Column Fleur: ‘Call me by your name. Zo mooi dat ik hard mijn best deed om niet met geluid te huilen’

Verpletterd. Ja, dat is het juiste woord. Verpletterd liep ik over straat. Ik stapte dan ook rechtstreeks vanuit een zinderend hete zomer in Italië de Hollands-Siberische vrieskou in; op zichzelf al een verpletterende sensatie die ik iedereen kan aanraden. Net als de film die ik zojuist had gezien, en die de oorzaak was van dit alles.

Call me by your name. Wat was dát mooi. Zo mooi dat ik hard mijn best deed om dan in elk geval niet met geluid te huilen, want dat vind ik gênant in de bioscoop. Zinloos natuurlijk, want nu liep ik alsnog over straat met twee waterige panda-ogen en een loopneus. Maar het was het waard. Bijna tweeënhalf uur lang was het echt hoogzomer. Rook ik de bomen, zwaar onder het gewicht van rijp, sappig fruit. Ik voelde het zonlicht op mijn gezicht, het water tegen mijn benen, maar ik voelde vooral het allesverzengende, verschroeiende verlangen van een jongen van zeventien. Een verlangen dat heter was dan die ene zomer van 1983, en waar hij niets van begreep, behalve dat het er was en dat het zich met weerhaakjes vastzette om waarschijnlijk nooit meer weg te gaan. Ach, Elio en Oliver. De hele film zeggen ze nooit wat ze bedoelen, baltsen ze subtiel om elkaar heen. Ze tasten af, stoten af, trekken aan. En af, dat ook. Ik denk niet dat ik ooit nog een perzik kan eten zonder aan Elio te denken. Eten was trouwens een goed idee. Ik had honger gekregen van al die glinsterende erotiek. Ik liep langs de kathedraal en de besneeuwde gevels, maar bij elke stap zag ik alleen maar een bezwete Elio en Oliver. ‘Call me by your name, and I’ll call you by mine,’ fluistert Oliver tegen Elio in bed. ‘Elio, Elio, Elio,’ fluistert hij terug. ‘Oliver, Oliver, Oliver.’

Verpletterend. Ik liep een klein, sympathiek pijpenlaatje in en bestelde salade en cappuccino. Er zat een hart van schuim op, dat ik brak met mijn lepel. En daar hield de symboliek niet op. ‘We hebben heel lekker fruit in de zomer,’ hoorde ik naast me. Het waren twee mannen, nee, het waren heren. Ik had ze bij binnenkomst ongetwijfeld gezien, maar niet in me opgenomen. Tot nu. Gestreken overhemden, spencer, vest, gekamde haren. Ze aten taart en keken elkaar aan. ‘Appels, pruimen. Manden vol. Mijn hele vriezer ligt vol appelmoes,’ zei de ene heer. ‘Lekker Gé,’ antwoordde de ander. ‘Anders kom je me een keer een bakje brengen.’ ‘Nou, de appelmoes is wel een beetje flauw,’ zei Gé. ‘Maar ik heb nog wel heel mooie stoofpeertjes.’
Daarna zwegen ze even. ‘Rood fruit,’ zei hij. ‘Heb ik ook.’

‘Vind ik allemaal lekker,’ zei de ander. Gé prikte in zijn taart. ‘Dat dacht ik wel. Ik dacht: Frank is dol op fruit.
Ik kom binnenkort wel even een paar bakjes brengen.’

Mijn salade kwam. Over de gegratineerde geitenkaas lagen frambozen, druiven en een trosje aalbessen. ‘Dat ziet er heerlijk uit,’ zei Gé ineens tegen me. ‘Geniet ervan.’

‘Ga ik doen,’ zei ik.

Gé, Gé, Gé. Frank, Frank, Frank.

VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Deze column komt uit VIVA 10.

Lees meer columns van Fleur:

Verdriet
Zindelijk worden
Escape room
Pop-a-holic
Haarlem
De kluts kwijt zijn
geboortekaartjesetiquette
waarneembare hersenactiviteit
O-o-o mannetjes
Activisten
Kinderboekenwinkels
Buurtfacebookgroep
Terras
Geesten
Goede column
Proesten
Dansende reuzenmuppets