Fleurs column: ‘Hangend boven de pannen vroeg ik me af waarom ik nou nooit eens normále dingen kon doen als ik dronken was’

Er dreven vieze witte schilfers in het kookwater naar boven in plaats van volmaakt ronde ricottaballetjes, en Harry vreesde dat we toch niet genoeg rogvleugel hadden. Hangend boven de pannen vroeg ik me af waarom ik nou nooit eens normále dingen kon doen als ik dronken was. Exen vijftien jaar na dato woedende appjes sturen, bijvoorbeeld. Of in een dure handtas braken of hard huilen omdat je ineens beseft dat je het kind in jezelf verloren bent: had allemaal gekund.

Maar nee, ik had op een zondagmiddag in februari na een x aantal glazen en een van Harry’s fameuze gehaktballen een beter idee. Want waarom ook niet? Een viergangendiner koken voor meer dan veertig man in een volle kroeg is toch hártstikke leuk? Voorál als het een wedstrijd is! Met rapportcijfers en alles! Tuurlijk, een enorme uitdaging, dat wel, maar gaat helemaal goedkomen hoor. Nou, dat dacht Harry, kroegeigenaar en mijn aanstaande souschef, dus 
ook. Hij noteerde mijn nummer, zei dat ik ‘Masterchef juli’ was, ik stak mijn duim op en wankelde uitgelaten Café van Gunsteren uit.

“Ik geloof dat ik iets stoms heb gedaan,” zei ik eenmaal thuis tegen de Kameel. Daarna vergat ik het voorval min of meer. 
Of eigenlijk: ik hoopte dat Harry het voorval min of meer zou vergeten. Maar juli kwam akelig snel dit jaar, Harry vergat helemaal niks en ik kwam roodgevlekt tot het besef dat ook dronken beloften schuld maken. Ik ging dus wel degelijk voor meer dan veertig man een viergangendiner koken.

Ik deed wat men blijkbaar doet op een point of no return: ik gaf me over

En ik deed wat men blijkbaar doet op een point of no return: ik gaf me over. Dook in mijn kookboekenbibliotheek. Destilleerde daar een leuk menuutje uit. Nodigde vrienden en familie uit die zich allemaal handenwrijvend aanmeldden. Ging naar Harry voor een topoverleg. Kreeg te horen dat ik trouwens ook nog een vegetarisch menuutje moest destilleren. Werd nog wat roodgevlekter.

Fietste alle toko’s in de stad af op zoek naar gestoomde broodjes voor het voorgerecht. Kon geen gestoomde broodjes vinden. Besloot dan maar zelf gestoomde broodjes te maken. Werd zo roodgevlekt dat ik besloot toch maar niet zelf gestoomde broodjes te maken. Ging met Harry naar de groothandel en las daar dingen op als: “En nu nog twee kilo boter.”

Bakte thuis alvast wat taarten tussen de deadlines door. En toen had ik ineens nog maar een paar uur voordat de gasten zouden komen, was tot dan toe alles gelukt, was ik kalmer dan ooit, en liep ik nog op schema ook. Ik vertrouwde het, kortom, voor geen meter.

Die witte schilfers in het kookwater en het plotselinge gebrek aan rogvleugel waren bijna een opluchting.
“Het gaat lukken!” riep ik tegen Harry.
Ik gooide de ricottaballetjes in de vriezer als laatste redmiddel om op te stijven, Harry rende naar de markt voor meer vis en bad er maar het beste van.

Enfin. Honderdachtenzestig min of meer gelukte couverts, vijf uur en zes wijn verder lalde ik tegen iedereen die het horen wilde dat een viergangendiner koken voor meer dan veertig man hártstikke leuk is en dat ik het zo nóg een keer zou doen. Maar goed, koks zijn dan ook niet normaal.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Henk
Jazz
Weemoed
Schnapps und tabletten
Freelancen
Beautybloggers
Rauw
Logeren
Koken
WC
Arbeid
Roest
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep