Cynthia (34) veroorzaakte een dodelijk ongeval: ‘Ook al ben ik
 vrijgesproken,
 het schuldgevoel zal altijd blijven’

cynthia dodelijk ongeval

De Vlaamse Cynthia Buyse (34) veroorzaakte een dodelijk ongeval. En ook al werd ze definitief vrijgesproken door de rechtbank, haar leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Tekst: Amanda van Schaik | Beeld: Joost Hoving

‘Na mijn werk rijd ik naar huis. Het is een uur of vijf ‘s middags en nog licht. De benzinemeter geeft aan dat ik moet tanken. Dat wilde ik eigenlijk al eerder doen, maar ben ik vergeten. Na het tanken rijd ik weg van het benzinestation en wil links afslaan. Hiervoor moet ik een weg oversteken waar een file staat. Ik kijk, links, rechts, links. Een vrouw in een donkere auto laat me voor. Ik kijk weer – links, rechts, links – en langzaam trek ik op. Ineens is er een enorme knal. Het voelt alsof mijn auto ontploft, maar het zijn alleen de airbags. Ik open mijn portier, stap uit en val. Iemand helpt me overeind en ondersteunt me terwijl ik naar de overkant strompel. Ik kijk voor me en zie iemand liggen. Meters voorbij mijn auto. Ik schreeuw en wil ernaartoe lopen maar word tegengehouden door een aantal mensen.  Ik word naar een winkeltje gebracht waar ik ga zitten en mijn vriend bel. Ik ben maar een paar minuutjes van ons huis en hij is er in een mum van tijd. Hij wil weten wat er is gebeurd, maar ik weet het niet. De politie komt, ik vraag wat er aan de hand is met degene die daar ligt. Niemand vertelt me iets. Ik word meegenomen in de ambulance en naar het ziekenhuis gebracht, mijn vriend volgt met zijn auto. Daar onderga ik allerlei onderzoeken, maar er wordt niet onmiddellijk iets gevonden. Ik leg een verklaring af bij de politie en doe een ademtest waaruit blijkt dat ik geen alcohol heb gedronken. De persoon die ik zag, was een motorrijder die tegen mijn auto is geknald, wordt me verteld. Ik begrijp het niet, ik heb hem niet gezien. Een paar uur later hoor ik van de spoedarts dat de motorrijder ter plaatse is overleden. Ik huil, schreeuw. Ik heb iemand aangereden en die is dood. Ik krijg een kalmeringsmiddel toegediend en mijn vriend brengt me naar huis.’

Repeterende film

‘De eerste dagen na het ongeluk huilde ik bijna non-stop. Ik was ontroostbaar. Ik voelde me enorm schuldig. Keer op keer speelde het gebeurde zich voor mijn ogen af. Ik ben altijd een voorzichtige rijder geweest, maar had ik dan toch niet goed gekeken? In de krant las ik over het slachtoffer. Een 49-jarige man, met een vriendin. Een man die er niet meer was, door mij. Ik wist niet waar ik terechtkon met mijn emoties. Slachtofferhulp is voor slachtoffers van een verkeersongeval. Niet voor veroorzakers. Mijn moeder had van slachtofferhulp de naam en het nummer van de vriendin gekregen. Zodat ik eventueel met haar kon afspreken. Zodat ik kon vertellen dat het nooit mijn bedoeling was geweest. Om te zeggen dat het me spijt. Om uit te leggen wat er was gebeurd. Mijn moeder belde haar en de vrouw vertelde dat zij en hij geen relatie meer hadden en dat ze geen contact met me wilde. Ik wil er niets mee te maken hebben, zei ze, het is gebeurd en ik neem je dochter niets kwalijk. Ik nam het mezelf wel kwalijk. Net zoals mijn moeder: die was erg geschrokken en ging ervan uit dat ik iets verkeerds had gedaan. Mijn vader was heel nuchter: dit soort dingen gebeuren nu eenmaal, ook al rijd je goed, en: wat is gebeurd, is gebeurd. Mijn goede vrienden stuurde ik een krantenartikel over het ongeval met de instructies: lees het, heb je vragen, mail me dan want ik kan er niet over praten. Ik kreeg lieve kaarten en berichten van hen. Met reacties als: je kon er niets aan doen; wrong time, wrong place, je bent niet schuldig. Op dat moment had ik daar weinig boodschap aan, de rechter zou besluiten of ik schuldig was of niet. Wanneer de rechtszaak zou plaatsvinden, wist ik niet. Ik wilde weten waar ik aan toe was, maar hoorde niets van de rechtbank. Ik vroeg aan de politie wat me te wachten stond en kreeg te horen dat eerst het dossier zou worden opgebouwd. Daarna zou ik bericht krijgen. Mijn vriend steunde me enorm. Ik had niet geweten wat ik zonder hem had gemoeten. De eerste week na het ongeluk nam hij vrij om me bij te staan. Ook al praatten we er niet veel over, het hielp me wel. Hij was er voor me. Op maandag gebeurde het, op donderdag zat ik weer achter het stuur. Huilend. 
Ik wilde niet, durfde niet. Mijn vriend zei: ‘Als je nu niet gaat rijden, dan ga je nooit meer rijden.’ Het was rustig op de weg. Ik reed als een slak, 30 kilometer per uur. Op de terugweg reed mijn vriend.’

Diepe val

‘Na een week thuis te hebben gezeten, ging ik weer aan het werk. Op het moment van het ongeval werkte ik net drie maanden als verzekeringsagent. Na mijn terugkomst had ik concentratieproblemen – het ongeval bleef door mijn hoofd spoken. Ik werd ontslagen met als reden dat ik niet meer aan de eisen voldeed. Heel gek, want vlak voor het ongeval kreeg ik nog een positieve beoordeling. Ik vermoed dat ze van me af wilden, ze waren bang dat ik in de ziektewet terecht zou komen en daar financieel niet voor op wilden draaien. Ik kwam thuis te zitten en viel heel diep. Hele dagen zat ik op de bank te piekeren en huilen.

Dit interview is afkomstig uit VIVA 02-2019. Deze editie ligt t/m 16 januari in de winkel of kun je online lezen via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.