Melinda van Rossen: ‘Ik werd onpasselijk van mijn spiegelbeeld’

Al sinds haar puberteit worstelt Melinda van Rossen (38) met haar zelfbeeld, maar een jaar geleden besloot ze dat het anders moest. ‘Ineens besefte ik: hoe kan ik van mijn kinderen houden als ik niet eens van mezelf hou?’

‘Mijn dieptepunt was toen ik zo van mijn lichaam walgde dat ik ervan moest kotsen. Onder de douche, vinger in mijn keel, spugen. Ik was twintig en vluchtte in die tijd van de ene slechte relatie naar de andere. Ik koos mannen die ouder waren, geen respect voor me hadden en ik liet ze, geheel vrijwillig, over me heen lopen. Mijn grenzen werden zowel psychisch als seksueel overschreden. Ik werd gekleineerd en liet het gebeuren. Daar zat vooral het pijnpunt: ik liet het zelf gebeuren.’

Regenboogkind

‘Mijn ouders zijn gelovig en gaven me een beschermde opvoeding. Ik was een typisch regenboogkind in mijn vroege jeugd. Altijd vrolijk. De wereld was leuk, iedereen was lief. Ik was slank, had vrienden, hield van sporten. Er was geen vuiltje aan de lucht. Wel kreeg het sporten al op jonge leeftijd de overhand. Ik deed het steeds vaker, en steeds langer. In het begin kon ik mezelf nog wijsmaken dat ik het leuk vond. Pas later wist ik dat het een vlucht was, een slimme afleidingsmanoeuvre van mijn eigen brein om maar niet te hoeven toegeven dat ik de eetstoornis boulimia had.

Hoe lief mijn ouders ook waren en hoe veilig mijn thuis ook was, vanbinnen was ik erg onzeker. Vooral naarmate ik ouder werd, zo tegen de puberteit aan, was ik extreem bang om gekwetst te worden. Het is een angst die ik ontwikkelde na een reeks pesterijen in groep acht. Ik ben toen door een groep kinderen in elkaar geslagen. Niet dat ik daar al mijn problemen aan op wil hangen, maar het heeft de onzekerheid die van nature in me zit wel gevoed. Daarnaast vond ik het altijd al ingewikkeld om mijn gevoelens aan de buitenwereld te tonen. Ik wist domweg niet hoe. Nooit geleerd.’

‘‘Als je nog meer aankomt, wil ik geen vrienden meer zijn,’ zei hij recht in mijn gezicht’

Foute mannen

‘Op mijn vijftiende kreeg ik mijn eerste relatie. Hij was met zijn 21 jaar een stuk ouder, maar dat vond ik juist interessant.
Hij leek een nette jongen, dus mijn ouders vonden het geen probleem. In het begin ging het goed, pas later verkeerd. Hij liep keihard over me heen, hield geen rekening met mij. En omdat ik tegen hem opkeek, alles van hem aannam en ondertussen vergat wie ik zelf was, gaf ik hem die kans. Toch lag het niet per definitie aan hem, want ook in de relaties die daarop volgden, ging het zo.

Ik koos de een na de ander die slecht bij me paste. Allemaal ouder, steeds hetzelfde patroon. Onbewust gedroeg ik mezelf als minderwaardig, waardoor een gelijkwaardige relatie geen kans kreeg. En had ik de pech vriendjes te treffen die daar misbruik van maakten, zowel geestelijk als lichamelijk. Ik had bijvoorbeeld een vriend die zijn beste vriendin op haar mond bleef zoenen. Vond ik vreselijk, maar ik was te onzeker om daar iets over te zeggen. Ook zijn er momenten geweest waarop mijn grenzen op seksueel gebied zijn overschreden. En toen was er geen weg meer terug: ik viel uit mijn o zo veilige nest keihard op mijn bek.’

Emotieloze roes

‘Op mijn negentiende was het sporten een obsessie geworden, waarmee ik al die tijd succesvol wist te verbloemen dat ik een eetstoornis had. Ondanks de extreme eetbuien die de boulimia met zich meebracht, bleef ik door het sporten namelijk slank. Ik bracht drie uur per dag in de sportschool door en deed daarnaast nog aan skaten, dansen en hardlopen. Tot ik mijn ouders niet langer voor de gek kon houden. Mijn lichaam was op, ik was zó moe. Wanhopig. En daarom biechtte ik alles op aan mijn moeder.

Mijn ouders grepen direct in. Ik moest stoppen met sporten. En ze brachten me naar een kliniek om me te laten behandelen voor de eetstoornis. Van het moment waarop ze me naar de kliniek reden, herinner ik me vooral dat ik niks meer voelde. Ik zat in een emotieloze roes. Een beetje zoals ik me de dood voorstel.

Het beeld dat ik van mijn lichaam had, kwam overeen met mijn algehele zelfbeeld. Ik hield niet van mezelf. Hoe verstandig het van mijn ouders ook was om me te laten behandelen voor de boulimia, ze durfden niet die stap verder te kijken. Waar werd het door veroorzaakt? Ook in de kliniek waren ze vooral gefocust op mijn eetprobleem – een consequentie van mijn gebrek aan zelfliefde. De oorzaak werd onderbelicht.

In de kliniek leerde ik dan misschien niet hoe ik van mezelf moest houden, ik leerde wel hoe ik mijn vinger in mijn keel moest steken. Ik zat op de groep met meiden die anorexia hadden en me leerden dat ik na een eetbui gewoon kon spugen, zodat ik in elk geval niet zwaarder werd. Dat deed ik dus een tijdje, tot ik bloed spuugde. Daar schrok ik zo van, dat ik er acuut mee stopte. Toch kwam ik niet als een genezen mens de kliniek uit. Terwijl ik behoefte had aan iemand die de vinger op de zere plek legde, was er geen psycholoog die dat deed.’

Het hele interview met Melinda lees je in VIVA-09-2020. Deze editie ligt vanaf 25 februari in de winkel of lees je hieronder  verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.