Blog Michelle: Het verschrikkelijke leed dat zeroes mode heet

Zeroes mode

Och, hoor je het je moeder nog zeggen? “Meid, zo’n jasje heb ik vroeger ook nog gehad.” En inderdaad, inmiddels is wel duidelijk dat álles in je kledingkast te recyclen valt. De flared jeans uit de jaren ’70, de eclectische jaren ’80 prints en uiteindelijk ook weer de crop tops en tuinbroeken uit de jaren ’90. Kunnen alle modedecennia op den duur dan weer een ronde mee? En geldt dat dan ook voor de kleding uit het tijdperk na de milleniumwisseling, oftewel, de zeroes mode? VIVA’s Michelle hoopt vurig van niet en loopt haar fotoalbum door om te laten zien waarom.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik dertien was tijdens de milleniumwisseling: met andere woorden, je hebt dan nog niet helemaal lekker door wat goed bij jou staat en waait het liefst met alle winden mee. Zo ook bij mij. Fris van de basisschool wilde ik in de eerste jaren van mijn middelbare schooltijd natuurlijk krampachtig overal bij horen en begreep dat kleding dé manier was om jezelf een zo hoog mogelijke status aan te meten. Deze waangedachte heb ik lange tijd gehad, en dus ben ik in de loop der jaren van links naar rechts en van kak naar lichtelijk alto gegaan. Dus, bij deze. Een uiterst gênante, maar what the heck, zeer vermakelijke trip down early-zeroes memory lane van een eersteklas modeslachtoffer. Met nadruk op slachtoffer.

Anastacia-bril

Dat het helemaal niet raar is om een zonnebril (danwel in je haar) te dragen binnenshuis, had ik al vér voor Henk-Jan Smits begrepen. En dit kwam mede dankzij Anastacia, die typisch Amerikaanse zangeres met krachtige stem en een nog krachtiger imago. Ineens liep namelijk iederéén met een geel-, blauw-, of roze beglaasde zonnebril en dus moest ik er ook één. En droeg hem ie-de-re dag.

Anastacia bril
De Anastacia bril droeg ik elke dag, en daar was ik zo te zien heel content mee toen ik 13 was. (2000)
En ja, ook op de schoolfoto. Waarom niet?
En ja, ook op de schoolfoto. Waarom niet? (2000)

Verder was geen één spijkerbroek cool als het geen Miss Sixty was, maar een survivalbroek met zakken aan zijkant mocht ook. Riemen moesten zo stoer en breed mogelijk natuurlijk.

Logo’s, logo’s, logo’s

Toen ik een jaar of veertien was vond ik dat een kledingstuk behoorlijk wat meerwaarde had als er een groot logo op te zien was. Dit begon bij mij vooral met Tommy Hilfiger. En dan maakte het niet eens uit of er daadwerkelijk Tommy Hilfiger op stond, want op dit hemdje staat er toch duidelijk London England. Ik rekende het blijkbaar goed.

Logo's, logo's, logo's
Tommy Hilf.. eehh.. London England (2000)

Kakkerrrr

En mijn logoliefde groeide uit tot een lichtelijke identiteitscrisis, al is dat natuurlijk niet vreemd in de puberteit. In vier havo dacht ik namelijk dat ik mijn club helemaal gevonden had: ik vond mezelf echt een kakker. En naast een x-aantal oversized, compleet vormloze blousjes, petjes en polo’s van Ralph Lauren, Gaastra of Tommy Hilfiger had ik mezelf ook een Gooise R aangemeten, want dat was een soort van package deal. En. Altijd. Kraag. Omhoog. Mijn ouders hebben zich vaak afgevraagd waar ik deze spontane voorliefde voor hockey en zeilen vandaan haalde. Het was gelukkig niet van al te lange duur. De lelijkheid… maar vooral – het complete gebrek aan creativiteit! Met een merk leek alles immers oké.

Dé kakkersoutfit: twee blousjes, petje en een sjaaltje
Dé kakkersoutfit: twee blousjes, petje en een sjaaltje (2002)
Kraagje omhoog!
Kraagje omhoog! (2003)
Hockeyfeest-proof
Hockeyfeest-proof (2002)

Felle kleuren

En dat ik eigenlijk helemaal geen kakker was, blijkt ook uit vele foto’s: ik heb genoeg ensembles terug gevonden waar, als ik echt uit een kak-familie zou komen, mijn moeder niet blij mee zou zijn. Grote oorringen waren sowieso een must, felgekleurde vestjes en sneakers ging ik ook niet uit de weg en ik liet maar wat graag een stukje buik zien omdat mijn spijkerbroeken met het jaar lager werden en de shirtjes altijd aan de krappe kant waren. Eerlijk is eerlijk: ik zou er op de poloclub in Wassenaar in ieder geval mee geweigerd worden. Ik was dus weer nepkakker-af.

De pose is eigenlijk nog het allerergste van deze foto.
De pose is eigenlijk nog het allerergste van deze foto. (2002)
Eerste keer naar een festival: ook lekker kort (2003)
Eerste keer naar een festival: achteraf is het shirtje gewoon 2 maten te klein (2003)

Netpanty’s en broekkettingen

Een aantal items zijn tot mijn kledingkast doorgedrongen waarvan ik überhaupt achteraf niet begrijp hoe ze ooit in het modebeeld verschenen zijn. Zo droeg ik een tijdlang steevast een ketting aan mijn broek. Niet omdat er aan het einde een portemonnee aan vast zat die ik op die manier niet zou kunnen verliezen, nee, hij was gewoon van de ene naar de andere kant geheveld. En dan nog iets: netpanty’s. Ook op 17-jarige leeftijd wist ik toch al vrij zeker dat ik geen carrière ambieerde als meid van lichte zeden. Toch vond ik het dragen van een verijdeld mandarijnennetje de normaalste zaak van de wereld.

De ketting aan mijn broek was compleet zonder functie.
De ketting aan mijn broek was compleet zonder functie. Evenals de blote buik in hartje winter. (2004)
Dit was niet meer dan normaal in de 00's. (2003)
Dit was niet meer dan normaal in de 00’s. (2003)
Hoe groter de oorbel, hoe beter!
Hoe groter de oorbel, hoe beter! Oh ja, en dat touwtje… (2002)

“Iedereen heeft ‘m”

Al bladerend door mijn zowel analoge als digitale fotoalbums kwam ik ook een aantal items tegen die ik had omdat, nou ja heel simpel gezegd, letterlijk iedereen ‘m had. Te beginnen met het fleecevest van GSUS. Een opvallend vest in elk denkbare kleur met hoog K-otic-gehalte. Het Nederlandse kledingmerk bestaat nog steeds en draait als je het mij vraagt heden ten dage nog altijd op het succes van dit wanstaltige item, die bij ongeveer iedereen van mijn generatie aan de kapstok hing. Zelf had ik een gifgroene uitvoering, die ik gedragen heb tot het extreem licht ontvlambare ding een flink sigarettenbrandgat te pakken kreeg.

Hét GSUS-vest, ik was dol op de mijne
Hét GSUS-vest, ik was dol op mijn gifgroengele exemplaar (2002)

Dan was er ook nog de Von Dutch-pet. Als ik het mij goed meen te herinneren waren Justin Timberlake en Missy Elliott de eerste die deze kneiterdure truckerspet in hun bezit hadden. Toen bleek dat één winkel in Amsterdam ze als eerste ook verkocht, ben ik met het OV naar de hoofdstad afgereisd. Zie hieronder het resultaat van een schaamteloze fotosessie voor mijn webcam, wat ik in die tijd net zo normaal vond als 70 euro uitgeven aan een pet (huil).

Webcamfoto's maken was natuurlijk één groot brainfart-moment.
Let’s face it: Webcamfoto’s maken was natuurlijk één groot brainfart-moment. (2004)

Het was ook de tijd van de grappige teksten op een t-shirt. Ik herinner mij een meisje in mijn klas die een t-shirt had met ‘Barbie is a slut’, hilarisch vond ik dat. Een paar jaar later had ik zelf een tanktop met Mary is my homegirl, met een ietwat saaie illustratie van het bijbelse figuur Maria erbij. Voor heren was er de versie met Jezus.

Mary is my homegirl!
Met Maria aan mijn zijde durfde ik de bungyjump wel aan. (2005)

Terugkeer

Voor de duidelijkheid: ik ga niet zeggen dat ik het nu soms wel helemaal weet qua mode. Ik heb genoeg items in mijn kast waarvan ik met 99% zekerheid durf te zeggen dat ik die over een jaar of tien ook verafschuw. Maar zo erg als de zeroes? We kunnen nu toch zachtjes aan concluderen dat dát bijna niet kan… Of zal ik daar over 10 jaar weer anders over denken? Ik heb mijn Von Dutch-pet in ieder geval nog netjes achterin mijn kast liggen…

Wat droeg jij in de zeroes?

Oh ja, dit ben ik nu.
Oh ja, dit ben ik nu.