Sinan Can: ‘Ik hou ervan om langs afgronden te balanceren’ (+)

Nog even gauw honderd boeken schrijven, vijftig documentaires maken en vooruit, een kinderdorp oprichten in het Midden-Oosten. Documentaire- en programmamaker Sinan Can heeft haast, want hij denkt dat z’n tijd bijna op is.

Ligt je werk op z’n gat door de coronacrisis?

‘Nee, eigenlijk niet. Ik ben bezig met een aantal boeken en documentaires, dat is natuurlijk mijn core business. Sinds kort heb ik een programma op Radio 1, Sinans atlas, waarin ik met gasten praat over het land waar zij hun hart aan hebben verloren. En ik ga een rubriek schrijven voor de VARA gids.

Verder wacht ik een beetje totdat er weer gereisd mag worden, zodat we kunnen draaien voor mijn nieuwe programma Sinan op zoek naar het paradijs. Het gaat over het Midden-Oosten, zoals altijd bij mij, maar nu vanuit een ander perspectief. Het is gewoonlijk veel kommer en kwel, maar ik wil nu eens de hoopvolle, romantische en lieve kant van het gebied laten zien.’

Lees ook:
Jeangu Macrooy: ‘Echt een losbol kun je me niet noemen’

Komt dat voort uit een persoonlijke behoefte?

‘Ja, absoluut. De afgelopen negen jaar heb ik midden in de ellende gezeten, want er zijn veel conflicten en oorlogen in het Midden-Oosten. Maar er zijn ook hoopvolle verhalen en mooie kanten. Soms kom ik in een oorlogsgebied en denk ik: wat is het mooi, en wat jammer dat mensen hier niet naartoe kunnen reizen om deze archeologische plek te bewonderen.

Ik weet nog dat ik in 2017 in Samarra in Irak, een prachtige oude stad, bij het oude paleis van de kalief stond en dacht: wat zonde dat niemand dit kan zien. Het is een beetje gek, want er werd overal om ons heen knoerthard gestreden, maar het voelde als een soort oase in de misère.’

Waar komt jouw fascinatie voor het Midden-Oosten vandaan?

‘Mijn ouders zijn geboren en getogen in Turkije, dus ik ben van huis uit begaan met wat daar gebeurt. We reisden vaak naar het oosten van Turkije en ik kende het Midden-Oosten uit de boeken die ik las: Duizend-en-een-nacht en andere sprookjes. Ik was als kind al enorm geïnteresseerd in de geschiedenis en de conflicten, wat ook komt doordat ik uit een rood, socialistisch nest kom.

Mijn ouders waren bezig met de apartheid in Zuid-Afrika, de verschrikkelijke regimes die in Latijns-Amerika zaten, de slechte situatie in Turkije in de jaren tachtig en negentig. Het venster naar de wereld stond wijd open, met als belangrijkste boodschap: solidariteit met mensen over de hele wereld die te maken hebben met onrecht.’

Stond jij als kind met je benen in twee verschillende culturen?

‘Ja. Thuis en in mijn directe omgeving was het Nederlands-Turks, op school was er een mix van Nederlandse, Turkse en Marokkaanse kinderen. Ik heb het altijd als een meerwaarde beschouwd dat ik me in beide werelden naar behoren kan bewegen, wat een gevolg is van de bubbel waarin ik ben opgegroeid. Ik heb nooit te maken gehad met discriminatie of racisme, het was veilig en liefdevol, waardoor ik tot volle ontplooiing kon komen en me zowel thuis voelde op een Turkse bruiloft als op een Nederlandse verjaardag.’

Lees ook:
Alex Ploeg: ‘Humor is een soort sociaal glijmiddel’ (uit het magazine)

Hoe kijk jij naar discussies over integratie?

‘Het verbaast me dat er vaak wordt gezegd dat de culturele samenleving is mislukt. Misschien is het niet overal even goed gelukt, maar als ik het bekijk vanuit de kleine stad Nijmegen waar ik ben opgegroeid en waar ik nog steeds woon, dan heb ik nooit het gevoel gehad dat het is mislukt. Ik zie diversiteit als rijkdom, en door het vele reizen ben ik er alleen maar meer van gaan houden.

In het Midden-Oosten kom je in gebieden waar verschillende keukens, talen, religies en etnische achtergronden allemaal door elkaar lopen. En ja, dat zorgt voor conflicten, maar ook voor veel mooie dingen. Je wilt toch ook niet in een bos rondlopen waar maar één soort boom staat? De struiken en het onkruid horen net zo goed bij de diversiteit van het leven. In een tijd waarin het lijkt alsof alles kommer en kwel is, moeten we daar ook oog voor hebben.’

Sta je optimistisch in het leven?

‘Als je zoveel ellende hebt gezien als ik, zou het normaal zijn dat je het vertrouwen in de mensheid verliest en verbitterd raakt. Maar ik merk dat het bij mij andere krachten en gevoelens losmaakt, in de zin van dat er altijd hoop is. Er zullen mensen blijven die zich verzetten, onder welke omstandigheden dan ook, maar elke situatie is omkeerbaar, als we het maar willen.

Ik zeg vaak dat beschaving voortschrijdend inzicht is, omdat het iets is wat zich ontwikkelt. In de vorige eeuw was palingtrekken in Amsterdam een normale hobby, nu zouden we het niet in ons hoofd halen om in een boot zo hard mogelijk aan een levende paling te trekken. Zo veranderen er meer dingen, waaronder Zwarte Piet, een traditie die al lang niet meer kan, vind ik.’

‘Ik hou ervan om langs afgronden te balanceren, dat is al heel lang een soort levensstijl. Daarom ben ik journalistiek gaan studeren’

Schuilt er een wereldverbeteraar in jou?

‘Na de middelbare school stond ik op het punt om me in te schrijven voor de studie geschiedenis, toen ik dacht: past dit wel bij me? Ik vind het een mooi vak, maar sluit het aan bij de drive die ik met de paplepel ingegoten heb gekregen? Namelijk: iets doen voor de samenleving, verandering teweegbrengen, het verschil maken, ook al is het maar in het leven van één persoon.

Een studie journalistiek matcht beter met die maatschappelijke betrokkenheid, en ook met de reislust die ik heb, de hang naar avontuur. Ik hou ervan om langs afgronden te balanceren, dat is al heel lang een soort levensstijl. Daarom ben ik journalistiek gaan studeren.’

Tekst: Fleur Baxmeier | Foto: Maaike van Haaster
Met dank aan No Rules, Amsterdam

Dit is niet het volledige interview met Sinan Can. Benieuwd naar het gehele interview? Dat kun je lezen in de nieuwste VIVA #39, die vanaf vandaag in de winkels ligt. Weet je dat je de nieuwste VIVA ook als losse editie heel makkelijk kunt bestellen via deze link?

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«