Bajes babes, jong en in de cel

Voor de meesten van ons een ver-van-mijn-bedshow op Netflix, maar Mandy zat écht jarenlang achter de tralies. En kwamen er weer uit, sadder but wiser. “Ga ik ooit nog terug? Hell no!”

Tekst Milou van der Will

Mandy Pijnenburg (28) zat 3,5 jaar vast.
voor: drugssmokkel 
In: de Dominicaanse 
Republiek.

“Het was een halfuur voordat ik in het vliegtuig zou stappen van de Dominicaanse Republiek naar huis. Mijn naam werd omgeroepen, ik moest naar de balie. Mijn koffer werd opengemaakt en ik schrok me kapot. Er zat
twintig kilo cocaïne in.
Meteen stonden er tien van die politiemannen met shotguns om me heen. Ik werd
gefouilleerd, moest alles uittrekken. Ik werd behandeld als een zware crimineel, en dacht alleen maar: dit is niet van mij. Mensen, dit ís niet van mij! Ik raakte in shock. 
Ze begrepen me niet, want zij spraken geen Engels en ik geen Spaans. Er gebeurde van alles om me heen, maar ik 
beleefde alles in een waas en kreeg er nog maar weinig van mee. Ik werd naar het politiebureau gebracht en daarna naar de cel waar ik tussen een zootje andere vrouwen mijn eerste nacht in gevangenschap doorbracht. Ik wist nog niets. Niet wat me te wachten stond, wat ik moest doen. Ze spraken alleen Spaans en ik begreep 
er geen woord van. Er was geen water, of eten, geen stroom, niks.”

Schuld 
aflossen

“Natuurlijk had ik een vermoeden toen mijn koffer op het laatste moment door mijn vriend was omgewisseld voor een andere. Ik werkte gedwongen in de prostitutie voor hem. Hij was een loverboy, die vond dat ik een schuld te vereffenen had omdat ik door iemand was verkracht. Hij nam me mee naar de Dominicaanse Republiek en dwong me daar om die koffer mee te nemen, van zakenvrienden van hem.
Het was geen keuze. Ik vermoedde dat hij vol zat met drugs, maar wist niet wat ik moest doen. Hoe hadden de autoriteiten gereageerd als 
ik mezelf bij een balie had 
gemeld met de koffer en zei dat ik het niet vertrouwde? 
Ik spreek geen Spaans en loverboys kennen ze daar bovendien niet. Het is er 
heel normaal als je in de prostitutie moet werken. 
Daarnaast zag ik het ook als een way out. Ik dacht: als ik deze koffer naar Nederland breng, is alles klaar. Dan ben ik van die zogenaamde schuld én van hem af. Naïef, ja, maar als ik terugkijk, weet ik niet of ik het nu anders zou doen. Het is bijna een geluk te noemen dat ik ben opgepakt, want anders was ik dieper in het circuit gezakt. Tijdens de rechtszaak bleek dat mijn volgende reis, naar Mexico, al stond gepland. De trip naar de Dominicaanse Republiek was nog maar het begin geweest.”

Cursus 
bloemschikken

“In de Dominicaanse Republiek heb je twee soorten 
gevangenissen: met systeem en zonder. De eerste gevangenis waar ik terechtkwam, 
had geen systeem. Het was 
er smerig en zo corrupt als wat. Voor een matrasje van vijf centimeter dik moest ik betalen. Voor eten moest ik betalen. Ze vroegen overal geld voor, want in hun ogen was ik rijk, ik kwam uit Nederland. Mijn ouders steunden me op alle vlakken, ook financieel, zodat ik het er redde. Anderhalve maand later 
werd ik overgeplaatst naar 
een gevangenis mét systeem. Die was groter, veiliger, ietsje schoner. Driemaal per dag kreeg ik eten, zonder dat het geld kostte. En je kon er cursussen bloemschikken volgen, of kleien. Omdat ik nog maar achttien was toen ik werd opgepakt, plaatsten ze me in een cel met oudere en zwangere vrouwen, die zich een beetje over me ontfermden. Ik leerde de taal. We zaten met z’n vijven op een cel van 2,5 bij 3 meter. Er zat ook een baby’tje bij 
ons. Dat mocht bij de moeder blijven tot ie een jaar was.”

Knokpartijen 
“In de gevangenis leerde ik mijn emoties weg te stoppen. Je moet wel. Als anderen doorhebben dat je kwetsbaar bent, ben je een prooi. De 
serie ‘Orange is the new black’ was wat dat betreft echt een déjà vu. Natuurlijk wordt in zo’n serie alles aangedikt, maar ik herken er veel in. Driekwart van de vrouwen 
komt de gevangenis hetero in en gaat eruit als bi. De knokpartijen die je in de serie ziet, komen in het echt ook voor. Het leven is er keihard. Pas toen ik werd veroordeeld tot tien jaar cel, besefte ik dat ik echt moest blijven. Mijn eerste gedachte: ik maak er een eind aan. Maar het contact met mijn familie hield me op de been. In hoger beroep werd die tien jaar gelukkig vijf.
Het heftigste moment was toen ik zelf bij een knokpartij betrokken raakte. Ik kreeg bonje met een Venezolaanse meid, die me van achteren aanviel met de punt van een haarspeld. Ze heeft me net niet in mijn oog gekrast, maar ik hield er wel twee krassen in mijn gezicht aan over. Het werd vechten, en daarna de isoleercel in. In de gevangenis volg je elke dag een strak regime. De dierbaarste momenten beleefde ik tijdens de dagelijkse siësta, als ik oefende met mijn dansgroepje. Die meiden vertrouwden me de verschrikkelijkste verhalen toe. Zij hadden bijvoorbeeld hun partner, zijn minnares, 
of beiden vermoord en in stukken gehakt. Puur slachtwerk. Het klinkt misschien gek, maar ik had er weinig moeite mee. Ik zit hier 
toch, dacht ik, ik kan beter vriendschap met ze sluiten. Sommigen spreek ik nog steeds.”

Vrij en 
toch niet

“Na 3,5 jaar kwam ik, zoals daar gebruikelijk is, voorwaardelijk vrij. Ik moest nog wel anderhalf jaar in het land blijven en dat ik op vrije voeten was, werd in Nederland niet aan de grote klok gehangen. Ze waren bang dat vrienden van mijn loverboy verhaal zouden komen halen. Het was raar om daar ineens te moeten wonen. Mijn vader kwam en nam me een weekje mee naar een resort. Ik herinner me de eerste keer dat ik weer met blote voeten de zee in liep. De tranen liepen over mijn wangen, het was voor mij een symbool van vrijheid.
De cultuur in de gevangenis kende ik goed, maar die van de straat nog niet. Het is er 
sociaal en relaxed, maar er is ook veel criminaliteit. Je moet altijd op je hoede zijn. Ik paste me aan, sprak de taal vloeiend, kleedde me zoals 
zij deden. Ik had geen dure spullen, alleen een telefoon waar ik nog maar net mee kon bellen en sms’en. Je bent en blijft die buitenlander 
waar wat te halen valt. Er is weleens bij me ingebroken. De tijd bracht ik door met het geven van Engelse les in een jeugdcentrum en later met een bijbaantje in de horeca.”

Het echte leven

“Terug in Nederland hielden we eerst een persconferentie over mijn terugkomst. Dat was nodig vanwege de grote media-aandacht voor mijn zaak. Ik stond te trappelen om mijn leven hier op te bouwen en vond na anderhalve maand al een baan in de horeca. Kort daarna woonde ik op mezelf. Na vijf jaar in de wachtstand wilde ik laten zien dat ik niet meer dat meisje was van vroeger. Ik wilde iets maken van mijn toekomst. Naast het 
horecawerk ben ik voorlichting gaan geven over loverboys, voor de stichting Kompaan 
en de Bocht, die mij heel 
goed heeft geholpen. Die voorlichtingen waren mijn verwerking, mijn psychotherapie. Daardoor heb ik alles een plek kunnen geven. Ik mocht via hen de opleiding pedagogisch medewerker jeugdzorg volgen en haalde 
in drie jaar tijd niveau 3 én 
4. Het moment dat ik mijn 
diploma ontving, was heel 
bijzonder. Ik kreeg niet alleen een vast contract, maar dacht ook: nu ben ik eindelijk klaar voor het echte leven.”

Huisje-boompje-beestje

“Sociaal gezien ben ik weer bij nul begonnen. Inmiddels heb ik gelukkig weer een fijne sociale kring om me heen: een paar echt goede vriendinnen en wat kennissen. Er is nog één ding waar ik aan moet werken: het vertrouwen in mensen terugwinnen. 
Een relatie bijvoorbeeld, dat lukt nog niet zo. Ik vind het lastig om een partner te vertrouwen en om mezelf te 
geven. Terwijl ik dat wel graag wil. Ik verlang ook naar huisje-boompje-beestje… Een 
gezin. De rest heb ik nu op orde, waardoor ik ruimte heb om hieraan te werken. Ik ben nog niemand tegengekomen met wie ik het echt aandurf, maar ik sta wel open voor een relatie. Maar goed, eerst dat vertrouwen. Want wat dat 
betreft ben ik er nog niet. 
Nog niet helemaal.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 42. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «

 

 

Foto is stockbeeld.