Jamai Loman: ‘Ik ben geen Ronnie Flex, maar mijn muziek is goed’

We hebben er vijftien jaar op moeten wachten, maar Jamai Loman (31) heeft een nieuw album gemaakt. ‘Ik schaam me niet dat ik musicals heb gedaan, maar I moved on’.

Tekst San van de Ven | Foto’s Maaike van Haaster

In de begeleidende tekst bij je album staat: ‘Ik weet eindelijk wie ik wil zijn.’ Ging er een identiteitscrisis aan vooraf?

‘Geen crisis, maar ik ben wel zoekende geweest naar wie ik wil zijn, vooral rond mijn 27ste. Door Idols belandde ik vroeg in het vak en daarna heb ik verschillende disciplines gedaan: theater, musical, tv, een beetje acteren. Ik was met van alles bezig, zei snel ‘ja’, maar wist niet goed wat ik nou écht wilde. Zes jaar geleden heb ik de knoop doorgehakt om te stoppen met theater, ook al was dat op dat moment mijn core business. Dat was een pittige keuze. Maar het móést, omdat ik mijn droom wilde laten uitkomen. Ik ontdekte dat er twee dingen zijn die ik altijd wil blijven doen: op het podium staan en creëren. De afgelopen zes jaar heb ik me volledig gefocust op muziek en tv. En nog elke dag krijg ik de vraag: ‘Goh, in welke musical zit je nu?’ Dat ergert me soms. Niet dat ik me ervoor schaam dat ik musicals heb gedaan, maar I moved on. Dan is het net alsof ik de afgelopen jaren heb stilgestaan, terwijl ik keihard gewerkt heb. Voor mij is dit album niet iets wat ik er zomaar een beetje bij doe: het is het begin van een nieuwe stap. Ik wil de komende tien jaar albums maken.’

Een nieuw album betekent ook dat mensen er wat van vinden. Heeft dat je tegengehouden?

‘Nee, hoor. Wat dat betreft heb ik de afgelopen vijftien jaar een olifantenhuid gekweekt – ik heb alles al een keer gehoord. Ik wil lekker creëren. Alle mensen die het mooi vinden: let’s go. Alle mensen die het haten: let them hate. Daar heb ik me al op voorbereid. Ik ben geen Ronnie Flex of Lil’ Kleine, dus ik weet niet wat mijn plaat gaat doen. Maar ik ben er heilig van overtuigd dat mijn muziek goed is.’

Je was zeventien toen je Idols won, compleet met gillende fans voor je deur. Hoe kan het dat je nooit bent doorgedraaid?

‘Nou, ik heb er wel wat aan overgehouden. Ik ben bijvoorbeeld bang geworden voor grote menigtes. Die vermijd ik, omdat ik dan het nare gevoel krijg dat iedereen naar me kijkt. Die Idols-periode ervaar ik als een positief ‘trauma’. Ik was een scholier uit een boerendorp en had ineens een sterrenstatus – zo krankzinnig. Dat ik me als persoon staande heb gehouden, komt echt door mijn ouders. Buiten werd ik op handen gedragen, maar thuis moest ik gewoon de afwas doen. Later dat jaar ben ik het huis ontvlucht en naar Amsterdam verhuisd. In korte tijd was ik alles ontgroeid: mijn school, mijn omgeving – mijn oude zelf bijna. Als ik op dat moment nog een plaat had gemaakt, was die waarschijnlijk vreselijk geflopt en was ik in de vergetelheid geraakt. Ik denk dat het mijn redding is geweest dat ik theater ben gaan doen en in een heel hechte groep terechtkwam, waar alles om de show draaide en niet om mij. Dat was goed; ik leerde er wat hard werken was.’

Je nieuwe single Genoeg te doen verwijst naar een periode dat je passief op de bank zat. Wanneer was dat?

‘Drie jaar geleden ongeveer. Ik wist een tijdje niet hoe ik muzikaal verder moest. Ook al was ik gestopt met theater: ik deed nog steeds niet de dingen die ik het liefst wilde doen. En ik had geen zin om keuzes te maken. Het was geen burn-out, daarmee zou ik de mensen die dat echt hebben tekortdoen. Maar die periode vormde wel de inspiratie voor mijn nieuwe plaat. Ik kan me soms een dag terugtrekken en helemaal niks doen, met de gordijnen dicht, de deur op slot en mijn telefoon uit. Dat komt dan voort uit een somber gevoel dat ik op zo’n moment graag opzoek. Ik vind dat lekker: een pijn voelen en daarin blijven hangen. Ik vind het ook fijn om over verdriet of liefdesverdriet te schrijven. Niet omdat ik depressiegevoelig ben, maar omdat ik er makkelijk bij kom.’

Het hele interview met Jamai lees je in VIVA 12. Deze editie ligt van 21 maart t/m 27 maart in de winkel of kan je via Blendle online lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «