Diederik Jekel: ‘Deelnemers van WIDM gaan na een draaidag niet in hun trailers blauwe M&M’s eten’

De slimmerik van het stel was de rest helaas niet te slim af. Wij hadden een belletje met de laatste afvaller voor de finale van Wie is de Mol, Diederik Jekel, en vroegen hem of hij zijn wetenschappelijke achtergrond heeft kunnen gebruiken bij zijn deelname.

Tekst: Eline Krak | Beeld: Michel Schnater

Op het laatste moment eruit. Hoe voelt dat?

“Na het groene scherm van Thomas dacht ik: nu is het afgelopen. Maar ik vind het oprecht niet erg dat ik de finale mis als ik denk aan alles wat ik heb meegemaakt. Je wordt in de meest mooie omgeving gegooid met de meest mooie mensen en het enige wat je doet is alles registreren. Je beleeft het daarom zo intens. Die tranen waren er puur uit dankbaarheid.”

Je maatje Thomas zit wel in de finale, maar kan ook net zo goed de Mol zijn. 

“Ja, dat zou toch wat zijn. Dat ik 3,5 week met de Mol op een hotelkamer heb gezeten en dat totaal niet heb doorgehad. Dan zeg ik: ‘Hulde, chapeau’ en neem ik hem mee uit eten.”

“Ik ben gewend om te berekenen, systemen te ontdekken.”


Wat had je absoluut niet verwacht, maar is toch gebeurd?

“Dat ik zo erg zou worden meegesleept. Ik heb een aantal keren tegen mezelf moeten zeggen: het is een spel, het is niet het einde van de wereld. Maar het voelde zo vaak als een kinderpartijtje: volwassen mensen die door de straat rennen, op zoek naar plastic schijfjes die ze op dat moment het belangrijkste in de wereld vinden.”

Dat is misschien ook wel de magie…

“Televisie is vaak uiterlijk vertoon, de makers bepalen het en daarom is het niet 100% eerlijk. Maar bij ‘WIDM’ is het spel en de inzet zo eerlijk en echt. Het is niet zo dat de camera’s om vijf uur uit gaan en dat de acteurs in hun trailers blauwe M&M’s gaan eten.”

In hoeverre heb je je wetenschappelijke achtergrond kunnen gebruiken?

“Ik ben natuurlijk gewend om te berekenen, om systemen te ontdekken. Om puzzelstukken bij elkaar te leggen en het grotere geheel te zien. Dus ik bedacht bij elke opdracht een tactiek. De enige opdracht waarbij ik dat niet kon, was de opdracht met de hooibalen, waarbij we twintig minuten de tijd hadden om geld te vinden tussen hooibalen. Ik kon gewoon niet bedenken hoe we dat slim konden spelen dus daar heb ik me suf over gepiekerd, ook naderhand nog.”

Je had wel een reeks leuke T-shirts aan, bijvoorbeeld eentje met een scheikundige formule die ‘Mol’ betekende.

“Alles wat ik doe en alles waar ik aan meedoe staat in dienst van het feit dat ik de wetenschap leuk wil maken. Wetenschappers zijn ook mensen! Als er 3,5 miljoen mensen naar ‘Wie is de Mol’ kijken en mijn T-shirt wordt besproken op middelbare scholen omdat ze er wat aan hebben, vind ik dat nuttig en leuk. Tja, ik moet me toch aankleden, dan maar zo. Alleen de trui met de spruit had echt niks met Margriet van der Linden (ex-Mol, haar bijnaam is ‘spruit’) te maken.”