The Dutch Giant Olivier Richters: ‘Ik moet om de drie uur iets eten, anders word ik duizelig’

Van een slungelig ventje bodybuildde Olivier Richters zich in tien jaar tijd naar een gigantisch spierpakket. In Hollywood staan ze inmiddels in de rij om The Dutch giant in te lijven in hun films. En dit is nog maar het begin.

Olivier Richters (5 september 1989) begon op z’n twintigste met bodybuilden, omdat hij zijn schriele postuur – tachtig kilo bij twee meter achttien – zat was. Tien jaar trainen later weegt hij 155 kilo, een transformatie die deuren voor hem heeft geopend in Hollywood, waar hij bekend staat als The Dutch Giant. Hij speelde in de films Ravers, Black widow, The king’s man 3 en Louis Wain en in de HBO-serie Gangs of London. Samen met zijn broer Rein en schoonzus Yvette runt hij een online supermarkt voor sportvoeding. Olivier woont in Hilversum samen met zijn vriendin Desiree.

Lees ook:
Amerika-correspondent Michiel Vos: ‘Mijn werk zal de komende jaren een stuk saaier worden’

Wereldfaam in eigen land, een docu en een doorbraak in Hollywood. Zijn al jouw dromen het afgelopen jaar uitgekomen?

‘Laat ik het anders zeggen: mijn droom wordt steeds verlegd. Mijn motto is altijd: je moet een reden hebben om op te staan. Dat is Muscle Meat, mijn supermarkt in sportvoeding. Een paar jaar geleden kwam daar de droom bij om een keer op het witte doek te verschijnen. Ik heb alle castingbureaus gemaild en ben naar het filmfestival van Cannes gegaan in de hoop daar gespot te worden, maar zonder resultaat. Ongeveer een jaar later ging ik naar Comic Con, een beurs over fantasy, waar ik een leuk gesprek had met Spencer Wilding, een acteur van twee meter.

Ik vroeg hem hoe hij aan zijn eerste rollen was gekomen en hij zei: ‘Stuur me je portfolio, dan stuur ik het rond.’ Twee weken later had ik mijn eerste rol, niet eens in een B-film, maar in de C-film Ravers. Hij was zo slecht dat ie nooit in de bioscoop is geweest, maar dat heeft er wel voor gezorgd dat ik onder de aandacht kwam bij andere casting directors. Bij mijn tweede auditie kreeg ik een rol in King’s men 3 en de Marvel-productie Black widow werd mijn tweede film. Het is één grote gekte geweest.’

Kwam het idee om in een film te spelen zo maar uit de lucht vallen?

‘Ik ben altijd met mijn hersenen bezig geweest: havo, vwo, universiteit, het opzetten van mijn bedrijf. Maar ik ben ook twee meter achttien lang en de meeste lange mensen doen daar iets mee. In reclames spelen, dat soort dingen. Ik deed dat bijna nooit, omdat ik het te druk had met mijn bedrijf.

Maar als ik dan een keer een rolletje had in De TV-Kantine of GTST, merkte ik wel dat ik dat heel leuk vond. Het leek me tof om mezelf te vereeuwigen in een film, zodat je me daar over honderd jaar nog in kunt zien. Ik wilde mijn lengte benutten om dat te bereiken.’

Wanneer begon jij qua groei uit de pas te lopen met de andere kinderen in je omgeving?

‘Als baby was ik al zestig centimeter, en dan was ik nog te vroeg geboren ook. Een gemiddelde baby is 52 centimeter lang, ik was zo groot dat de couveuse besloeg. In mijn jeugd was ik altijd minimaal een kop groter dan andere kinderen. Op mijn veertiende was ik twee meter lang, op mijn zeventiende twee meter tien en op mijn negentiende was ik uitgegroeid.’

Zit een reuzenpostuur bij jullie in de familie?

‘Mijn moeder is 1,78 meter, wat in haar tijd heel lang was. Mijn vader en mijn broer zijn allebei twee meter. Onze lengte was thuis nooit onderwerp van gesprek, ik was gewoon ik en tot mijn veertiende was ik minder lang dan mijn vader en mijn broer, dus toen viel het andere mensen ook nooit op. Pas daarna gingen ze erop reageren en over me praten. Dat was voor mij een omschakeling. Ik moest wennen aan de aandacht en inzien dat mensen me niet aankijken uit walging, maar dat het positief bedoeld is.’

