Bankzitter vs. globetrotter: wat maakt gelukkiger?

De een surft al naar een nieuwe bestemming 
als het vliegtuig amper aan de grond staat, terwijl een ander Texel opwindend genoeg vindt. VIVA-journalist Renée ging ooit voor het avontuur, nu hangt ze liever op de bank. Maar wat maakt eigenlijk gelukkiger?

Tekst Renée Lamboo-Kooij | Illustraties Sandy van Helden @ New Chique Agency

Ooit voer ik over wereldzeeën, op weg naar groots avontuur. Oké, meestal ging ik gewoon met het vliegtuig, maar je snapt wat ik bedoel. Mexico, India, Kenia. Mijn grootste angst was een voorspelbaar leven. Dat je op maandag al 
wist wat je op woensdag zou eten, ik 
gruwelde ervan. In een van mijn foto-boeken, waarvan ik vermoed dat die na een pijnlijke breuk met ex-lief ergens in een open haard is beland, schreef ik ooit: The world is a book. Those who do not travel read only one page. Nu lach ik erom. Highbrow gedoe. Toen was ik 
ervan overtuigd dat ik om gelukkig te 
zijn alles moest meemaken, moest zien, moest proeven. En dat deed ik ook. Van tantracursussen en emigreren tot verre reizen maken. Als ik iemand anders in 
de gloria hoorde vertellen over India, had ik mijn ticket al geboekt. Dat mocht ik niet missen. Maar het leven en de wereld boden zo veel dat ik er stress van kreeg. Het idee dat er ergens op aarde unieke, niet te missen, levensverrijkende dingen gebeurden, en ik er niet bij was omdat ik op mijn hoekbank ‘GTST’ zat te kijken… Dat kon écht niet. Fear of missing out, noemen ze dat en ik kan je zeggen: het 
is doodvermoeiend. Gelukkig ging het over. Eindelijk rust. Inmiddels plan ik van tevoren voor een hele week wat we eten en dat schrijf ik dan op zo’n suf krijtbord, waar mijn kind ook af en toe een droedeltje op maakt. Spontaniteit 
beperkt zich bij ons thuis tot op maandag eten wat eigenlijk voor woensdag was. Gekkigheid, whoe-hoe! Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het avontuurlijke er vanzelf een beetje uitgaat als je ouder wordt. Kinderen krijgen helpt ook. Een onbewoond eiland ontdekken is met een peuter die elke minuut zonder vrees en zwemdiploma het water in loopt alles-
behalve relaxed.

Vast een 
genenkwestie

Hoe avontuurlijk je bent, zit voor een deel in je genen. Iedereen heeft het DRD4-gen, ook wel het avonturen-gen genoemd. Hier bestaan twee versies van. De lange variant zorgt ervoor dat je je snel verveelt en verlangt naar nieuwe indrukken. De korte houdt je lekker veilig thuis op de bank. Toch is het te kort door de bocht om te zeggen: het ligt allemaal al vast bij de geboorte. Mathilde (30) en Myrthel (27) zijn zussen. Opgegroeid in hetzelfde dorp, bij dezelfde ouders. Ze hebben zelfs ongeveer hetzelfde kapsel. En toch leiden ze totaal verschillende 
levens. Myrthel woont antikraak in Utrecht en werkt als journalist, terwijl haar zus gezinscoach is en een eigen 
appartement heeft in hun geboortestad Apeldoorn. Als Mathilde haar zus vanaf haar Klippan-bank belt, verraadt een gekke beltoon geregeld dat ze weer eens spontaan naar een ver buitenland is vertrokken. “Misschien zijn we hierin zo verschillend omdat ik een grote zus heb,” gist Myrthel. “Ik heb altijd iemand gehad van wie ik wist: zij vangt me op als het fout gaat. Dat maakt het makkelijker om een gokje te wagen. Misschien maakte het ook verschil dat mijn zus eerder op zichzelf ging wonen en dus eerder verantwoordelijkheden droeg. Of dat ik tijdens mijn studie creatieve vrienden kreeg die ook nieuwsgierig waren. Misschien is het alles bij elkaar.” Roos Vonk, psycholoog en schrijfster van het boek ‘Je bent wat 
je doet’, denkt dat omgeving van grote 
invloed is. “Leer je op school mensen kennen die reizen en daar enthousiast over zijn, dan raak je vanzelf geïnteresseerd. Ik was als kind allesbehalve avontuurlijk. Mijn ouders gingen elk jaar naar hetzelfde hotel. Dat was veilig, dat was bekend, dat vonden ze prettig en ik dus ook. Tot ik een vriendje kreeg dat op de bonnefooi op vakantie wilde. Tent achter in de auto en we zien wel. Ik vond het 
geweldig. Als ik hem niet had ontmoet, had ik nooit ontdekt dat dit bij me past. Mensen blijven toch vaak bij wat ze kennen en wat hen als kind is meegegeven.”

‘Net een robot’

Myrthel wilde al reizen voordat ze het kon betalen, dus moest ze creatief zijn. 
Ze werkte drie maanden als kleuterjuf 
op Curaçao en een zomer lang als kamermeisje en afwashulp in ruil voor kost en inwoning in Montana, Amerika. Ook was ze een paar maanden lang kindermeisje en serveerster bij een Nederlands gezin dat in Oostenrijk een pannenkoekenhuis runde. Als Myrthel te vaak hetzelfde doet, wordt ze onrustig. Dan gaat er van alles kriebelen en moet ze weg. “Na twee maanden stage bij hetzelfde bedrijf betrapte ik mezelf er vorig jaar 
op dat ik de omroepster in de metro woord voor woord kon playbacken. 
Gadver, die routine, ik voelde me net 
een robot. Diezelfde dag boekte ik een ticket naar Turkije. Ik had vlak daarvoor een aardige Turkse jongen ontmoet in Rotterdam. Een week later haalde hij me in zijn gedeukte auto op van het vliegveld. Achteraf gezien misschien niet de veiligste keuze, maar mijn intuïtie zei 
dat het goed zat, en dat zat het ook. Toen ik daar was, voelde ik weer dat ik leefde. Ik kon de hele dag om me heen blijven kijken van verbazing. Alles bijzonder, 
alles nieuw.” Haar zus Mathilde verbaasde zich ook, omdat ze niets van haar zus hoorde. Ja, één berichtje dat ze veilig 
aangekomen was, daarna niets meer. Toen Myrthel na vier dagen thuis kwam, stuitte ze op een pislinke zus. Mathilde: “Ik dacht: die zie ik nooit meer terug.” Toen hebben ze afgesproken: spontane reisjes en ondoordachte, impulsieve plannen zijn oké, als ze haar zus elke dag even laat weten of ze nog leeft. Mathilde bewondert de durf van haar zus. Zelf zou ze het allemaal niet doen, zeker niet alleen. “Ik snap de behoefte aan spanning ook niet zo. Wat is er nou leuker aan 
een vreemde, gevaarlijke stad die je niet kent, dan je eigen stad, waar je overal 
bekenden tegenkomt en precies weet welk terras het leukst is? Doe mij maar Apeldoorn, mijn eigen stadje, straatjes, cafeetjes en vrienden. Dat wat ik ken, voelt voor mij juist heel fijn.” Myrthel 
op haar beurt zou soms best wat van de rust van haar zus willen ervaren: “Mijn leven heeft toch iets onbevredigends en onrustigs. Ik denk eigenlijk nooit: het is wel even goed zo. Het lijkt me heerlijk overzichtelijk om op zondag precies te weten wat de week erna voor je in petto heeft. Aan de andere kant: ik wil kansen pakken wanneer ik erop stuit, en dat lijk je toch niet zo goed te kunnen plannen.”

Respect voor de 
burgertrut

Dat veel mensen het op hun heupen 
krijgen na een paar jaar in hetzelfde 
huis, of onrustig worden van vakantie steeds op dezelfde plek, is niet gek, volgens psycholoog Roos Vonk: “Mensen leefden miljoenen jaren geleden als 
nomaden. Voordat landbouw ontstond, leefden we in groepen in het bos. Bij de dag. Als er geen eten meer was, verkasten we naar een stuk verderop, waar wel 
nog dieren rondliepen en bessen aan de takken hingen. Het zit dus een beetje in onze natuur.” Nou, niet meer in de natuur van Mathilde, al zegt ze het zelf. 
“Ik vind het soms al moeilijk genoeg om mijn overzichtelijke leven bol te werken. Ik heb daarin ook momenten van rust nodig, in mijn eigen vertrouwde omgeving. Met mijn kat op schoot en een glas rode wijn erbij ‘Gossip girl’ kijken.”

Chapeau dat Mathilde daar zo voor uit durft te komen, want op mijn oproep voor dit artikel reageren meer dan honderd avontuurlijke/nieuwsgierige types. Mijn zoektocht naar een laat-mij-maar-lekker-in-mijn-dorp-zitten-type levert welgeteld nul reacties op. Het imago van de avontuurlijke vrouw – vrij in relaties, geen vaste woonplaats, lekker veel reizen – is blijkbaar een stuk positiever dan die van de, om het zo te zeggen, burgertrut die het liefst met de kat op schoot thuis zit. Waarom? Roos Vonk: “Onder jonge mensen zal avontuurlijkheid positiever worden gezien.” Dat vinden Mathilde 
en ik niet leuk. De burgertrut verdient ook respect. Vergeet de voordelen niet: 
de onrust valt weg. Je hoeft niet meer te leven van hoogtepunt naar hoogtepunt, juist omdat wat er tussenin zit – het 
gewone, dagelijkse leven – leuk genoeg is.

Fuck die angst

Toch is de niet-zo-avontuurlijke vrouw niet altijd even tevreden, blijkt uit Engels onderzoek. Zes op de tien Britse vrouwen vinden hun leven te gewoon of ronduit saai, bewijzen de cijfers. Roos Vonk: 
“Dat zie je in Nederland ook. Mensen willen wel meer, maar doen niets om 
dat te bereiken. Angst is vaak de oorzaak. 
Emigreren klinkt leuk, tot je je in de 
details gaat verdiepen en het een hoop gedoe blijkt. Dan denken de meesten van ons: laat maar. Als je het echt wilt, moet je je over die angst heen zetten en je plan concreet maken. Maar als je het niet de moeite waard vindt om er je best voor 
te doen, kun je je ook afvragen of je het wel echt wilt. Denk vooral niet dat je avontuurlijker moet leven omdat een 
ander je leven suf vindt, of omdat op tv iedereen zo’n spannend leven heeft. De beest uithangen omdat de buren het ook doen, maakt niet gelukkig.”
Om er nog even een dooddoener tegenaan te gooien: spijt heb je alleen van de dingen die je niet hebt gedaan. Roos Vonk: “Daar is Nederlands onderzoek naar gedaan waaruit blijkt dat we op de korte termijn vooral spijt hebben van 
wat we wel hebben gedaan, bijvoorbeeld 
als iets verkeerd afloopt. Op de langere termijn hebben we juist spijt van wat we hebben nagelaten.” Het zal Myrthel en Mathilde een zorg zijn. Zij doen gewoon wat hun gelukkig maakt. De toekomst? Die ziet er volgens Mathilde zo uit: “Ik hoop in een groot huis te gaan wonen met alle mensen die ik liefheb in de buurt. Een groot huis, omdat ik waarschijnlijk wat kinderen van Myrthel op zal moeten vangen als zij weer eens de kriebels krijgt en de benen neemt. Geen probleem. Ik doe het met liefde.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 38. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «