Ff Googelen: VIVA’s Vivianne interviewt Google-baas Pim van der Feltz

Op hun kantoor vergader je in een caravan of je doet een lesje pilates tussendoor. Bij Google zijn ze niet alleen groot, zo denken ze ook. Als je iets zoekt, moet je bij hen zijn. En bij VIVA. Want bij een random zoekopdracht plopt ons forum direct op. Tijd dus voor een onderonsje tussen VIVA-hoofdredacteur Vivianne en Google-baas Pim van der Feltz.

Op een zonnig dakterras zit Google-directeur Pim van der Feltz (51) met rechte rug klaar voor ons interview. Ik klap mijn MacBook open. Ai, hardware van de vijand. Scoor ik vast geen punten mee. Maar als ik opzij kijk, zie ik geen spoor van afkeuring. We vormen een vreemd duo. Ik: hysterisch gele rok en geweldige sitting shoes, op het puntje van de bank. Hij: rond brilletje, sympathiek maar met een professioneel gesloten houding, veilig pak. Is hij nou googly? vraag ik me af. We gaan het zien. Want niet alleen heb ik m’n eigen vragen meegebracht, ook de forummers dachten mee. Wat willen zíj, als online vedettes, nou weten van deze internetgigant?

Een echte Googler heeft altijd een leuk verhaal te vertellen, heb ik ooit gehoord. Is dat de definitie van googly?

“Wie googly is, is interessant, scherp, vernieuwend. Niet zomaar ‘leuk’. Je moet jezelf altijd de vraag stellen: waarom is dit zó en niet zó? En ja, dat is weleens confronterend. Het is belangrijk dat mensen het niet altijd eens zijn. En verder vind ik: je moet niet te lang over dingen praten, maar gewoon doen.”

Nou, mooi moment voor de stoute schoenen. De zoon van een forummer is vastbesloten ooit bij Google te solliciteren. Hoe gaat zo’n procedure in z’n werk?

“We hebben gesprekken. In real life. Hoeveel gesprekken we met een kandidaat voeren, weten we nooit precies. Maar we weten wel wat we zoeken en daar hebben we goede vragen voor. In het kort: wij zoeken mensen die iets toevoegen wat we nog niet hadden.”

Over transparantie gesproken: forummer Impala vraagt zich af of jullie ook Gmail gebruiken voor jullie bedrijfsgeheimen.

“Ja. Waarom niet?”

Omdat het te hacken is?

“O. Dit is een belangrijk punt, ik ben blij met deze vraag. Het is interessant dat mensen dat denken. Want het allereerste waar wij voor moeten zorgen, is dat de data die mensen ons toevertrouwen niet in handen komt van derden. Wij vertrouwen Gmail voor honderd procent. Dat geldt ook voor alle Googlers. We gaan ervanuit dat iedereen hier te vertrouwen is.”

Er zijn dus geen geheime projecten?

“Eh. |We zijn een open bedrijf: iedereen mag overal vragen over stellen. Ook kritische vragen. Natuurlijk zijn er cijfers waar niet iedereen bij kan, omdat we een beursgenoteerd bedrijf zijn. Maar ons uitgangspunt is kennis uitwisselen, zodat we elkaar slimmer kunnen maken.”

Dus ook het Google Glass-project was voor iedereen in te zien?

“Ja.”

Over Google Glass gesproken: au?

“Waarom?”

Het kreeg veel kritiek en heeft de massamarkt nooit weten te bereiken.

“Dat is zo. Grappig dat jij dan ‘au’ zegt. Onze filosofie is: if not enough fails, then we haven’t tried hard enough. Wij geloven juist dat je niet altijd kunt voorspellen wat een succes wordt. Sterker nog: het wordt uiteindelijk bepaald door de gebruikers. Er mislukken veel meer dingen, alleen ziet niet iedereen die altijd. Voor Glass hebben we besloten dat we die gaan redesignen. Voor ons is dat heel normaal.”

In Dave Eggers’ roman ‘De Cirkel’ wordt een verontrustend toekomstbeeld geschetst van een bedrijf dat lijkt op Google. Heb je het gelezen?

“Ja. Maar ik moet erbij zeggen: er zit één kernaanname in waar wij compleet anders over denken en dat is dat je geacht wordt alles met iedereen te delen. Wij vinden juist dat je zélf moet bepalen wat je deelt. Dat is ook de basis van Google+ (een sociaalnetwerksite, red.). Een cruciaal verschil. Toch vind ik het goed dat dit soort boeken er zijn. Ik geloof dat we aan het begin staan van wat internet kan. De gedachte dat je vandaag een goed idee kunt hebben en morgen de hele wereld kunt bereiken: fantastisch. Tegelijkertijd verandert internet de manier waarop we met elkaar omgaan, en daarom is zo’n boek goed. Dat moet je niet wegstoppen, daar moet een discussie over zijn.”

Zelf lijk je trouwens niet echt actief op Google+.

“Dat wordt me vaker voor de voeten geworpen. Ik gebruik het alleen in mijn eigen kringen. Dus niet publiek, want ik ben bijzonder gesteld op mijn privacy. Google heeft een prachtig privacy dashboard waarin je precies kunt instellen wat je wel en niet deelt en wat Google wel en niet van je mag gebruiken. En ik sta daar volkomen achter.”

Je hebt drie kinderen. Forummer Kladderadatsch wil weten: welke lessen geef je hen mee over internet?

“Op een basisschool kreeg ik ooit de vraag: ‘Wat moeten we met internet?’ Toen dacht ik: je moet niet denken aan wat je ‘ermee moet’, maar aan wat je wilt bereiken en hoe internet daarbij kan helpen. Het allerbelangrijkste is niet dat kinderen leren hoe ze een computer moeten gebruiken, maar dat het bovenste Google-resultaat niet de waarheid is. En als ouder moet je ook gewoon geïnteresseerd zijn en niet bang voor wat er online gebeurt. Je kunt er ontzettend leuke dingen vinden. Mijn dochter danst veel en heeft meer dansfilmpjes dan ooit kunnen zien dankzij internet. Ik ben er overigens erg voor dat kinderen buiten spelen en juist niet de hele tijd op het internet zitten, hoor.”

Zijn wij in Nederland niet te nuchter voor een bedrijf als Google?

“Wat ons bindt, is dat we echt geloven dat je door internet dingen beter kunt maken. Zijn mensen daar te nuchter voor? Er is een vlogger in Groningen die elke dag een origamifilmpje maakt. Daar bereikt hij tienduizenden mensen mee. Dat was vroeger niet mogelijk geweest.”

Je begint te stralen.

“Dat is ook zo. Natuurlijk, op een wereldbevolking van 5 miljard mensen zijn er best 20.000 geïnteresseerd in origami. Maar vroeger kon je die niet vinden. Ja, heel grote bedrijven misschien en dat betekende dat alles gemiddeld werd en dat je je moest conformeren. Nee dus. Wees bijzonder. Doe wat jíj kan en zie maar, het komt goed. In Nederland zijn we heel erg van ‘eerst zien dan geloven’. Wij denken: eerst geloven dan zien. En: doen is het nieuwe denken. Probeer nou maar gewoon.”

Pilates onder werktijd, een caravan als vergaderzaal, gratis eten. Als je bij Google werkt, wil je nooit meer weg, toch?

“Er beginnen weleens mensen voor zichzelf. Maar het verloop is niet hoog.”

En wat zijn de werkuren?

“Ik breng drie keer per week mijn dochter naar school en dan ben ik pas om tien uur hier. Mijn belangrijkste zorg is dat mensen te hard werken, omdat de grens tussen werken en niet werken vervaagt. Ze hoeven niet hier te werken, maar we willen wél dat iedereen het fijn vindt om op kantoor te komen. Waarom? Omdat dingen ook echt beter gaan als je elkaar ziet.”

Forummer NummerZoveel wil weten hoe jullie tegenover flexwerken staan.

“Alles kan. Wij doen jaarlijks een tevredenheidsonderzoek. En wat mensen het meest waarderen, is niet de pooltafel, maar hun collega’s én de ruimte die mensen krijgen in hun werk. Ruimte om te innoveren en getting things done. Mijn rol is ervoor zorgen dat mensen graag naar hun werk komen. Maar ze hoeven niet letterlijk hierheen te komen.”

Een van jullie megaprojecten is de zelfrijdende auto. Zou je ’m zelf gebruiken?

“O ja! Sterker nog: ik reis met een heel grote self driving trein.”

Dat telt niet.

“Eigenlijk wel, want dat is de kern van het idee. Er zijn twee inzichten die ten grondslag liggen aan de zelfrijdende auto. De eerste is dat techniek beter kan rijden dan de mens. Het is dus veiliger. Het tweede is dat als niet jij maar je auto rijdt, je waanzinnig veel tijd over hebt. Dat inzicht heb ik al heel lang. Ik probeer zo min mogelijk zelf te rijden. Maar het belangrijkst is misschien nog wel dat er op elk moment van de dag, zelfs in de spits, in Nederland 24 van de 25 auto’s stilstaan. Met zelfrijdende auto’s die we met elkaar delen, kunnen we zo’n 95 procent besparing realiseren. Dat legt zó veel minder beslag op het milieu en onze tijd. Ik kan niet wachten.”

Zit je op Facebook en Twitter?

“Ja, maar ik gebruik het niet veel. Mijn eerste tweet was: ‘Waar is dit voor?’ Er kwam geen antwoord, want ik was vrij vroeg. Toen heb ik anderhalf jaar niets gedaan. Vervolgens heb ik het nog drieëndertig tweets geprobeerd, maar ik voel de behoefte niet om te laten zien wat ik allemaal doe. En ik wil ook niet alleen maar stukjes van Google forwarden, want ja, ik werk bij Google, maar dat is niet het enige wat mij definieert. Facebook heb ik ook, maar ik gebruik natuurlijk Google+.”

Een blik in de toekomst. Wat zit eraan te komen vanuit Google?

“Ik weet veel, maar ik mag het niet vertellen. Want we weten nog niet precies wanneer we dat gaan doen. Bovendien: we doen vrij veel met partners, en daar heb je afspraken mee.”

Een paar dagen na het interview komt in het nieuws dat het boek ‘De Cirkel’ in China werkelijkheid lijkt te worden: de overheid wil alle burgers van een ‘sociale score’ voorzien. En die score wordt onder andere bepaald op basis van iemands uitlatingen op social media. Zou Pim daar wakker van liggen? Ik stuur hem een bericht na. ‘Daarover hebben wij als bedrijf geen reactie’ is het antwoord. Jammer, maar aan de andere kant kan ik me Pims antwoord wel voorstellen. Want als het allemaal draait om je eigen keuzes maken op internet, iets waar Pim zo gepassioneerd over vertelt, is ergens in de wereld zojuist de ziel eruit gehaald. Natuurlijk grijpt hem dat aan en ik weet zeker dat hij daar indrukwekkende uitspraken over zou doen. Op geheel eigen wijze, googly als hij is.