Strikken

geen

Brullend staat hij op het plein. De hippe suede schoenen, waar we allemaal jaloers op waren, zitten doorweekt aan zijn verkleumde voetjes. Juf roept mij op het matje.
‘Hij heeft te weinig aan. Waar zijn muts, sjaal en wanten? En die schoenen kunnen echt niet in de winter.’

Ik denk aan het enorme arsenaal aan sjaals, wat uitwaaierde over de auto, supermarkt, school en luttele vriendjes. Maar niet om zijn nek dus. Vanmorgen wel nog, trouwens. En die schoentjes, die ik zelf ook wel had willen hebben… Ze heeft gelijk. Soms hebben ook ouders een reprimande nodig van de kleuterjuf. We stoten meteen door naar de schoenenwinkel.

Etalage
Zoon stort zich met enthousiasme op het meetapparaat. Dochter zet haar zinnen op wanstaltige Hello Kitty bontlaarsjes. Broertje is direct verdwenen.
Er is nog wat uitverkoop, maar nieuwe collectie lijkt om de één of andere reden altijd mooier, steviger en beter voor je voeten. Inmiddels is Dochter ook verdwenen, met medeneming van de laarsjes. Zoon ziet zilveren zomerschoenen en vindt ze perfect voor een sneeuwwandeling.

Ik krijg zin om me ruggelings in het gangpad te laten glijden. Een klein slaapje onder het schoenenrek… Nee. Verman je.
Ik moet kroost hervinden, voetjes wurmen, veters strikken, teentjes zoeken, laten lopen, maar niet wèg.
Ik vind ze terug in de etalage, waar ze al bijna zichzelf in de uitverkoop deden. We kiezen prachtige bergschoenen en ik houd mijn blik afzijdig, als ik mijn pinpas door het apparaat trek.

Veters
Het prettige gevoel een degelijke moeder te zijn, wordt al snel doorkruisd door de herinnering aan het geklier met veters.
Broertje weet er wat op. Als ik een plankje met een veter voor hem regel, wil hij leren strikken. Hij kan ook zelf wel timmeren, als ik zo vriendelijk wil zijn om de spijker voor hem vast te houden. Enerzijds moet ik hem aansporen harder te slaan, anderzijds weet ik niet of ik dat wel wil, met mijn vingers eronder. Zes spijkers en een veter verder, zijn we apetrots. Zoon keurt ons kunstwerk.

‘Het lijkt niet echt op een schoen.’
‘Zoals jullie nieuwe schoenen, bedoel je?’ die overigens met hun prima te strikken veters, voor oud vuil in een hoek liggen.
‘Je moet er nog één maken.’ Vervolgt hij pesterig.
‘Waarom?’
‘Een mens heeft toch twee voeten.’

Foto: Privebezit