Melissa heeft DIS: ‘Het is best lastig om het alle delen naar de zin te maken’

Dat ze vaak ‘weg’ was, wist Melissa (28) wel. Maar niet dat andere identiteiten haar gedrag en gedachten overnamen. Ze heeft een dissociatieveidentiteitsstoornis en draagt zo’n vijftig delen in zich.

‘Vanaf mijn zevende weet ik niet beter dan dat ik best vaak tijd ‘kwijt’ was. Ik dacht dat iedereen dat weleens had. Ook was er veel chaos in mijn hoofd, in de zin dat ik veel verschillende interne stemmen hoorde. Maar ook dat was voor mij normaal. Ik zag het als ‘met mezelf overleggen’ over wat ik wel of niet ging doen. Op de basisschool sprak ik er niet over. Ik had niet veel vriendinnen en in de tweede klas van de middelbare school werd ik opgenomen in een kliniek vanwege een eetstoornis. Ik was ‘dat meisje met problemen’. Ik hoorde er niet bij. Zelfs met de twee vriendinnen die ik wel had, ging het tijdens gesprekken nooit over emotionele dingen. Het enige wat we deden, was samen winkelen. Ik denk omdat ik bang was om echt contact aan te gaan. Ik wilde zo graag normaal zijn. Niet opvallen.’

Tropische zwemhel

‘Ik ben misbruikt door drie verschillende mannen. De eerste keer toen ik zeven was. Samen met mijn ouders was ik in een bungalowpark. Ik was een echt waterratje, daarom maakten mijn ouders zich geen zorgen toen ik een stukje alleen ging zwemmen in het tropische zwemparadijs. Ik was bij een beschut stukje, tussen allemaal palmbomen, toen een onbekende man me insloot. Hij zei dat ik stil moest zijn. Zat aan me. En ik moest aan hem zitten. Ik vond het heel eng en vies. Toen hij me uiteindelijk liet gaan, dacht ik: ik ga gewoon een stuk onder water zwemmen, dan spoel ik het van me af. Ik heb geen broers of zussen, en aan mijn ouders durfde ik het niet te vertellen. Ze hadden in korte tijd veel te verstouwen gehad door een aantal sterfgevallen in de familie, en ik wilde ze niet lastigvallen of laten schrikken.

Ik was altijd was gek op zwemmen, maar na die dag lukte dat niet meer zonder misselijk te worden. Ook kreeg ik geen lasagne meer door mijn keel: het eten dat mijn moeder meestal maakte als ik naar het zwembad was geweest. In mijn hoofd was die traumatische gebeurtenis gelinkt aan het zwemmen, en aan dat specifieke eten. Ik denk ook dat daar de kiem is gelegd voor mijn eetprobleem: door de associatie met het misbruik, en doordat ik de controle over mijn lichaam terug wilde krijgen.

Helaas bleef het niet bij die ene keer, van mijn zevende tot mijn vijftiende ben ik misbruikt door een oom. We hadden vaak familiefeestjes met veel mensen waarvoor een zaaltje werd afgehuurd. Mijn oom volgde me op die gelegenheden naar het toilet en zat dan aan me. Het viel niemand op, mijn ouders dachten dat ik aan het spelen was met mijn neefjes en nichtjes. Weer durfde ik niets te zeggen. Mijn oom bedreigde me. Hij zou ervoor zorgen dat iedereen om wie ik gaf kapot zou gaan. Ik was doodsbang. Hij zei: ‘Wie denk je dat ze zouden geloven: mij of zo’n labiel meisje als jij, met een eetstoornis?’ Ook wist ik dat er veel zou veranderen als ik het zou vertellen. Mijn moeder zou zich verscheurd voelen tussen haar familie en mij.’

Seksueel roofdier

‘Op mijn dertiende werd ik voor mijn eetstoornis opgenomen in een kliniek. Ik kwam tijdens de behandeling iets aan en tijdens de eerste de beste familiebruiloft sloot mijn oom me op in het toilet. ‘Nu heb ik eindelijk weer iets om vast te pakken,’ zei hij. Ik wist niet hoe snel ik de kilo’s er weer af moest krijgen. Uiteindelijk ging het zo slecht met me dat ik op een gesloten afdeling terechtkwam. Ik denk dat als je eenmaal bent misbruikt, seksuele roof-dieren je kwetsbaarheid kunnen ‘ruiken’.

Je wordt een soort magneet voor foute mannen. Zelfs in de kliniek. Ik werd misbruikt door een sociotherapeut, de man die elke dag sondevoeding bij me in moest brengen. Verzetten was geen optie. Wie zouden ze geloven, mij of hem? Na een aantal maanden kwam ik terecht op een reguliere afdeling. Daar zaten mensen met ook heel andere problemen, zoals psychoses, die soms vanuit het niets heel heftig konden reageren, bijvoorbeeld door keihard met deuren te slaan of tegen de muur te bonken. ’s Nachts werd ik vaak wakker van geschreeuw. Dan kroop ik in elkaar van angst. Ik voelde me totaal niet veilig en heb aan die periode een posttraumatische stressstoornis (PTSS) overgehouden.

Het hele interview met Melissa lees je in VIVA-07-2020. Deze editie ligt vanaf 12 februari in de winkel of lees je hieronder  verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!