar op een gegeven moment kon ik dat echt niet meer. Wendy had haar enkel gebroken met hockey. Ik ging op ziekenbezoek, ze lag met haar zielige enkel op de bank en vroeg Rob of hij een afbakbroodje voor haar in de oven wilde doen. ‘Nee Wen, ik heb net al gegeten en ik vind het zonde om voor één broodje de oven aan te zetten,’ antwoordde hij. Hij pakte zijn jas en ging weg. Vol ongeloof staarde ik naar de deur. Ik stond op en deed alsnog een broodje in de oven. Wendy deed alsof het niet was gebeurd. Na wat oppervlakkig geklets zei ze: ‘Rob wil dat ik stop met hockey. Hij baalt ervan dat ik de komende weken niet kan werken door deze blessure en wil niet dat het nog eens gebeurt.’ Mijn mond viel open. ‘Dit méén je niet,’ riep ik. Waar was m’n stoere vriendin gebleven? Ze barstte in huilen uit. ‘Je hebt Rob nooit gemogen, hoe denk je dat dat voor mij is?’ ‘Maar je bent niet gelukkig hier,’ riep ik terug. ‘Het lijkt wel alsof je alleen maar bij hem bent voor z’n geld. En intussen leef je als een armoedzaaier.’ Toen werd Wendy ook boos. ‘Ga mijn huis uit, ik wil je niet meer zien,’ schreeuwde ze en wees me de deur. ‘Het is jouw huis niet, er is niks van jou bij,’ riep ik nog.”

‘Ik wilde er niks van zeggen, maar intussen raakte ik wel m’n beste vriendin kwijt’

Te hard geweest?

“Achteraf heb ik spijt. Ik had niet zo tekeer moeten gaan. Maar de opgekropte frustraties moesten eruit. Ik had veel eerder met haar moeten praten, ik zag dat ze niet gelukkig was. Ik voel me schuldig dat ik dat niet gedaan heb. Aan de andere kant, het zijn haar keuzes. Bij hockey komt ze niet meer. Heeft hij toch zijn zin gekregen. Als we elkaar toevallig tegenkomen, zeggen we niets. Onze vriendschap is voorbij. Aan een kant mis ik haar verschrikkelijk, aan de andere kant: in mijn ogen was ze al jaren zichzelf niet meer.
Waarschijnlijk heeft het te maken met haar jeugd. Haar ouders moesten elk dubbeltje omdraaien. Nu woont ze in een mooi huis en heeft ze financiële zekerheid. Maar ze leeft niet. Binnenkort wordt ze dertig. Ik weet dat ze graag kinderen wil. Of ze er komen, betwijfel ik. Ik heb Rob vaak genoeg gehoord over hoe duur een kind wel niet is.

Als ze ooit inziet hoe hij echt is, is ze welkom bij me. Intussen hoop ik maar dat ze gelukkig is. Eén ding weet ik wel: geld maakt in elk geval niet gelukkig. Al helemaal niet als je het nooit mag uitgeven.”

Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale aanbieding: 10 nummers voor slechts €10.

Beeld: Sanoma Beeldbank