Hoe kijk je terug op je jeugd?

‘Prima. Ik kom uit een heel net en liefdevol gezin. Mijn moeder was lerares Nederlands en mijn vader heeft als cameraman en later 25 jaar als regisseur bij de NCRV gewerkt. In dat opzicht had ik dus altijd al iets met de tv-wereld.

Mijn vader komt uit een pleeggezin en heeft nooit liefde gehad, daarom wilde hij het wel goed doen. Dat merkte je ook. Elk weekend ging hij met me zwemmen en hij stond altijd voor me klaar. Alleen tussen mijn ouders ging het niet goed, dus ze zijn op mijn negende gescheiden. Daarna ging ik bij mijn moeder wonen, in het weekend was ik bij mijn vader.’

Lees ook:
Coronaminister Hugo de Jonge: ‘Ik ben erg streng voor mezelf’

Was je een populaire jongen?

‘Op de basisschool was ik het allervrolijkste jongetje van de klas, met veel vriendjes. Op de middelbare school werd ik introverter, omdat ik onzeker was over mijn lichaam. De meeste klasgenoten waren één meter vijftig, dat was nogal een verschil. Ik had nog wel wat vrienden, maar ik zei in het openbaar niet zo veel. Mijn lengte heeft me nooit depressief gemaakt, maar ik vermeed alles waardoor ik extra zou opvallen.

Ik ging ook nooit uit, omdat ik dacht: wat moet ik daar? Ik sta daar alleen maar vragen over mijn lengte te beantwoorden, dan ga ik liever gamen met vrienden. Omdat ik zo mager was dat je mijn botten zag, wilde ik ook niet naar zwembaden. Ik at drie keer per dag een flinke maaltijd, maar als je twee meter achttien lang bent, is dat niet genoeg.’

Wanneer dacht je voor het eerst: ik ga dit anders doen, ik ga spiermassa kweken?

‘Mijn broer deed aan bodybuilden en vroeg waarom ik dat ook niet ging doen. Ik was op dat moment twintig en trainde er in het eerste jaar meteen tien kilo spieren aan. Dat was een enorme motivatie om door te gaan.

Na vier jaar was ik van tachtig naar 125 kilo gegaan, wat in verhouding met mijn lengte een normaal gewicht is. Daarna heb ik er nog 25 kilo bovenop gezet, omdat ik het leuk vind in de sportschool en dacht dat ik daardoor makkelijker een rol zou krijgen in een film.’

Hoe heb je je transformatie aangepakt?

‘Mijn eetlust was niet zo groot, daarom ben ik elke drie uur gaan eten. Heel veel eieren, kipfilet en kwark, want spieren hebben eiwitten nodig. Daarnaast ben ik om de dag een uur gaan bodybuilden, wat veel minder vaak is dan mensen denken. Het verschil met skill sports als tennis of basketbal is dat je daar beter in wordt naarmate je het vaker doet. Bij bodybuilden is het: een uur lang je spieren slopen en pas weer trainen als ze hersteld zijn.

Een fout die ik jongetjes in de gym zie maken, is dat ze elke dag twee uur lang dezelfde spieren trainen. Dan gaat die spier alleen maar kapot en is er geen kans om sterker te herstellen. Er wordt ook wel gezegd dat bodybuilden zeventig procent eten is en dertig procent trainen. Je kunt je lichaam wel trainen in de gym, maar als je het niet de juiste bouwstenen geeft, heb je voor niks getraind.’

Tekst: Fleur Baxmeier | Foto’s: Rachel Schraven
Met dank aan Paisan Mediterranean Kitchen, in Hilversum

Dit is niet het volledige interview met Olivier Richters. Benieuwd naar het gehele interview? Dat kun je lezen in de nieuwste VIVA #50, die vanaf vandaag in de winkels ligt. Weet je dat je de nieuwste VIVA ook als losse editie heel makkelijk kunt bestellen via deze link?

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«