Tsippie en Bamse

Het pasgebaarde zoontje van Claudia de Breij heet ‘Bing’. Ik vind dit grenzen aan kinderverminking.

Bing de Breij, dat klinkt natuurlijk ontzettend schattig als je een naar Zwitsal ruikend hummeltje bent. En later, als je artiest wordt, of kunstenaar, klinkt het heel arty- farty. Maar stel nu dat Bing de Brey als puber een bijbaantje bij de Super De Boer krijgt. “Bing, kassa vijf alsjeblieft, Bing voor kassa vijf”, dat klinkt toch niet?
Hetzelfde geldt voor de jongste zoon van Martijn Krabbé: Achilles. Hoe spreek je een jongen die Achilles heet vermanend toe tijdens de blokfluitles? Dikke kans dat de blokfluitleraar in lachen uitbarst. En geef hem eens ongelijk. Maar waarschijnlijk zit Achilles Krabbé toch op blokfluitles met Mandarijn Jansen, Harley Postma en Fluitekruid Veenstra, want er worden tegenwoordig aan de lopende band kinderen geboren met hoogst debiele namen. Dus ach, wat maakt het dan nog uit?
Bij de Jackie van deze maand (sorry, ik koop ook wel eens een ander tijdschrift; ik ben een tijdschriftenhoer) zit een klein boekje voor moeders: de Jackie Junior. Als je nog domme-namen-inspiratie op wilt doen, zou ik em even kopen.
Er staat een kind in dat ‘Bamse’ heet. Ja echt: Bamse. Dat klinkt toch als een soort slang voor de horizontale mambo waarmee zijn ouders hem verwekt hebben? “Hee, hebben jullie nog lekker gebamsd gister?” Het zou binnen een studentenvereniging een prima synoniem voor ‘neuken’ kunnen zijn.
Ook staat er een kind in de Jackie Junior dat ‘Tsippie’ heet. Wat voor rare ouders zijn dat? Hoe kóm je op zo’n naam? Ik zie zo voor me dat die ouders tijdens de zwangerschap er op een avond goed voor gaan zitten, klaar om de naam van hun ongeboren spruit te bedenken:
“Plork? Wat vind jij van Plork?”
“Naah…misschien iets te edgy….wat denk je van Fats?”
“Fats…Fats….leuk, leuk, maareh…”
“Tsippie!”
“Eureka!”
“Nee, Tsippie!”
“Helemaal top. ‘Tsippie de Vries’, dat klinkt toch fantástisch!””

Ik mag dan de meest voorkomende meisjesnaam van Friesland hebben, maar toen ik in de kassa zat bij de Albert Heijn werd er nooit gelachen als ik werd omgeroepen.