Fleurs column: Leegtes

De Kameel is weg. Hij liep de deur uit op een vroege ochtend, zware sporttas over zijn schouder, verwachtingsvolle blik, op weg naar een ander leven op het Franse platteland. Daar zou hij een nieuwe familie krijgen, vol met knappe meisjes, een hond en twee baby’s.

Reden genoeg om weg te gaan kortom, want ook ik wil regelmatig een ander leven op het Franse platteland. Ik zwaaide hem dus lachend uit en wenste dat het nieuwe leven hem alles bracht wat hij ervan hoopte, en meer.

Zo ben ik.

En hij komt straks weer terug, dat scheelt. De Kameel ging gewoon even een arthousefilm maken met vrienden, en daar leent het Franse platteland zich nu eenmaal goed voor.

Maar weg was hij, mij achterlatend met de vraag: waarmee ga ík me nu eens nuttig maken de komende twee weken? Ik zou mijn geest bijvoorbeeld ook creatief kunnen verrijken met boeken, films en daaruit voortvloeiende creatieve toekomstplannen. Zodat ik weliswaar lichamelijk, maar niet geestelijk achterbleef. En trouwens, in praktisch opzicht was er ook genoeg te werk te verzetten. Het zou bijvoorbeeld leuk zijn als ik eindelijk eens een nieuwe schutting zou regelen, en fruitbomen en struiken plantte. Dan kon ik hem onthalen in een weelderige tuin, in een fijn nieuw jurkje, vier kilo dunner. Dat lukte best in twee weken als ik vanaf nu geen druppel meer dronk en alleen nog maar uitgebalanceerde, zelfgemaakte salades at.

Het is nu twee weken later. Het liep anders.

Ik geef het weer de schuld, dat ineens zo schofterig goed was. En ik geef mijn vrienden de schuld, die sowieso schoften zijn, helemaal als de Kameel van huis is. Daar kwamen ze hoor, met hun duivelse verlokkingen. En daar ging ik hoor, met m’n gummiknuppelige ruggengraat. Eerst naar een festival op Ruigoord, dat ik feitelijk nog best onder creatieve geestelijke verrijking kon scharen, vond ik zelf, want daar ís Ruigoord voor. De Kameel stuurde foto’s van de filmset, ik stuurde foto’s van niet van echt te onderscheiden hippies in een Mongoolse yurt en een selfie waarop ik bij nader inzien nogal scheel keek; dat krijg je van die goa-trance.

Daarna kon het alleen nog maar bergafwaarts gaan, en aldus geschiedde. De zonnige dagen regen zich ineens aaneen, samen met de terrassen, de boten, het strand, nog meer strand, zwemmen, nog meer zwemmen, gefrituurde inktvisringen, wijn en nog meer wijn.

Het was heerlijk uiteraard, want mijn vrienden zijn weliswaar schoften, maar wel léuke schoften. Fruitbomen, zelfgemaakte salades en die rijke geest maakten plaats voor een gezellig soort leegte. Mijn bankrekening ook, zij het van een iets minder gezellig soort.

Maar ach, dacht ik, komt allemaal wel weer, après nous le déluge enzo.

Er was alleen een leegte waaraan ik maar niet kon wennen.

Mijn bed. Dat slaapt niet. Die heeft een Kameel nodig. En ikzelf ook, met m’n gummiknuppelige ruggengraat.

Nog heel even, dan is hij er weer. Voldaan, kapot, maar blij om weer thuis te zijn.

Net als ik.


VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:

De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed