WilHELmus: Oranjekoorts tegen wil en dank

Journalist Esma Linnemann is op z’n zachtst gezegd geen fan van Koningsdag. En dan is er nu ook nog de dreiging van terreur. Maar is dat niet júíst een reden om die oranje pruik uit de kast te trekken?

Tekst: Esma Linneman | Beeld: Merlijn Doomernik en iStock

Er is een dag in het jaar waarop ik me volledig afgesloten voel van de rest van Nederland. Het is een dag die te vroeg begint met het vlijmscherpe geluid van achter kinderfietsjes gebonden blikjes, en eindigt met een oneindige hoeveelheid glas en platgetrapt fastfood op straat. Deze dag heette eerst Prinsessendag, toen Koninginnedag en nu Koningsdag. Ongeacht de naam van deze dag: ik wou dat hij niet bestond. Ik ben altijd al een hater van de dag geweest, net zoals ik een hater van de kleur oranje ben. Oranje kleurt nergens bij, behalve bij een mislukte spraytan. Wie oranje draagt, ziet eruit als iemand in de problemen: een drenkeling, een Amerikaanse gevangene, een oversteekmoeder. Heb jij iets oranjes in de kast hangen? Nee toch? Oranje sucks, geef het gewoon toe.

Waarschijnlijk is het een genetisch defect, een deukje in een X-of Y-chromosoom, waardoor ik niet hysterisch blij word op de verjaardag van een niet door mij, noch door iemand anders verkozen monarch met vergeelde tanden. Ik had dit gevoel ook niet over Beatrix (alhoewel ik stiekem een zwak heb voor haar vorstelijke uitstraling). En ik had het al helemaal niet met Juliana, maar goed, toen was ik twee. Ik vind de monarchie een rare uitvinding. Ja, ik ben heus wel gecharmeerd van Maxima, en Koning Willem lijkt me best aardig. Maar met zo veel armoede, een economische crisis en een berg vluchtelingen vind ik het bizar om belastinggeld uit te geven aan een skivakantie van een kakfamilie met de achternaam Oranje.

Massahysterie

Nu is Koningsdag geen verjaardagsfeestje in de strikte zin van het woord. Je kunt het vieren samen met alle andere Nederlanders, opgaan in het feestgedruis van een eindeloze oranje gekleurde mensenmassa. Maar niet ik, ik kan het niet! Ik mis simpelweg het talent om iets te bakken van deze nationale feestdag. Dat is nooit anders geweest. In al mijn herinneringen aan lang vervlogen Koninginnedagen ben ik ongelukkig. Ongelukkig tijdens het koekhappen toen ik een kleuter was. Ongelukkig op de vrijmarkt als tiener. Ongelukkig in een bootje over de grachten als student. Het weer heeft nooit geholpen. April doet wat hij wil, en april wil kennelijk dat we het op Koningsdag de hele dag steenkoud hebben. Eind april waait er steevast een ijzige noorderwind langs de kraampjes van de vrijmarkt. Toch maar je jas halen die je in al je optimisme thuis hebt gelaten? Forget it: de stad zit volledig op slot, je kunt nergens heen. Hoeveel Koninginnedagen ik niet onder een plastic zeil of in een lelijke poncho heb doorgebracht, zijn niet te tellen. In mijn herinnering regent het altijd.

Er kleeft ook iets naars aan het massale van deze feestdag: op Koningsdag krijg ik een acute aanval van agorafobie, straatvrees. Ik voel me unheimisch in de massa mensen met toeters en oranje afropruiken. Midden op straat, in de open lucht verlang ik vurig naar een nooduitgang, een plek waar ik me kan onttrekken aan al die mensen. Een bevriende journalist kan zich herinneren hoe ze een keer op Centraal Station Amsterdam vast kwam te zitten in de menigte. “Ik dacht: als er nu iets gebeurt, ben ik dood.” Ook als er wel een beetje beweging in de kudde zit, vind ik dat stapje voor stapje over de grachten schuiven afschuwelijk. Altijd een volle blaas, en nergens een wc. In no time ten minste de helft van je groepje kwijt. En terwijl je zoekt naar je vrienden, sta je opeens oog in oog met die Tinderdate van vorig jaar. Wegduiken is er niet bij, je zit vast in de menigte. Hij heeft zijn nieuwe vriendin bij zich. Die zwanger is. Je zegt ‘hé hoi’, en rekent tegelijkertijd koortsachtig terug. Hij maakte het in november uit. Zij is nu zes maanden zwanger. Wacht eens even… Of een studiegenoot met een plastic kroon op zijn hoofd tikt je aan. ‘Hé, alles goed?’ zegt hij, en je herinnert je weer hoe ongelooflijk saai hij was. Inmiddels ben je iedereen uit het oog verloren. Iemand gooit bier over je heen. Een vrouw met naaldhakken trapt op je teen. Die oersaaie studiegenoot is ook iedereen kwijt en nu loop je met hem over de vrijmarkt.

Ik ben er even niet

Nee, Koningsdagen zijn niets voor mij. Ik heb verschillende strategieën verzonnen, coping mechanisms, om ermee te dealen. Die verdienen geen schoonheidsprijs, en ze werken vaak ook niet, maar ik wil ze toch even delen. Strategie 1: glasharde ontkenning. Je doet net of het niet zo is, alsof het geen Koningsdag is. Deze strategie heeft als beperkende factor dat hij alleen werkt als je je huis niet uit komt. Als vrienden bellen om te zeggen dat ze op de hoek van de Egelantiersgracht en de Prinsengracht staan, doe je net alsof de verbinding slecht is. Strategie 2: vlucht. Bijvoorbeeld naar het vakantiehuisje van mijn familie op de Veluwe, waar je niets anders hoort dan het monotone gefluit van de grote bonte specht, en het ruisen van de bomen. Toegegeven: ook in de Veluwse dorpen wordt er koek gehapt en is er vrijmarkt, maar in het bos is NIEMAND. Ook fijn is om op Koningsdag te vliegen naar verre bestemmingen als Thailand of Nepal. Geen (Nederlandse) hond die precies die dag wil reizen, dus het is nog goedkoop vliegen ook. Strategie 3: ziek worden. Een klein gelukje dat je een beetje kunt helpen door zonder jas of met natte kleren over straat te gaan. Niemand die je lastigvalt als je met koorts op bed ligt.

De laatste Koningsdagen gingen geruisloos aan me voorbij. In 2012 lag ik op de stranden van Koh Phagnan (Thailand), in 2013 lag ik op het strand van Copacabana, in 2014 struinde ik door de straten van Bangkok en vorig jaar had ik een allervervelendste verkoudheid, heus heel naar. Ook dit jaar wilde ik weer mijn spreekwoordelijke snor drukken, en de derde viering van Koningsdag heerlijk aan me voorbij laten gaan. Maar iets knaagt dit jaar aan mij. Een vreemd gevoel, dat ik zelf ook niet begrijp. Ik heb nog steeds dezelfde lauwe gevoelens voor het Koningshuis. En ik vermoed dat het deze 27 april weer hetzelfde pokkenweer gaat worden. Maar ik voel tegelijkertijd een drang om over mijn K-dagvrees heen te komen. Waarom? Omdat we alle andere dagen van het jaar zo ver-schrik-ke-lijk verdeeld zijn. Volgens peilingen van Maurice de Hond staat de PVV op zo’n 40 zetels. Dat zijn dus 2,6 miljoen PVV-stemmers. Daar staan miljoenen mensen tegenover die een gruwelijke hekel hebben aan de PVV. Dit land is verscheurd over het nijpende asielprobleem. Terwijl vrijwilligers massaal vluchtelingen helpen, zijn er ook mensen die dode varkens ophangen aan bomen, om hun woede over een komend asielzoekerscentrum te uiten. We hebben verbroedering nodig, en een volksfeest kan helpen. Maar een nationale feestdag als Sinterklaas doet juist het tegenovergestelde. Al drie jaar staan voor- en tegenstanders van Zwarte Piet lijnrecht tegenover elkaar. Dan is er als laatste redmiddel: de sport. Niets zo goed voor een gevoel van eenheid dan een EK of WK. Maar ‘onze’ jongens hebben zo verschrikkelijk belabberd gevoetbald dat we moeten toezien hoe 24 andere landen het dit EK in Frankrijk tegen elkaar opnemen. Feitelijk is Koningsdag de enige dag dit jaar dat we gezamenlijk feest kunnen vieren.

Met z’n allen

En dan is er nog een reden waarom ik dit jaar misschien niet muffig in een bos moet zitten. Op 12 november werd Parijs opgeschrikt door afschuwelijke terreuraanvallen. Op 22 maart werden de luchthaven Zaventem en de metro van Brussel het decor van dood en verdoemenis. Niet eerder kwam islamitische terreur zo dichtbij. Laten we eerlijk zijn: een aanval op Nederlandse bodem is volstrekt logisch, wij hebben immers F16’s naar Syrië gestuurd. Onze deelname aan de oorlog tegen IS kan betekenen dat ook wij te maken krijgen met geweld. Ook in Nederland wonen gemarginaliseerde, criminele jonge mannen die met hun woede geen kant op kunnen. En hoe kun je onze samenleving nou het beste raken? Juist, door die ene feestdag die we nog over hebben zwart te kleuren met kalasjnikovs en bomgordels. Tegelijkertijd voel ik een soort weerzin om toe te geven aan deze angst. Ik wil me niet laten intimideren. Misschien dat ik dan toch de straat op moet dit jaar.

Maar hoe doe je dat als fervent Koningsdaghater? Door een beetje introspectie. Wat maakt dat ik er geen hol aan vind, terwijl zo veel mensen dol zijn op Koningsdag? Ik leg mijn vraag voor aan massapsycholoog en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen Hans van de Sande. “In principe houden mensen er niet van om aangeraakt te worden door vreemden, we houden het liefst iedereen op armlengte afstand,” vertelt hij. “Maar een massa kan die angst tijdelijk opheffen. Tijdens een festival is het geen probleem om tegen iemand aan te staan. Veel mensen genieten van dat gevoel om even een te worden met de omgeving. Dat hangt wel af van je persoonlijkheid: als je angstig bent aangelegd, vind je massa’s en de aanraking van vreemden minder fijn. Of misschien heb je wel een traumatische ervaring gehad, ben je bijvoorbeeld gepest in je kindertijd. Dan ervaar je massa’s ook heel anders, veel bedreigender dan iemand die niet zo’n ervaring heeft gehad.” Ik moet denken aan de etters vroeger bij mij in de buurt, die me pestten. Ze gooiden me als vijfjarige in een sloot, terwijl ik nog niet kon zwemmen. Zou die nare ervaring er nu voor zorgen dat ik niet van massa’s hou? “Dat zou heel goed kunnen,” zegt van de Sande. “Overigens zijn vrouwen grosso modo meer op hun hoede bij grote massa’s dan mannen. En we leven in een samenleving waarin individuele vrijheid het hoogste goed is. Tegelijkertijd is het een heel menselijke behoefte om ergens bij te horen, om op te gaan in het geheel. Een feest als Koningsdag geeft je tijdelijk de kans om even samen te vallen met alle Nederlanders.”

Dat denkt ook Peter Jan Margry, onderzoeker bij het Meertens Instituut. Margry bestudeerde de maffe folklore van de Nederlandse monarchie. “Het koningshuis is geliefder dan ooit, veel Nederlanders zijn ‘oranjegek’ en dat is eigenlijk erg vreemd in een samenleving die democratische waarden hoog heeft staan en uiterst rationeel is. Maar er is een enorme behoefte aan stabiliteit. Het koningshuis biedt ten midden van verhitte politieke discussies en gespannen machtsrelaties een soort rustpunt. En heeft zich bovendien goed aangepast aan de behoefte van de samenleving. Zij staan veel dichter bij het volk.” Uit zijn onderzoek blijkt dat Nederlanders niet zozeer uit nationalisme Koningsdag vieren, maar uit een behoefte aan solidariteit, eenheid met elkaar. Volgens Margry gebeurt er daarnaast iets bijzonders op Koningsdag. “Eigenlijk is het volk dan een dag de baas, de regels worden omgekeerd en mits je het niet te bont maakt, ben je vrij om te doen en laten wat je zelf wilt. De vrijmarkt is daar een uitstekend voorbeeld van.” Koningsdag is niet alleen de viering van de monarchie. “We vieren eigenlijk de mobocratie: de massa, de ‘mob’, is even de baas in Nederland.”

Gewoon doorgaan

Maar hoe zit het dan met het gevaar van een massale viering? Niet alleen is Koningsdag uiterst geschikt voor terroristen die zo veel mogelijk mensen willen opblazen, ook een willekeurige gek kan het feest verpesten. Zoals in 2009, toen Karst T. met zijn Suzuki Swift inreed op de menigte en zeven mensen doodde, inclusief zichzelf. Massapsycholoog Jaap van Ginniken schreef over de angst voor terreur in zijn boek ‘Het enthousiasmevirus’. Momenteel woont hij in Zuid-Frankrijk, en aan de telefoon legt hij uit hoe krankzinnig het is om bang te zijn voor terreur. “De kans om onder een auto te komen, is oneindig veel groter dan de kans om slachtoffer van terreur te worden. Maar niemand lijkt meer te kunnen rekenen, of rationeel te denken. De media spelen de angst voor terreur volledig in de hand, ze blijven maar schrijven over terreurdreiging. Terwijl het thuis veel gevaarlijk is, daar kun je van de trap vallen.” Volgens van Ginneken moeten we ons niet laten kisten door lone wolves als Karst T., of door terroristen. “Je kunt je als burger niet voorbereiden op zulk geweld. Het enige wat je feitelijk kunt doen, is stug doorgaan met het leven dat je leidde. Elke aanpassing is een knieval naar de terroristen toe; zij krijgen hun zin op het moment dat jij je laat leiden door angst.”

Stug doorgaan met je leven. Dat zou voor mij betekenen wederom vluchten naar de Veluwe of een willekeurig tropisch strand. Maar in een wereld waarin iedereen tegen elkaar wordt uitgespeeld en waarin angst regeert, moet ik misschien wat meer moeite doen dit jaar. Dit jaar sta ik vroeg op en ga proberen te genieten van de eerste, indringende Koningsdaggeluiden. Ik doe expres geen warme winterjas aan, het is immers feest. Naar buiten ga ik, de grachten op. Daar raak ik vast al mijn vrienden kwijt, maar dat zal me niet beletten om te dansen op een of andere lelijke eurohousebeat. Fuck it, we hebben het hele jaar om ons af te zetten tegen elkaar. En op 28 april ga ik vast weer de discussie aan met PVV’ers, op die dag zal ik de verscheurdheid voelen die van ons land een schizofrene natiestaat maakt. Maar niet op Koningsdag. Dan ben ik tegen heug en meug even een met een massa oranje mensen.

Jessica heeft een zwak voor (salsa)dansen, gekke taalfeitjes en de Spaanse cultuur. Voor VIVA schrijft ze over human interest, entertainment, reizen, liefde, seks, eten en al het andere wat haar bezighoudt.