Dewi’s vriend werd extreem gelovig: ‘Het leek wel of hij gehersenspoeld was’

Even dacht Dewi (28) in Bart haar grote liefde gevonden te hebben. Todat hij extreem gelovig werd en het zijn missie werd haar ook te 
bekeren. ‘Hij sprak twee dagen niet met me 
omdat ik niet met hem mee naar de kerk wilde.’

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: Stocksy

‘Ik ben opgegroeid in een gezin waar religie geen hot topic was. Mijn vader was protestants, maar uitsluitend in naam, omdat zijn ouders dat van huis uit waren. En mijn moeder is joods, maar meer dan op vrijdag een stel kaarsen aansteken, deed ze er niet aan. Ze at zelfs gewoon varkensvlees. Ik zat op een openbare school. Als kind ben ik een tijdje bang geweest voor de duivel omdat een oude buurvrouw van de zwartekousenkerk me vertelde dat ik in de hel terecht zou komen als ik iets zou stelen of jaloers zou zijn. Ze kwam precies op tijd met haar waarschuwing, want ik had vlak daarvoor 
de lievelingsknikker van een klasgenootje ‘geleend’ toen ze even niet keek. Toen lag 
ik wel een paar nachten wakker met doembeelden van vlammen en hooivorken. Uiteindelijk heb ik die stomme knikker stiekem terug in het etui van mijn klas-genootje gedaan, en daarmee was mijn angst voor de duivel ook snel vergeten.’

Steun uit het geloof

‘Mijn eerdere vriendjes waren atheïstisch 
of hooguit vaag spiritueel, maar zonder ‘abonnement’ op een georganiseerde religie. Niet dat ik hardcore antireligieus ben: ik vind het op zich geen onprettig idee dat er ‘iets’ is. Noem het een mysterieuze, universele kracht van liefde, maar het is niet iets wat ik probeer te definiëren of zo nodig een naam aan wil geven. Ik ben meer van de school: laten we maar gewoon zo aardig mogelijk proberen te zijn en hopen op 
het beste.
Het is dan ook nogal ironisch dat uitgerekend ik viel voor een diepgelovige man. 
Niet dat Bart een bord op zijn voorhoofd droeg waarop ‘christen’ stond, ik ontmoette hem gewoon – heel plat – in de kroeg. Je verwacht het inderdaad niet. Nu moet ik wel zeggen dat toen ik Bart ontmoette, het geloof nog een veel minder grote rol speelde in zijn leven. Ik wist dat Bart uit een dorpje in de Biblebelt kwam en dat zijn ouders best heel gelovig waren, maar zelf was hij niet zo’n extreem fanatieke gelovige. Tot zijn broer plotseling dood neerviel op de tennisbaan. Erwin was pas 38 en leek te blaken van gezondheid, maar ineens hield zijn hart ermee op. Bart en hij waren enorm close, Erwin was negen jaar ouder en bijna als een tweede vader voor hem, en zijn 
dood hakte er heel diep in. Na de eerste rouwfase, waarin hij ronduit depressief 
was, begon Bart naar de kerk te gaan. 
We praatten in die periode veel met elkaar en ik moedigde hem zelfs aan om ermee door te gaan als het hem een gevoel gaf van zingeving. Het duurde niet lang voordat hij zei dat hij nu begreep waar zijn ouders het altijd over hadden als ze spraken over de steun die ze uit hun geloof haalden. In de twee jaar dat we samen waren, was religie eigenlijk nooit een echt onderwerp van gesprek geweest, nu hadden we het er opeens heel vaak over. Bart zei dat hij zich nu pas voor het eerst in zijn leven echt een christen voelde, en dat hij regelmatig naar de kerk wilde blijven gaan. Op dat moment was ik daar nog blij om. Ik was blij met alles wat ervoor zorgde dat hij zich een beetje beter voelde.’

 

Dit interview komt uit VIVA editie 45. Deze editie ligt t/m 13 november in de winkel of kun je online lezen via Blendle. 

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «