Eva Crutzen: ‘Ik weet niet of ik die liefde ooit kan loslaten’

Met Opslaan als maakt cabaretière Eva Crutzen (31) haar meest persoonlijke voorstelling tot nu toe. Hij gaat over herinneringen die vervagen. En dan in het bijzonder over de herinneringen aan haar moeder.

Tekst Milou van der Will Foto’s Suzanne Rensink

Na een paar maanden spelen zit ie in haar lijf, de derde avondvullende voorstelling van Eva Crutzen. ‘Een heerlijk gevoel,’ vertelt ze op een zonnig terras aan het Amsterdamse IJ. Want nu kan ze spelen, écht spelen. ‘Ik ben vrij om af en toe spontaan af te dwalen en te improviseren. Voor nieuwe vondsten op het toneel.’ Sommige scènes zijn daardoor elke avond weer anders, afhankelijk van hoe de zaal reageert. ‘En ja,’ lacht ze, ‘daardoor ga ik ook geregeld op mijn bek. Maar gelukkig weet ik altijd waar de hoofdweg is – daar rijd ik veilig.’

Haar voorstelling gaat over herinneringen. Vooral over de herinneringen die vervagen. Waarom je bijvoorbeeld de geur vergeet van iemand die er niet meer is. Een pittig onderwerp voor Eva, die haar moeder na een lang ziekbed verloor toen ze nog maar een meisje van elf was. Als ze zou kunnen kiezen welke herinneringen ze op een usb-stick mocht opslaan om nooit meer te vergeten, dan ja, als vanzelfsprekend worden het die aan haar moeder. ‘Herinneringen die ik heb gecreëerd met mijn vrienden of met mijn broer en vader kan ik opnieuw maken. Die met mijn moeder niet. Wat ik nog van haar weet, is beeldend opgeslagen in mijn hoofd, als kleine filmpjes – helaas wel met hiaten. Maar ik heb ook het geluk dat er vrij veel beeldmateriaal van haar is. Af en toe kijk ik die video’s terug.’

Welke rol speelt het gemis van je moeder nog in je leven?

‘Het is er altijd. Ik dacht dat het minder zou worden na verloop van tijd, dat het zou slijten. Maar dat is niet zo. Wat wel is: 
je leert ermee leven, ermee omgaan. Ik heb lang niet met mijn verdriet kunnen omgaan, daar was het te groot voor. Ik ging het dan ook uit de weg. Inmiddels heb ik geleerd om het er af en toe te laten zijn. Maar áls het er dan is, dan is het niet minder heftig. Vooral als kind was ik op een woedende manier verdrietig en die woede is eigenlijk nooit verdwenen. Ik vond het zo oneerlijk, ik was er zo boos over, maar kon die woede nergens op richten natuurlijk. Ja, op de wereld.’

Wat merkte de wereld daarvan?

‘Ik ben geen ingewikkelde puber geworden, of zo. Sterker, ik denk dat 
het eerder tegenovergesteld heeft uitgepakt. 
Af en toe was ik 
verdrietig, heel woedend verdrietig. Nu ik wat ouder ben, kan ik alles iets meer in perspectief plaatsen. Maar die woede kan ik nog steeds voelen. Omdat ik het waarom gewoon niet snap. Tot voor kort dealde ik vooral zelf met dingen. Dat vond ik prettig. Naar buiten toe was ik meestal vrolijk en gezellig.’

Ben je nu beter in staat om je verdriet te delen?

‘Ik zit al jarenlang bij een psycholoog, dat is een uitlaatklep voor me. En het maken van theater is ook een vorm van verwerking. Daar kan ik alles in stoppen. Als ik lang niet speel, merk ik dat ik een andere uitlaatklep nodig heb. Ik dans bijvoorbeeld heel graag. Hiphop, dancehall, als een kind zo blij word ik daarvan. Begin juni eindigt een bizar drukke tour en dan ga ik, op een paar festivals na, zes maanden niet spelen. Als ik daaraan denk, voel ik een rare combinatie van verlangen en ertegen opzien. Ik verlang naar ‘even niks’, maar het maakt me tegelijkertijd doodsbang. Dat wordt zes keer per week dansen, vrees ik.’

Eva groeide op in Maastricht, aan de rand van de stad, vlak bij de bossen. ‘Het was er gemoedelijk. Als kind kon je vrij buiten spelen, de enige regel was: voor het donker thuis. Dat wordt hier straks in Amsterdam nog een uitdaging als ik op een dag kinderen krijg. Moet ik er de hele tijd bij gaan zitten, anders worden ze gestolen, of rijdt er een tram over ze heen. Nee, wat dat betreft was Maastricht een fijne stad, ook toen ik wat ouder werd en al mijn vrienden in dezelfde kroegen te vinden waren. Maar de stad heeft ook iets dorps, iets bekrompens, wat ik vanaf mijn puberteit stom begon te vinden. Toen voelde ik echt dat ik wég wilde, naar Amsterdam. En hoewel ik dat nu niet meer zo sterk voel, kan ik me nog steeds niet voorstellen dat ik Amsterdam ooit zou verlaten. Ik hou van Amsterdam. En ik weet niet of ik die liefde ooit kan loslaten.’

Het hele interview met Eva Crutzen komt uit VIVA 19. Deze editie kan je hieronder via Blendle online lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «