Dankzij haar buddyhond durft Joyce (36) weer te leven

Tijdens haar werk als politieagent maakt Joyce (36) extreem stressvolle dingen mee, die ze niet meer uit haar systeem krijgt. Ze komt thuis te zitten. Bang, gespannen en over-alert. Tot ze een buddyhond krijgt.

Tekst Maaike Helmer

“Als kind hield ik aI van spanning en uitdaging. Ik wist ook al vroeg dat ik politieagent wilde worden. Mijn vader was brandweerman, de appel valt dus niet ver van de boom. Op mijn 21e begon ik aan de vierjarige politieopleiding. Daarin kon ik werken en leren tegelijk; drie maanden school, drie maanden praktijk. Ik vond het geweldig, al was het werk pittig en de dagen soms heftig. Zo moesten we bijvoorbeeld al snel na de start van mijn opleiding naar een fataal ongeluk met een slachtoffer van 21. En naar een gevonden stoffelijk overschot van wat later een baby’tje beek te zijn. Na zo’n voorval werd er, terug aan het bureau, altijd over het incident gepraat. Toen besefte ik nog niet hoe ontzettend belangrijk dat is.”

Machocultuur

“Doordat er twee politiebureaus werden samengevoegd, kwam ik in een andere ploeg terecht, met alleen mannen. Ik ervoer het als een machocultuur. Wat er naar boven kwam door dit werk, kwam nooit ter sprake. Ik voegde me naar de cultuur, wilde laten zien dat ik niet voor hen onderdeed. En toen werd het 10 november 2004: de avond dat er een politie-inval was in het Laakkwartier in Den Haag waarbij de terroristische Hofstadgroep betrokken was. Alle wagens in de wijde omgeving werden opgeroepen. Ook de onze. De informatie die we van onze ploegchef kregen, was summier: ‘Het is foute boel, bereid je voor op schieten.’ We hoorden ook dat iemand van het arrestatieteam gewond was geraakt door een handgranaat. Een hándgranaat?! Ik hield er rekening mee dat ik zou moeten vechten voor mijn leven. Er zijn dingen van die nacht die ik nooit meer zal vergeten, zoals het beeld van een doodsbange vrouw die met haar baby over straat rende. Ik bracht haar in veiligheid. Die avond schakelde ik mijn gevoel – denk ik nu – onbewust uit. Er zijn foto’s waarvan ik me niet eens meer kan herinneren dat ze zijn genomen. De ochtend van 11 november werd ik om 12 uur afgelost, na ruim dertien uur werken. Ik ging uiteindelijk maar gewoon naar huis. Hoe moet je je voelen na zoiets? Geen idee. Er bleek later een debriefing te zijn geweest, maar daar heb ik niets van geweten. Ik stopte het in een laatje en dat laatje ging op slot. Hup, weer aan de slag. We hadden het er niet meer over.”

Leven op adrenaline

“Ik merkte dat ik bij het mannenteam niet op mijn plaats was en vroeg om een overplaatsing. In het nieuwe team, waar ik eind 2005 terechtkwam, werd weer wél gepraat na heftige gebeurtenissen. Maar ik was er inmiddels zo aan gewend geraakt dat je altijd sterk moest zijn dat het niet meer lukte. Ik was streng voor mezelf en werkte keihard. Ondertussen bleven de extreme gebeurtenissen me om de oren vliegen. Al waren die inmiddels in mijn ogen inmiddels normaal. Treinspringers, verschillende lijkvindingen waarvan er een aantal nooit meer van mijn netvlies gaat, ernstige geweldsincidenten, een verhanging… Ik leefde op adrenaline. Intussen bouwde de spanning zich op, al was ik me daar niet echt van bewust. Ik kon het niet kwijt; ik had geen partner, en familie en vrienden zag ik nauwelijks omdat ik zo hard werkte. Bovendien, wat moest ik zeggen? Als iemand vraagt hoe je dag was, wil niemand horen over een verhanging, toch?”

Het hele verhaal van Joyce lees je in VIVA 41. Het blad ligt nu in de winkel, maar je kunt het artikel ook online verder lezen via Blendle. Klik hier.