Casper Starreveld van Kensington: ‘Ik was gewoon overspannen, mentaal en fysiek uitgeput’

Touren door heel Europa, met een privéjet van A naar B, backstagefeestjes met vrouwen, na elke show nog even de kroeg in… Het leven van gitarist-zanger Casper Starreveld (35) en z’n Kensington-collega’s is next level rock-‘n-roll.

Tekst Fleur Meijer Foto’s Anke van der Meer

We moeten even appen als we op de Oudegracht zijn. Dus dat doen we als we voor de deur staan bij wat ooit de Utrechtse poptempel Tivoli was, en nu een broedplaats is voor creatieven. Daar, ergens weggestopt in het grote gebouw, heeft de grootste rockband van Nederland een verrassend kleine oefenruimte. Dus mocht je denken dat het succes Kensington weleens naar het hoofd zou kunnen stijgen: het tegendeel is waar.

Nog even en jullie staan in een bomvolle Johan Cruijff Arena. Is de show al ‘af’?

‘Nee, nee, nog niet. We zijn nog bezig met het podiumontwerp, het geluid en vooral ook de visuals. Er komen huge schermen te staan; de Johan Cruijff Arena is gewoon echt een fakking grote bak. Ik verbaas me er nog steeds over. Na de shows in de Ziggo Dome dachten we dat we de max qua show hadden bereikt, maar het moet nu nog een stapje verder. We hebben één avond natuurlijk, dit moet ’m worden. Het voelt als een soort finale. En het zou kunnen dat dit de enige keer is dat we daar staan.’

Publiek en recensenten kunnen zuur doen als een band zo groot wordt. Maar ik lees over Kensington alleen maar dat het jullie zo gegund is.

‘Ja, ik voel dat we de gunfactor hebben. Ik ben daar dankbaar voor. Vooral ook omdat dit helemaal niet de tijd van de gitaarbands is. Dance en hiphop zijn als genre zo veel groter. Het is wat dat betreft best bijzonder dat we dit succes hebben. Misschien komt het omdat de focus bij ons heel duidelijk op de muziek ligt. We zitten niet apart van elkaar in programma’s of panels en willen die ruis ook niet. We zijn samen één band, punt. Ik heb helemaal niet het idee dat ik nu beroemd ben en dat vind ik echt heel prettig. Ik kan overal gewoon over straat. Toevallig speel ik in een groep die veel tickets verkoopt, maar verder kan ik gewoon mezelf blijven.’

Jullie hebben een bizar druk tourschema en reizen door Europa. Is dat niet slopend?

‘Het is soms wel pittig, ja. Zeker als je ’s ochtends om half zes op een vliegveld in Servië staat en ’s avonds nog een show hebt in Breda. Maar als ik ’s middags even een paar uurtjes ga pitten, ben ik er wel weer. We hebben nu gelukkig een grote tourbus met slaapplekken, dat scheelt. Uiteindelijk levert het allemaal meer energie op dan dat het kost. En dan blijken er ook nog mensen in Boedapest, Praag of Parijs te zijn die de moeite nemen naar je bandje komen kijken: dat is altijd weer magisch.’

Hoe is het tourleven? Leef je als monnik of is het full on rock-’n-roll?

‘Ik wou dat ik op tour wat meer als een monnik kon leven, haha. Als ik thuis ben, lukt me het altijd wel om te sporten, gezond te eten en, nou ja, mínder te drinken. Die voornemens neem ik altijd mee op tour, maar die gaan meestal na drie dagen overboord. Na de show is het toch 
te gezellig om te blijven hangen, drinken, nog even met de hele crew een bar in, en daarna weer de bus in rollen. We gaan niet halfdronken het podium op ofzo, daar wordt een show alleen maar slechter van. Je bent toch minder scherp. Nu héb je daar middelen voor inderdaad, maar die vermijden we liever.’

Een paar jaar geleden zat je tegen een burn-out aan.

‘Ja, en ik niet alleen. We zijn als band echt door een dalletje gegaan. Drie jaar geleden kwamen met het succes ook ineens de stress en de druk. De agenda liep vol, we moesten ineens de hele tijd op de foto en leuk doen; we werden van de ene op de andere dag compleet geleefd. Dat overviel ons. We hebben er allemaal op verschillende momenten doorheen gezeten. Ik wist dat het bij mij mis was toen ik een keer ’s ochtends aan de keukentafel zat. We waren Control aan het opnemen en ik moest daarna de studio weer in. Ineens zat ik hard te huilen zonder dat ik wist waarom. Ik was gewoon overspannen, mentaal en fysiek uitgeput.’

Hoe ben je daar uitgekomen?

‘Door goed met elkaar te praten over wat dit allemaal met ons deed. Ben je nog gelukkig? Wat kunnen we doen om je erdoorheen te slepen? Daarvoor denderden we maar door. Het moest nú gebeuren. Dat gaf spanning, ook onderling. We hebben elkaar nooit de bus uitgevochten, maar allemaal weleens een hotelkamer gepakt om tot rust te komen. En er is een keer een coach langsgekomen om met ons te praten. Toen werd er in één keer al een hoop getackeld. Het keerpunt kwam toen Control uitkwam en omarmd werd door het publiek. Dat gaf ons de boost en het zelfvertrouwen dat we nodig hadden. Toen zijn we als band samen volwassen geworden. Zo voelt het.’

Het hele interview met Casper Starreveld komt uit VIVA 19. Deze editie kan je hieronder via Blendle online lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «