Caroline (33): ‘Had ik haar kind maar nooit in huis genomen’

kind in huis nemen

Toen de alleenstaande zus van Caroline (33) overleed, 
was het logisch dat zij haar zoontje Thijn (5) opnam 
in haar gezin. Daar heeft ze nu spijt van. ‘Ons fijne 
gezinsleven is als een kaartenhuis ingestort.’

‘Ik wist dat Thijn een milde ontwikkelingsstoornis had, maar daar maakte ik me niet zo veel zorgen over. Het klonk me ook niet geheel onlogisch in de oren: Frederike had al een tijd lang niet de mogelijkheid gehad om hem veel te stimuleren, zoals ze wel had kunnen doen als ze gezond was geweest. Het was iets wat vanzelf wel recht zou trekken. Dácht ik. Maar toen hij eenmaal bij ons woonde, stortte ons fijne gezinsleven als een kaartenhuis in elkaar.’

Verwoestende tumor

‘Drie jaar geleden kreeg mijn zus Frederike vage klachten. Ze had moeite met simpele dingen als telefoneren en eten koken. En ze was voortdurend moe. Omdat ze ongerust was over het feit dat ze ‘haar hoofd nergens bij kon houden’ liep ze de deur van haar huisarts plat. Die dacht dat ze depressieve of stressgerelateerde klachten had, als jonge alleenstaande moeder niet eens zo’n gek idee. Maar een plaatsvervangend huisarts vertrouwde het niet en stuurde haar naar het ziekenhuis voor een scan. Ze bleek een kwaadaardige tumor in haar hoofd te hebben en werd nog dezelfde dag geopereerd. Ik 
zal nooit zeggen dat de diagnose als een opluchting kwam, maar de puzzelstukjes vielen wel op hun plek. De artsen konden een gedeelte van de tumor verwijderen, waardoor de druk op haar hersenen afnam en haar klachten verminderden. Dat was fijn, maar na een maand of vijf werden de klachten weer erger. De tumor bleek flink te zijn gegroeid. Frederike kon nog één keer geopereerd worden. Na die tweede operatie vertelde de arts dat ze verder niets meer voor haar konden doen, ze was uitbehandeld. Na dit slechte nieuws besloot Frederike dat ze niet langer in het ziekenhuis wilde blijven. Ze was ontzettend boos en verdrietig dat dit haar overkwam en wilde alleen nog maar thuis zijn. Ik vond het heel moeilijk om toe te moeten kijken en niets te kunnen doen voor mijn zus. Ik voelde me machteloos.’

De beste oplossing

‘De vader van Thijn is nooit in beeld geweest. Frederike was na een fling van een maand zwanger geworden en Thijns vader liet heel duidelijk weten dat hij niet op een kind zat te wachten en dat – als Frederike de zwangerschap zou doorzetten – het ook echt haar kind zou worden. Frederike besloot alle contact te verbreken en volledig voor haar kind te gaan. Ook omdat ze wist dat ze op alle steun van mij en mijn man kon rekenen, qua oppassen enzo.’

‘Als ik zijn moeder niet zou kennen, zou ik Thijn alleen maar bloedirritant vinden’

‘Toen mijn zus ziek werd, was het voor mij logisch dat ik Thijn zou opvangen. Frederike was niet alleen mijn zus, maar ook mijn beste vriendin. Onze ouders wonen in Frankrijk en zitten niet meer te wachten op de zorg voor een klein kind. Voor iedereen leek dit de best denkbare oplossing van een hartverscheurende situatie. Natuurlijk 
krijgt zo’n afspraak een andere lading op het moment dat het de realiteit wordt. Frederike heeft mij en Wessel, mijn man, daarom nogmaals gevraagd of we dit echt wilden. Natuurlijk zei ik ja, ik had geen andere keuze kunnen maken. Gelukkig steunde Wessel me voor de volle honderd procent. 
In die periode hebben Frederike en ik veel gepraat. Een van die gesprekken zal me altijd bijblijven. Ik zei tegen Frederike dat ik het zo erg vond dat Thijn zijn moeder ging verliezen. Waarop Frederike antwoordde: ‘En wat dacht je van mij? Ik moet mijn kind achterlaten!’ Dat was een ontzettend emotioneel moment. Zo had ik er namelijk nog niet over nagedacht. Maar dat was voor Frederike natuurlijk de onverdraaglijke realiteit. Nu denk ik: wist zij toen al dat ik het zo moeilijk met Thijn zou krijgen? Dat ik hem nooit zou kunnen bieden wat zij hem bood, vanuit haar instinctieve moederliefde?
 Het ging al snel slechter met Frederike. 
Ze sliep bijna de hele dag, had heftige stemmingswisselingen en kreeg steeds 
meer moeite met horen, zien en praten.
 Iets langer dan een jaar geleden werd ik 
’s ochtends vroeg op mijn werk gebeld. Het ging niet goed met Frederike. Ik ben naar haar toe geracet, maar voordat ik aankwam was ze al overleden. 
Tot aan de begrafenis is Thijn thuis gebleven, een goede vriendin van Frederike zorgde voor hem. Frederike lag thuis opgebaard. Thijn heeft haar overigens nog maar één keer gezien, om haar een laatste kusje te kunnen geven. Met behulp van een boekje over de dood voor kinderen van zijn leeftijd, Kikker en het vogeltje heette het, hebben we hem proberen uit te leggen wat de dood inhoudt.’

Niets helpt

‘Thijn was vier toen hij bij ons kwam wonen. Opeens was ik niet meer alleen zijn tante, maar ook zijn opvoeder. En dat opvoeden is een hele klus. Omdat Frederike na haar diagnose compensatiegedrag naar Thijn vertoonde en hem daarom met heel veel liet wegkomen, bezit hij nog maar weinig sociale vaardigheden. Het verdriet dat hij om zijn moeder heeft, kan hij niet goed in woorden uitdrukken, dus doet hij dat door middel van driftbuien. En die zijn heel extreem: krijsen, gooien en dingen vernielen, zoals knutselwerkjes en speelgoed van mijn dochters. Thijn slaapt ook heel onrustig, waardoor wij elke nacht minstens drie keer wakker worden. Er is bijna geen minuut dat hij niet beweegt of geluid maakt. Thijn praat niet, maar schreeuwt. Dag en nacht. Een geluid dat door merg en been gaat en 
in mijn hoofd nagalmt op de zeldzame momenten dat hij stil is. We hebben alles geprobeerd: negeren, troosten, een boekje voorlezen… Niets helpt. 
Thijn was ook nog niet zindelijk toen hij bij ons in huis kwam wonen. En door alle stress pulkt hij aan de velletjes van zijn vingers totdat ze bloeden. Hij slaat met zijn hoofd op elk mogelijk oppervlak en eet door handen vol voedsel te grijpen en het in zijn mond te smeren. Na elke maaltijd is zijn gezicht en haar bedekt met wat hij heeft gegeten. Frederike had hier weleens iets over gezegd, maar niet dat het zó erg was. Misschien schaamde ze zich, of was ze bang dat ik zou denken dat ze het moederschap niet aankon?’

Snakken naar pauze

‘Of ik had verwacht dat het zo zwaar zou zijn om voor Thijn te zorgen? Nee. Dat we aan elkaar moesten wennen wel, maar ik had nooit gedacht dat het zo vermoeiend zou zijn. Na een paar maanden was ik al helemaal uitgeput. Het allerergste vind ik dat de gelukkige, vreedzame wereld van onze dochters kapot is gemaakt. Zij hadden geen enkele keuze hierin en ik merk dat ze eronder lijden dat Thijn zoveel aandacht vreet en ik steeds geprikkelder raak. De meiden trekken zich letterlijk terug. Ze zitten steeds vaker op hun kamer of kiezen ervoor met vriendinnetjes mee naar huis te gaan. Het enige waarop 
ik me nog kan focussen is hoe ik de dag doorkom. Natuurlijk lijdt ook mijn huwelijk hieronder. Ik werk op dit moment niet omdat we ons nieuwe gezin de eerste jaren vorm willen geven, maar elke dag tel ik de uren af ​​totdat Wessel thuiskomt. Niet omdat ik hem dan zie en we gezellig met z’n allen kunnen bijpraten tijdens het eten, zoals voorheen, maar omdat ik dan eindelijk even pauze van Thijn kan nemen. Want de voordeur achter me dichttrekken, ook al is het maar om een halfuurtje met de hond te wandelen, voelt als een enorme opluchting. Ik herinner me een keer dat ik in de stortregen liep en de tranen over mijn wangen stroomden, alleen omdat ik wist dat ik weer terug moest. We zijn er inmiddels achter dat wat een minimale ontwikkelingsstoornis leek, een zware stoornis in het autistisch spectrum is. Ik dacht eerst nog dat het constant op en neer wiegen en het obsessief vasthouden aan bepaald speelgoed te wijten was aan alles wat Thijn in zijn jonge leventje al 
heeft meegemaakt, maar de arts van het consultatiebureau had haar verdenkingen en stuurde ons door naar een diagnostisch centrum, waar haar vermoedens werden bevestigd. Nu houden we thuis vast aan een strakke routine. Als we daarvan afwijken, is er geen land te bezeilen met Thijn.’

‘Het allerergste vind ik dat de gelukkige, vreemdzame wereld van onze dochters kapot is gemaakt’

‘Misschien was ik naïef, maar ik ging ervan uit dat ik vanzelf wel hetzelfde voor Thijn zou gaan voelen als voor mijn eigen kinderen. Maar dat bleek een te rooskleurig plaatje. Het voelt niet hetzelfde. Ik geef om Thijn, maar als ik eerlijk ben, is dat omdat de schaduw van mijn zus aan hem kleeft. Als hij een geadopteerd kind was van wie ik de biologische ouders niet zou kennen, zou ik hem alleen maar bloedirritant vinden. 
Wat mijn familie en vrienden wel weten maar buitenstaanders niet, is dat ik zelf een zoontje verloren ben. Mats stierf in mijn buik, negen dagen voor mijn uitgerekende datum. Als ik zeg dat ik drie kinderen heb, denken buitenstaanders dat ik mijn dochters en Thijn bedoel. Daar heb ik moeite mee. Thijn is en blijft mijn neefje, niet de vervanger van mijn eigen zoon. 
Ik mis mijn zus vreselijk. Maar als ik eerlijk ben, is dat niet alleen omdat ik haar mis als zus, maar ook als moeder voor Thijn. Een rol waarvan ik had gewild dat die nooit op mijn pad was gekomen. De harde waarheid is dat als ik van tevoren had geweten wat een wissel Thijn op ons gezinsleven zou trekken, ik er nooit aan was begonnen.’

Eigen geluk

‘Ik voel me een onmens. Ik ben zo geduldig mogelijk met Thijn en probeer hem affectie te geven, maar ik heb het gevoel te stikken in wat wat er van me wordt verlangd. Ik heb geluisterd naar tientallen podcasts over adoptie, en met name alles over hechting en pleegouderschap, maar het daadwerkelijk voelen? Dat lukt maar niet. Ik wil het beste voor Thijn, dat meen ik echt. Ik wil het alleen net iets liever voor mijn eigen kinderen en mijn huwelijk. Al zou ik niet weten wat daarvoor de beste oplossing is. Thijn woont inmiddels dik een jaar bij ons in huis en het liefst zou ik hem uit huis laten plaatsen. Ergens waar hij de structuur krijgt die hij nodig heeft, zonder dat wij ons in duizend bochten hoeven te wringen. Ook Wessel ziet hem het liefst zo snel mogelijk vertrekken, maar stom genoeg steekt dat me toch ook weer. Het blijft mijn neefje, het kind van mijn lieve zus. Hij heeft al zo veel meegemaakt, en dan zouden wij hem ook weer zomaar ‘wegdoen’? Maar ik snap Wessel wel. Hij zet zijn eigen gezin en ons geluk op de eerste plaats, iets wat ik ondanks mijn onvrede toch lastig vind. 
Mijn ouders denken dat alles van een leien dakje gaat. Zij zijn nog steeds stuk van de dood van Frederike en ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze met mijn problemen op te zadelen. Daarbij: wat kunnen zij eraan doen? Helemaal niets. 
Ik betrap mezelf erop dat ik steeds vaker googel op instellingen en woonvormen 
waar Thijn de begeleiding kan krijgen die 
hij nodig heeft. Diep van binnen weet ik 
dat het daarop zal uitdraaien. Omdat het simpelweg niet anders kan. Tenminste, 
als ik mijn eigen dochters een gelukkig gezinsleven wil bieden.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 33.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«