Blauw bloed: ‘Rijk zijn we niet, was het maar zo’n feest’

Ze zijn echt heul gewoon gebleven, maar vinden hun familiegeschiedenis wel vet interessant. 
Drie adellijke jonge vrouwen over bier drinken 
op het debutantenbal, gestolen familieschatten 
en het schoonmaken van een fazant.

Tekst Marieke Ordelmans | Beeld Maaike van Haaster

Jonkvrouw 
Marjolein van 
Panhuys (29) 
is actrice en 
filmmaker.

“Als kind dacht ik dat ons predicaat een soort staatsgeheim was, zonder te weten waarom. Mijn vader had ooit 
gezegd: bazuin het maar niet rond. Dat vatte ik op als: niemand mag het weten. Toen ze er op de basisschool achter kwamen dat ik van adel was, riep ik 
heel hard: ‘Nee, dat is niet waar!’ Thuis 
kregen we veel etiquette mee. Als ik 
met mijn ellebogen op tafel zat, zei mijn moeder altijd: ‘Zeg eens wafel.’ Waarop ze vervolgens riep: ‘Ellebogen van tafel!’ Erover praten deden we verder amper, waardoor ik op latere leeftijd de behoefte kreeg om zelf te onderzoeken wat van adel zijn betekent. Wat ik er mooi aan vind, is dat er veel geschiedenis bewaard blijft; oude eigendommen worden doorgegeven. Ik ontdekte verder dat mensen echt trots zijn op de familie en daarom 
de ‘goede naam’ willen voortzetten. Hierdoor springen we minder snel uit de band en maken we bewustere keuzes.”

Sprookjesachtig feestje

“Ik weet helaas niet zo veel over onze 
familiegeschiedenis, ik zou daar meer in moeten duiken. We zijn ooit een keer op familieweekend geweest naar een kasteel dat eigendom is van de Van Panhuys’en. Er waren allemaal mensen die ik niet of nauwelijks kende en op vervallen panden zag je ons familiewapen staan. Heel 
speciaal. Ons gezin bezit geen landhuis en gaat ook niet naar adelbals – alleen ik doe dat. Mijn broers hadden er wel een vooroordeel over. Die dachten dat het heel stijf en deftig was, niet ‘ons’ soort sfeer. Maar dat is dus niet zo. Het heeft eerder iets sprookjesachtigs. Niet omdat er prinsen en prinsessen komen, maar omdat er mooie walsen danst en zijn best doet om er mooi uit te zien. Dat zie ik maar zelden in mijn directe omgeving, behalve op het filmfestival misschien. Ook dat voelt sprookjesachtig.”

Kastelen en 
puntmutsen

“Als mensen er toevallig achter komen dat ik jonkvrouw ben, vinden ze het meestal een stuk spannender dan ikzelf. Ze geloven in kastelen en puntmutsen, maar we leven niet in een sprookje. Een vriend zei ooit: ‘Het lijkt me nou zo leuk om eens bij je ouders te eten en dan harde boeren te laten.’ Ehm, waarom? Soms 
levert het ook vervelende situaties op, 
zoals tijdens mijn rijexamen. Bij het 
invullen van de papieren zei de exami-
nator: ‘O, je bent van adel? Je denkt zeker dat je beter bent dan anderen hè?’ Ik zakte, terwijl ik volgens mijn instructeur had moeten slagen. Ook storend: bij lagere adel, in mijn geval jonkvrouw, hangt je predicaat aan je naam. Als vrouw mag 
je je titel niet doorgeven en dus ook je naam niet. Oftewel: als ik kinderen krijg, mogen ze niet mijn achternaam hebben. Dat vind ik achterhaald en kinderachtig. Mocht ik ooit moeder worden, dan vertel ik lekker niet wie de vader is, dan moeten ze mijn naam wel krijgen, haha!”

Zita Gravin 
Schimmelpenninck 
(21) woont in een 
studentenhuis 
in Utrecht en werkt 
bij conceptstore 
Hutspot.

“Mijn vader is graaf, mijn moeder barones. Je krijgt de titel van je vader, dus mocht ik ooit kinderen krijgen, dan zijn zij niet van adel. Jammer, maar niet heel erg. Mijn kinderen zullen net zo goed een vette familiegeschiedenis met zich meedragen. Mijn voorvader aan mijn vaders kant is Rutger Jan Schimmelpenninck, 
de eerste president van Nederland. Mijn moeder komt uit de op één na oudste adellijke familie van Nederland. Zij hadden vroeger een kasteel op een schiereiland, maar helaas is dat in de oorlog door de Duitsers geplunderd en verwoest. Wij zijn nog steeds op zoek naar alle gejatte familieschatten. Een clubgenoot van mij studeert kunstgeschiedenis en zij probeert er nu achter te komen of ze nog ergens rondzwerven op de zwarte markt. Super interessant! “

Mammie en pappie

“Van een adellijke opvoeding was bij ons thuis geen sprake. Wel een ouderwetse. Ik noem mijn ouders mammie en pappie, wat iedereen heel gek vindt, en ik kan heel netjes aan tafel zitten, haha. Onze familie jaagt veel, dat is misschien wel een typische adellijke traditie. Ik weet hoe je een konijn of fazant schoonmaakt. Mijn grootouders woonden vroeger in ons landgoed en daar zocht ik dan met Pasen naar paaseitjes in de tuin. Net als ieder ander kind, alleen hadden wij een gigantisch oppervlak om op te zoeken. Rijk zijn we nooit geweest, was het maar zo’n feest. Een landgoed onderhouden kost veel geld. Adel heeft tegenwoordig ook geen privileges meer, alleen onze familiegeschiedenis maakt het bijzonder. Zo legde mijn moeder het vroeger ook 
aan mij uit toen ik vroeg of ik anders 
was dan andere kinderen. Op school wilde iedereen namelijk mijn polsen zien omdat ze hadden gehoord dat ik ‘blauw bloed’ heb.”

Verwend kind

“Ik heb overwogen om mijn titel van mijn paspoort te verwijderen. Het levert soms vervelende situaties op. Zo vroeg een douanier in Londen ooit aan mij waarom ik mijn tweede naam niet op mijn vliegticket had gezet. Kon ik gaan uitleggen dat ik ‘royalty’ ben, best gênant. Echt vervelend werd het toen ik stage liep tijdens mijn studie verpleegkunde. Nadat mijn stagebegeleidster mijn paspoort had gekopieerd zei ze: ‘Hé, ik zie dat je een gravin bent, waarom studeer je dan? Je bent toch super rijk?’ Vanaf dat moment werd ik anders behandeld en zag iedereen me als een verwend kind dat alleen maar voor de goodwill studeerde. Niet dus. Eén keer ben ik naar een bal geweest voor jonge Europese adel. Iedereen droeg dure jurken, hoge hakken en was behangen met Swarovski. Ik liep op blote voeten, droeg een H&M-jurk en dronk bier. Jort Kelder was er voor de opnames van ‘Hoe heurt het eigenlijk’. en vond mij wel lachen. Sindsdien ben ik een personage in zijn programma: Zita, de meest laagdrempelige gravin van Nederland.”

Jonkvrouw Sylvia 
Alting van Geusau 
(27) woont in 
Amsterdam en werkt als docent en 
onderzoeksassistent 
op het gebied van 
theaterwetenschap en kunstgeschiedenis.

“Van adel zijn is geen ding meer tegenwoordig. Het predicaat staat voor mijn naam in mijn paspoort en that’s it. Als vrienden het zien, maken ze een grap over een kasteel en een puntmuts, maar ze zijn veel te nuchter om er iets van te vinden. Op vakantie in Suriname dachten ze zelfs dat jonkvrouw mijn voornaam was, daar bestaat het niet eens. In mijn opvoeding speelde het ook amper een rol. Mijn opa had geen groot kasteel of een gigantische kunstcollectie. Pas sinds ik twee jaar geleden de voorzitter van de adelvereniging tegen het lijf liep, weet ik dat er een hele wereld bestaat met Europese adellijke bals en zo. Ik had geen flauw idee. Afgelopen februari ben ik voor het eerst naar een debutantenbal geweest. Bijster interessant, voor sommige families is dat dus echt een traditie. Ze moesten mij de etiquette nog influisteren. Volgende maand ga ik weer naar een gala. Gewoon voor de lol, net zoals ik ook graag naar festivals ga. Alleen nu kan ik een mooie prinsessenjurk aan.”

Op visite in Kaapstad

“Wij, de familie Alting van Geusau, bestaat dit jaar 900 jaar. De stamhouder was een baron uit Thüringen en er zijn familietakken uitgewaaierd over heel Europa en zelfs Zuid-Afrika. Mijn oma was erg geïnteresseerd in adel, ook al had ze zelf geen titel. Ze hield van het koningshuis en schreef al onze namen fanatiek bij in het stamboek. Mijn opa vond er zelf niets aan, al droeg hij wel iedere dag zijn zegelring. Zelf heb ik op mijn zestiende ook een zegelring laten ontwerpen met ons familiewapen erop, een gans. Ik loop er niet mee te koop, maar ik vind het wel een mooie familietraditie. Ik ben enig kind en in vrouwelijke lijn geef je je titel niet door, dus bij mij stopt onze adellijke tak. Ik vind het mooi om mijn stamboom te kennen. Iedereen met mijn achternaam komt, linksom of rechtsom, uit hetzelfde nest. Via Facebook heb ik veel familieleden ontmoet. Zo ben ik zes weken op visite geweest bij een tak in Kaapstad en hebben mijn nichtje en ik oud en nieuw gevierd bij een tante in Kitzbühel. Deze nieuwe mensen en plekken verrijken mijn leven enorm.”

Goed kroegverhaal

“Privileges heb ik niet als jonkvrouw. Ik krijg geen voorrang bij het aanvragen van een parkeervergunning ofzo. Ook al speelt het geen prominente rol in mijn leven, het is er wel degelijk een onderdeel van. De titel voor mijn naam is alleen zo vanzelfsprekend, dat ik het er gewoon niet over heb of erbij stilsta. Net zoals je ook niet zegt dat je iedere dag een boterham met pindakaas eet. Ik ben trots op mijn familie en het is te gek om te weten dat mijn over overgrootvader generaal was bij de VOC, maar verder is het niet meer dan een leuk verhaal voor in de kroeg.”

Prinsessen en 
jonkvrouwen

Je bent van adel als je afstamt van een vader die van adel is en die bovendien dezelfde achternaam heeft als jij, omdat titel en predicaat met de achternaam verbonden zijn. In 2011 woonden er 8459 edelen in 
Nederland. Het grootste deel van de Nederlandse adel heeft geen titel, maar voert het predicaat jonkheer/jonkvrouw(e). De titel van baron komt bij meerdere families in Nederland voor. Andere titels – die overigens niet allemaal in Nederland meer voorkomen zijn: prins/prinses, hertog/hertogin, markies/markiezin, graaf/gravin, burggraaf/burggravin en ridder.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 42. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «