Carmelita: ‘Ik hoef mijn liefde toch niet te 
bewijzen door 
een huis met 
haar te delen?’

Elke week geven we je een kijkje in iemands liefdesleven in VIVA’s rubriek ‘De status’.

Carmelita (32) voelt zich benauwd en wil haar vrijheid niet kwijt.

Tekst: Lydia van der Weide

“Ik heb één keer samengewoond. De eerste maanden genoot ik ervan, verliefd als ik was. Als ik na een late afspraak naar huis reed, gaf ik extra gas, want ik verheugde me erop om de slaapkamer binnen te 
sluipen en tegen de warme rug van mijn vriendin te kruipen. Maar na een tijdje ging ik steeds langzamer rijden, zeker als ik wist dat zij nog wakker was. Ik heb mijn eigen ruimte nodig, ontdekte ik. Soms wil ik ook thuiskomen en dan gewoon wezenloos gaan zitten zappen op de bank, desnoods met mijn jas nog aan, zonder dat iemand me vraagt hoe mijn dag is geweest en 
meteen iets van mij verwacht. De verliefdheid sleet in rap tempo, door kinderachtige 
ergernissen. Het lag aan mij, dat wist ik wel, maar ik kon het niet veranderen. Wat was ik opgelucht toen ze haar biezen pakte.
Toen ik mijn huidige vriendin Lisa ontmoette, heb ik haar meteen verteld dat ik meer een lat-type ben. Dat vond ze prima, zei ze. Maar nu blijkt dat ze er toch vanuit ging dat dit na een tijdje wel zou veranderen. Want na anderhalf jaar wordt het een steeds groter issue.

 

Zij wil ‘verder’, ze wil weten of ik wel serieus ben met haar. Dat bén ik, maar dat hoef ik toch niet te bewijzen door een huis met haar te delen? Ze is de liefste, mijn prinses. Toch vind ik het ook lekker om alleen te zijn, mezelf niet te hoeven aanpassen en niets te overleggen. Van elke nacht lepeltje-lepeltje slapen raak ik verveeld, hoe lullig dat ook klinkt. Voor mij is ons contact – van vrijdag tot maandagochtend samen, soms de woensdagavond ook – perfect. Dan ben ik altijd blij om haar te zien. Maar dat ik maandagavond óók blij ben als ik in mijn eigen huis ben, ziet zij als een afwijzing. Dus stuur ik lieve berichtjes. Of ik bel haar, terwijl het van mij eigenlijk niet hoeft. Dan houdt ze me een uur aan de praat en is ze nog gepikeerd ook als ik 
ophang. Het gaat steeds meer schuren.

 

Ik merk dat ik net iets te opgelucht ben als ze een avondje onbekommerd haar eigen gang gaat. En dat ik de kriebels krijg als ze me een mailtje doorstuurt van een mooi groot huis met twee verdiepingen. Dan zou jij toch je eigen ruimte hebben, zegt ze. Lief bedoeld, vast. Maar láát me alsjeblieft, denk ik dan. Dat iemand in onze omgeving zich aan het settelen is, helpt ook niet. En dan die eeuwige vragen. Wanneer wij gaan samenwonen. En of we ook aan kinderen denken. Bloedirritant die bemoeienis, alsof er een vast pad is uitgestippeld in het leven en je pas volwassen bent en echt meedoet als je keurig met de kudde mee draaft. Ik word er recalcitrant van. Ja, dat ik onlangs een dure nieuwe bank heb gekocht die Lisa niet mooi vond, was wel een statement. Daarmee zeg ik dat ik mijn vrijheid voor
lopig niet wil opgeven. Of ik dat ooit wel wil? Dat kan ik nu nog niet zeggen. En ook niet of we hieruit gaan komen. Ze verwijt me dat zij meer van mij houdt dan ik van haar. Dat is zo níet waar! Voor mij is kwaliteit gewoon belangrijker dan kwantiteit. Ik ben héél gek op haar. Ik volg misschien niet het standaard relatiepad, maar dat doet toch niets af aan mijn liefde voor haar?”

 

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 36. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «