Fleurs column: Mannetjes

fleurs column

Tot u spreekt een gelukkig mens. Er staat een 
wonder op het punt van voltrekken: mijn tuin, de schandvlek van het noorden, de nagel aan mijn doodskist, het Jurassic Parkje waar iedereen kwaad van sprak, komt binnenkort meedogenloos aan zijn einde. Nooit meer hoef ik grappen te herkauwen over het velociraptortje dat achterin is gespot of de Kameel een telefoon en hobbymes mee te geven 
om zijn overlevingskansen op weg naar de schuur te vergroten. Nee, deze zomer zullen er geen mossige tegels, tien kuub verzameld glaswerk en rottend sloophout te zien zijn, maar lavendel, rozen, vuurkorven en loungebanken. De barbecue zal eeuwig smeulen en de wijn zal nooit opraken, terwijl de 
zon schittert op mijn strak aangelegde terras.

Ik wil maar zeggen: het is een leuk vooruitzicht, zo’n nieuwe tuin. Maar er is iets wat ik er stiekem nog leuker aan vind: mannetjes. Ik krijg weer mannetjes over de vloer. En er is niets gezelliger dan dat. Ik kan uren kijken naar hoe ze bestraten, loodgieten of dakdekken met allemaal materialen en dingesen 
en een radio met verfspatten keihard aan. Hoe ze koffiewensen hebben als ‘vier scheppen suiker, één scheppie completa, niet roeren’ en hoe ze dan een week lang voornamelijk ‘hiero’ roepen, terwijl je je afvraagt of het ooit nog goed gaat komen en ze dan ineens iets hebben gedaan waarvoor ik alleen maar een diep ontzag kan hebben. Een beroep 
met zichtbaar nut: kom daar nog maar eens om 
tegenwoordig. Met je startup. Nee, dan mannetjes: vol sterke verhalen maar met nul pretenties. Die 
zich goudeerlijke jongens noemen, maar bonnetjes nergens goed voor vinden.

Toen ik vier jaar geleden mijn huis kocht, had ik 
voor het eerst mijn eigen mannetje: Cor. Cor was een vergeelde zestiger met een stem als een luchtalarm, die zijn eigen dampkring bouwde van zware Brandaris en nat zaagsel. Cor deed alles wat je 
van een Cor kunt verwachten: dakdekken, slopen, elektra omleggen, leidinkjes infrezen, rachelen, 
tengelen. Soms nam hij zelf een extra mannetje mee en ik op mijn beurt harinkjes en broodjes babi pangang. We hadden het reuze gezellig, Cor en ik, ondanks dat hij thuis een vrouw had met een open been. Ik denk nog weleens aan hem. En hij blijkbaar ook aan mij, want ik krijg af en toe een sms met de tekst ‘gr Cor’.

Maar mijn nieuwe mannetje, let op mijn woorden, dat wordt het pas écht helemaal. Ik heb nog nooit iemand hoopvol en kordaat over mijn tuin horen praten, maar Ro is anders. Ro zegt dingen als ‘komt goed’, ‘fiksen we’, ‘wordt helemaal strak’ en ‘als jij even een leuk tegeltje uitzoekt, plaatsen we hier 
gewoon dertien opsluitbandjes’, waarna ik ‘oké’ 
zeg en me voorneem nog even op te zoeken wat 
opsluitbandjes zijn.

Ik wil maar zeggen: het is een leuk vooruitzicht, zo’n nieuwe tuin.


 

VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:
Zorgexamen
Huiskamercafé
Ziek en volwassen
Balans
Mijlpaal
Sint is satan
Alarm
Landen
Reislijder
Saai Jong Stel
Oma
Septemberissues
Vlooien
Kattenleven
Vlees, Vlaanderen en film
Festival