Kim heeft ruzie met de buurman: ‘Hij beweerde dat ik zijn hond had vergiftigd’

De gemiddelde kijker van De rijdende rechter smult ervan, maar in het echt kan een burenruzie je leven behoorlijk vergallen. Kim (32) weet er alles van.

‘Toen de nieuwe bewoners in het huis naast ons trokken, leek er nog geen vuiltje aan de lucht te zijn. Een stel van een jaar of 25 was het, iets jonger dan wij. Een fris meisje met een dikke, blonde paardenstaart, een enthousiast kwispelende labrador, en haar vriend. Een jongen die ik op het eerste gezicht eerlijk gezegd wat te groezelig en onaantrekkelijk voor haar vond. Hij had ‘randjes’, om het maar even zo te zeggen. Maar hé, wie weet had deze jongen wel een prachtig karakter en vond zij hem woest aantrekkelijk, wees ik mezelf al snel terecht. Wie was ik om over zoiets te oordelen?
Maar dat er van een prachtig karakter geen sprake was, werd helaas al snel duidelijk. De eerste week waren onze nieuwe buren waarschijnlijk nog te druk bezig met inrichten, maar daarna begonnen de ruzies. Die gingen gepaard met een hoop geschreeuw, gebonk en het geluid van servies dat in duizend stukjes brak.

Op een dag liep ik de deur uit, toen gelijktijdig de nieuwe buurman naar buiten kwam. Hij liep luidkeels te tieren te te vloeken. ‘Kankerhoer’ was zo ongeveer nog het minst erge wat uit zijn mond kwam. Hij sloeg de deur met een harde klap achter zich dicht, gaf er een aantal schoppen tegen en spuugde op straat alvorens hij met wilde bewegingen op zijn fiets sprong en driftig wegslingerde. Ik bleef perplex staan, twijfelend of ik bij het buurmeisje moest aanbellen. Zou ze oké zijn? Ik bleef even voor hun deur staan luisteren, maar hoorde niets meer. Uiteindelijk ging ik toch maar gewoon boodschappen doen. De ruzie en vooral de heftigheid ervan had me laten schrikken, maar bleek helaas geen uitzondering. Steeds vaker waren we op alle tijdstippen van de dag getuige van scheldpartijen en geschreeuw. Totdat, nog geen zes weken nadat ze waren ingetrokken, het meisje haar koffers pakte en door een oudere man, haar vader denk ik, werd opgehaald. We hebben haar daarna niet meer gezien.’

Druk in zijn hoofd

‘Stiekem waren we een beetje opgelucht. Met het vertrek van de buurvrouw waren ook de ruzies tot een einde gekomen. In de weken erop was het rustig. De buurman maakte zelfs zo nu en dan een praatje met mijn vriend. Hij vond het werk wat mijn vriend deed – het ombouwen van oldtimers naar foodtrucks en het installeren van electromechanica voor fabrieken – nogal interessant en vertelde dan ook over zijn eigen werk. Hij had blijkbaar een klusbedrijf. Maar hij had nogal moeite met het vinden van klanten vertelde hij, waarop mijn vriend voorstelde dat hij misschien op internet kon adverteren.

Volgens de buurman was dat geen goed idee. Van internet werd hij ‘te druk in zijn hoofd’. Daar had hij medicatie voor, maar die werkte blijkbaar niet altijd afdoende, vertelde hij. Aha. Nu wist ik dus ook waar de lege oxazepam-strips vandaankwamen die ik de laatste tijd regelmatig op de stoep voor de deur vond, samen met een hoop andere troep zoals verfrommelde papieren zakdoekjes en vieze oorstokjes, dacht ik een beetje zuur. En dat was niet de enige rommel die hij achterliet. Niet alleen vond de buurman het blijkbaar normaal om zijn zakken op straat te legen, op een dag zat de stoep ook vol met witte vegen. Niet een paar, maar echt heel veel. Het leek op verf, dus toen het er na een week nog steeds lag, belde ik aan om te vragen of hij het misschien een keertje schoon zou willen maken. De buurman was echter niet thuis, en de twee daaropvolgende keren dat ik aanbelde ook niet. Uiteindelijk schreef ik een vriendelijk briefje met mijn verzoek dat ik door de bus deed. ‘Alvast bedankt en groetjes van de buurvrouw!’ schreef ik er nog onder. Nou ja, toen had ik dus het gedaan.’

Briesende buurman

‘Later die dag stond ik net mijn boodschappen uit te pakken, toen de buurman aanbelde. Ik deed open en kreeg amper de kans om hallo te zeggen, voor ik briesend het briefje in mijn gezicht geduwd kreeg. ‘Dit is gewoon gips, stomme teringhoer! Dat spoelt vanzelf weg als het regent!’
Het briefje kreeg ik in mijn gezicht gegooid, en met een loeiharde dichtslaande deur verdween de buurman in zijn eigen huis. Ik stond perplex, maar ik besloot maar niet bij hem aan te bellen om verhaal te halen. Hij leek me veel te opgefokt. Later die dag vertelde ik het verhaal aan mijn vriend, die de buurman besloot aan te spreken op zijn gedrag. Hij kwam vervolgens thuis met het verhaal dat de buurman had gezegd dat hij niet snapte wat ‘zo’n toffe gozer’ – mijn vriend dus – met zo’n ‘smerig arrogant wijf’ als ik deed… Mijn vriend gaf bij de buurman aan mij niet in die beschrijving te herkennen, en dat hij mij moeilijk kwalijk kon nemen dat ik als leek niet het verschil zag tussen gips en verf, maar besloot de boel verder niet op de spits te drijven.

Daarna was het even rustig, tot ik een paar weken later ineens een hoop lawaai hoorde bij de voordeur. Ik schrok me dood: het bankje dat voor ons huis stond kwam bijna naar binnen door het keukenraam. Toen ik de deur opendeed om te kijken wat er precies gebeurde, keek ik wederom in het gezicht van een briesende buurman die – compleet met rondvliegend spuugbelletjes – tegen me begon te gillen dat ik zijn hond vergiftigd zou hebben met – je raadt het nooit – aardappelschillen die ik in zijn tuin gegooid zou hebben.’
Nu heb ik zelf een hond en ben ik gek op dieren, dus het hele idee is op zich al absurd. Maar afgezien daarvan eten zowel mijn vriend als ik nooit aardappelen. Zéker geen zelf geschilde. Toen ik hem dat compleet perplex en nogal stamelend probeerde uit te leggen, kreeg ikzelf bijna het tuinbankje tegen mijn hoofd. Ik kon nog net op tijd de deur dichtdoen.’

Grens bereikt

‘Ergens verbaasde het me zelfs nog dat hij zo veel leek te geven om de hond die hij zo ongeveer de hele dag alleen thuis liet zitten, en die hij over het algemeen aansprak met ‘vieze dikke takketeef’ als hij haar een paar keer per dag voor een verplicht plasje in recordtijd de straat over sleurde, maar hoe dan ook, voor mij was er op dat moment wel een grens bereikt. Ik voelde me fysiek bedreigd en durfde de dagen erna bijna het huis niet meer uit. Dat mijn vriend op dat moment een werkklus had waarvoor hij twee weken in Zweden zat, maakte het er niet beter op. Ik wilde hem niet ongerust maken, dus ik besloot de wijkagent te bellen, maar die bleek inmiddels al op de hoogte van het verhaal dat ik een gifmengster zou zijn die onschuldige honden naar het leven zou staan omdat ik hun baas niet aardig vond. Gelukkig kwam de agent in kwestie langs om mijn kant van het verhaal te horen en leek hij binnen tien minuten al overtuigd te zijn van hoe bizar de verklaring van de buurman was. Geruststellend, maar beter werd het er niet op.

De wijkagent is nog wel even gaan praten met de buurman met het verzoek mij met rust te laten, maar veel heeft het niet geholpen. Het was inmiddels hoogzomer en superlekker weer, en als ik met vrienden in de tuin zat en de buurman had dat in de gaten, stond er binnen de kortste keren snoeiharde hardcore op, ging hij rare, zelfgemaakte liedjes zingen waar vooral de teksten ‘kankerhoer’ en ‘teringwijf, je gaat dood’ veelvuldig in voorkwamen. Of als hij zelf wat vriendjes op bezoek had, werden er luidkeels ‘hilarische’ grappen gemaakt over het verkrachten van kinderen en hoe vrouwen tegen hun zin uitgewoond moesten worden, terwijl we ondertussen uitgerookt werden door de wietlucht die aan de andere kant van de schutting geproduceerd werd.

Meer dan eens ben ik met mijn bezoek naar binnen gevlucht, na uitpuilende ogen en opgetrokken wenkbrauwen van hun kant. ’s Avonds, als ik mijn eigen hondje uitliet, hield ik angstvallig in de gaten of ik de buurman niet tegenkwam. Soms nam ik zelfs een honkbalknuppel of een busje pepperspray mee dat ik in Duitsland had aangeschaft.
Mijn vriend was inmiddels terug van zijn buitenlandklus, maar toen hij de buurman nogmaals probeerde aan te spreken op zijn gedrag, liep het bijna uit op een vechtpartij toen wederom het tuinbankje na de eerste drie woorden in onze richting werd geslingerd. Op dat moment werd ik zo kwaad dat ik de buurman zelf naar binnen heb geblaft en dreigde de politie te bellen. Het tuinbankje hebben we daarna maar weggehaald. Ik ben nogal een nuchter type en niet zo heel snel gestrest, maar echt lekker leef je natuurlijk niet meer als je voortdurend op je hoede bent.’

Tekst Vivienne Groenewoud

Deze in vertrouwen is afkomstig uit VIVA 06-2020. Deze editie ligt vanaf 11 februari in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«